De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wezenlijk en dus actueel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wezenlijk en dus actueel

Graafland herinnert ons aan onze eigen gereformeerde traditie

7 minuten leestijd

Theologie was voor prof.dr. C. Graafland geen vak. Het ging hem om God, om de kerk, om onszelf. Dat laatste ook. Graafland was er zelf existentieel bij betrokken. Die persoonlijke betrokkenheid maakt zijn theologiebeoefening in zekere zin tijdbepaald.

Nog zie ik me zitten, als eerstejaars student theologie in een grote collegezaal. Prof.dr. C. Graafland gaf college over het verbond in de gereformeerde traditie. Nauwkeurig analyseerde hij de verbondsleer van Calvijn, Perkins en vele anderen. En hij trok lijnen naar vandaag. De context deed voor hem altijd mee. In zijn colleges en in zijn publicaties. Niet voor niets valt bij een herinnering aan prof. Graafland al snel het woord ‘existentieel’. Wie hem heeft gekend, weet dat het bedrijven van theologie heel zijn bestaan raakte. Typerend is in dit verband dat hij in zijn trilogie over het verbond reeds op de eerste bladzijde over zijn vader en moeder sprak. In zijn ouderlijk huis werd al aan theologie gedaan. Niet als hobby, maar als een zoeken naar waarheid aangaande God en geloof. De vraag is nu wat de actuele betekenis van Graaflands tijdbetrokken theologiseren is.

ACADEMISCH PASTORAAT

Als jong predikant schreef hij zijn proefschrift. Het thema was een voor hem actuele kwestie: de zekerheid van het geloof. Hoewel de academische context vanzelfsprekend vooral om een analyse vroeg, gaf hij in het woord vooraf iets prijs van zijn motivatie. Hij wilde weten in hoeverre de kerk van de Reformatie na haar wordingsperiode een legitieme ontwikkeling had doorgemaakt. Deze vraagstelling verraadt het tijdbepaalde karakter van Graaflands toenmalige manier van theologiseren. Zo’n normatief geformuleerde probleemstelling van een historisch onderzoek kan vandaag niet meer. Dit maakt echter wel duidelijk waar het Graafland om te doen was. Theologie dient de kerk. Daarmee had zijn dissertatie iets van academisch pastoraat, zonder dat dit in mindering kwam op het wetenschappelijke gehalte van zijn onderzoek.

STOF

Dat Graafland de praktijk op het oog had, bleek vooral uit zijn volgende publicatie: Verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking, het boek dat vermoedelijk het meeste stof deed opwaaien. Hij keerde zich tegen een heilsordelijke prediking waarin de verbinding met de mens vandaag buiten beeld bleef. Expliciet vroeg hij ruimte voor een verkondiging die vanuit de Bijbel en de gereformeerde belijdenis de brug sloeg naar de moderne mens. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond reageerde nogal afwijzend. Blijkbaar werd Graaflands zorg ten aanzien van de verkondiging niet algemeen herkend. Bij een herlezing na vijftig jaar blijkt het spectrum ingrijpend gewijzigd. De prediking waartegen Graafland zich keerde, komt binnen de Gereformeerde Bond nauwelijks meer voor. Eerder dreigt het gevaar dat de verkondiging zich bij alle nadruk op de actuele culturele situatie van het gereformeerde belijden verwijdert. Een verschuiving waar Graafland in 1965 overigens ook niet blind voor was.

VRAGEN EN ANALYSES

In 1972 volgde zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond. Zijn leeropdracht was de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme. De belangrijkste vruchten ervan zijn de boeken over de verkiezings- en de verbondsleer. Graafland laat zich erin kennen als de theoloog van de lange adem. Hij schetste een lengtedoorsnede van de gereformeerde traditie. Calvijn was hierbij opnieuw uitgangspunt, maar diens theologie was, anders dan in zijn proefschrift, niet meer normatief. In zijn boeken toont Graafland zich een meester in het stellen van vragen, in het maken van analyses. Hierdoor lijkt het wel alsof de personen met wie hij in gesprek was alleen een hoofd hadden. De historische context bleef goeddeels buiten beschouwing. Ook bij zijn methode maakte Graafland keuzes die vandaag waarschijnlijk anders zouden uitvallen. Zo bleef bij Calvijns verkiezingsleer de Romeinencommentaar goeddeels onbesproken. Het was bij Graafland vooral de Calvijn van de Institutie.

NADERE REFORMATIE

De tijd van dergelijke monografieën is voorbij. Daarbij komt dat de blikrichting binnen de Gereformeerde Bond is gewijzigd. Wanneer we de publicaties uit de kring van de bond in ogenschouw nemen, is de belangstelling voor de Nadere Reformatie afgenomen. In plaats daarvan is er een revival van confessionele en ethische theologie, en vooral: een belangstelling voor Angelsaksische theologie. De erfenis van Graafland is een herinnering om bij deze nieuwe perspectieven de wortels van onze eigen gereformeerde traditie niet te vergeten.

PRAKTIJK

De actuele betekenis van Graafland ligt wat mij betreft bij zijn meer praktische publicaties: Gereformeerden op zoek naar God en Bijbels en daarom gereformeerd. In deze boeken zocht hij een begaanbare weg om in een seculiere culturele context gereformeerd christen te kunnen zijn. Evenals in Verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking ligt de verkondiging van het Evangelie hem daarbij na aan het hart. Ten diepste (om een geliefde zinswending van Graafland te gebruiken) ging het hem om een revitalisering van de gereformeerde theologie. Dit betekende een positiebepaling. Die bleef in zijn dogmahistorische werk buiten beschouwing, al blijft ze voor de opmerkzame lezer niet helemaal verborgen. In de hierboven genoemde boeken komt Graafland zelf meer aan het woord als iemand die goed geluisterd heeft naar de traditie en die ook zijn tijd kent. En zijn eigen hart, niet te vergeten. Opnieuw existentiële theologiebeoefening dus.

KWETSBAAR

Bij herlezing van Gereformeerden op zoek naar God valt me op hoe kwetsbaar hij zich opstelde. Tot dan toe ging het spreken over godsverduistering (een woord uit de jaren ’80) vooral over de vrijzinnigheid. Graafland liet zien dat de problematiek niet aan de gereformeerde gezindte voorbijging. Vandaar zijn pleidooi om eerlijk de vraag onder ogen te zien hoe God vandaag ter sprake moet komen. Ook orthodoxe christenen hebben God niet ter beschikking. Uitvoerig ging Graafland daarom niet alleen in gesprek met Berkhof (de theoloog die voor hem geen ijkpunt was, maar wel een belangrijke gesprekspartner), maar ook met ds. G. Boer, de predikant die voor Graafland zoveel betekend had. Zijn waardering voor ds. Boer verhinderde hem niet om kritische vragen te stellen. Vragen die ook in zijn eigen vlees sneden, zo vermoed ik.

TIJD VOORUIT

Destijds was ik aan Graaflands boodschap niet toe, zo merk ik uit de vraagtekens die ik in de kantlijn plaatste. Ik ben geneigd om veel van de vraagtekens van 25 jaar geleden te veranderen in uitroeptekens. De vraag van de moderne mens is ook onze vraag, zo was Graaflands boodschap destijds. Hij was zijn tijd vooruit – in elk geval voor mij. Het loont de moeite om dit boek met het oog op de actuele situatie van kerk en geloof te herlezen. De discussies die Graafland met Berkhof en anderen voert, zullen wellicht moeten worden uitgelegd, evenals het modewoord ‘godsverduistering’. De zaak waar het Graafland om ging, is echter des te urgenter. Hetzelfde geldt voor Bijbels en daarom gereformeerd. Graafland deed in dit boek een moedige poging om te komen tot een gereformeerde hermeneutiek (bijbeluitleg) waarin recht wordt gedaan aan de Bijbel en die tegelijk actuele vragen niet uit de weg gaat. Of hij daarin geslaagd is, is een andere vraag. Zijn erfenis is echter de moeite waard om uit de boekenkast en uit het archief te halen.

VOORBEELD

Na lezing van mijn doctoraalscriptie over de predestinatieleer van Gomarus reageerde Graafland nogal scherp. Hij was vooral de god van de filosofen tegengekomen, niet de God en Vader van Jezus Christus. Bij zijn (beginnende) waardering voor de gereformeerde scholastiek bleef hij bang voor systematisering van de bijbelse boodschap. Hij miste er de stem van zijn Heiland in. Of dit terecht is of niet, als existentieel theoloog die zelf van genade moet leven blijft hij voor mij een voorbeeld. Zoals Voetius in de zeventiende eeuw vroomheid en wetenschap verbond, zo deed Graafland het in de twintigste eeuw. En zo zijn wij geroepen om het in onze tijd te doen.

Dr. A.J. Kunz uit Katwijk is docent godsdienst aan Driestar Educatief te Gouda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wezenlijk en dus actueel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's