Wat er echt toe doet
Afscheid nemen van het leven, van elkaar, kan dat wel? Dit lijkt een onmogelijke opgave, want het gaat over het meest verdrietige in dit leven. Het is iets wat de Heere niet zo bedoeld heeft. Toch is het goed om hierover na te denken.
Er zijn geen sluitende antwoorden of voorschriften te geven, maar ik probeer aan de hand van theorie en praktijk een aantal handvatten te bieden. Het nadenken over afscheid nemen, het vormgeven ervan, begint meestal pas als er een duidelijke aanleiding is: ziekte, een slechte diagnose, ouder worden en voelen dat het einde nadert, opname in een verpleeghuis.
VERSCHILLEN
Elk mens neemt afscheid op zijn eigen manier (zie kader). Om met elkaar te praten over afscheid nemen is het belangrijk om te beseffen dat er verschillen zijn tussen mensen, ook tussen echtgenoten. Dat is belangrijk om te weten als je hen begeleidt, maar ook als je zelf degene bent die in het afscheidsproces betrokken is. Het afscheid nemen wil ik benaderen op twee manieren. Aan de ene kant op verschillende terreinen: namelijk medisch (lichamelijk), psychisch, sociaal en geestelijk. Aan de andere kant vanuit verschillende perspectieven. Bij elk terrein geldt immers dat het om afscheid gaat vanuit de stervende of ernstig zieke en om het afscheid dat de naasten moeten nemen van de stervende, afscheid naar twee kanten dus.
LICHAMELIJK
Bij wie ouder wordt of hoort dat er een ongeneeslijke ziekte is, komen er veel vragen over hoe het zal gaan. Het wordt dan allereerst belangrijk dat je accepteert dat het echt zo is. Als er geen acceptatie is, komt het afscheid nemen niet op gang. Op lichamelijk gebied is het goed om een gesprek te voeren met de arts om te weten te komen wat er allemaal in het ziekteproces kan gaan gebeuren. Word ik benauwd, blijf ik bij kennis, ga ik langzaam achteruit of ga ik heel plotseling overlijden? Zo zijn er nog veel meer vragen. De antwoorden zijn belangrijk voor de patiënt zelf, maar ook voor de familie. Vanuit die antwoorden kan er een gesprek plaatsvinden over welke behandeling er is van de ziekte, maar ook – als genezing niet meer mogelijk is – wat er gedaan kan worden aan bijvoorbeeld benauwdheid en eventuele symptomen, en wat dat betekent voor patiënt en familie. Ik vind het zelf in mijn werk heel belangrijk om dat goed met de patiënt en de familie door te spreken. Als daarover bij beide partijen geen duidelijkheid bestaat, kan men niet accepteren en het leven niet gaan loslaten. Daarom vind ik het heel belangrijk om duidelijk te zijn als de patiënt niet meer beter kan worden. Daarnaast geef ik ook duidelijk aan wat we kunnen doen om goede palliatieve zorg te bieden. Ik merk dat mensen dan soms rustiger worden en meer gaan werken aan de dingen die er in de laatste fase echt toe doen. Dat kan soms gewoon ‘bij elkaar zijn’ zijn.
GEEN CONTACT MEER
Wat in het kader van afscheid nemen ook heel belangrijk is, is om te weten of iemand bij kennis blijft. Bij veel ziektebeelden zie je dat het contact minder wordt in de laatste fase. Dat komt door de ziekte zelf, maar ook door eventuele medicatie, die soms moet worden toegediend. Daarbij kunnen we denken aan morfine (sufheid hoeft daar overigens niet per se bij op te treden), maar ook aan middelen die mensen in slaap brengen. Soms moet er een rustgevend middel of slaapmiddel toegediend worden om symptomen te bestrijden, die niet meer op een andere manier bestreden kunnen worden. Het is goed dat de arts dit ook benoemt als deze middelen worden toegediend, omdat de patiënt en degenen om hem heen zich ervan bewust moeten zijn dat er dan geen contact meer zal zijn.
PSYCHISCH
Afscheid nemen van het leven kan angst en groot verdriet geven. Er kan angst zijn voor het sterven – hoe zal dat zijn en daar moet ik alleen doorheen – maar ook voor wat er na de dood komt. Ook kan er angst zijn voor wat je nog op lichamelijk gebied moet meemaken. Er is verdriet omdat je je geliefden moet loslaten en je niet meer zult weten wat er van hen zal worden. Zal er goed voor hen gezorgd worden? Er is verdriet om wat je misschien wel verkeerd hebt gedaan in je leven, om onomkeerbare misstappen. Er is machteloosheid omdat je geen grip meer hebt op je eigen leven en lichaam en afhankelijk bent van anderen.
ANGSTEN
Angsten kunnen heel belemmerend zijn in het proces van afscheid nemen. We proberen die angsten zoveel mogelijk bespreekbaar te maken. Dat komt met name neer op de verpleging (soms in de nachtelijke uurtjes), maar het kan ook gebeuren door de voedingsassistente die een praatje maakt. Als gesprekken alleen niet helpen, kan medicatie zeker ook nog een middel zijn om rust te creëren. In dit kader wil ik ook het afscheid van dementerende naasten niet onbenoemd laten. Het moeilijke hiervan is dat de dementerende naaste steeds weer een stapje achteruitgaat en gaandeweg verandert. Het proces van afscheid nemen gaat hierdoor in stapjes en is heel langdurig. Het is dan ook heel zwaar.
Marleen Hout- Korevaar uit Ridderkerk is specialist ouderengeneeskunde in verpleeghuis Salem in Ridderkerk en kaderarts palliatieve zorg i.o.
Vorig jaar moest ik een familie vertellen dat hun moeder niet meer beter zou worden. Tot die tijd hadden we allerlei behandelingen gegeven in de hoop dat het verbetering zou geven en de achteruitgang zou stoppen. Toen eenmaal het gesprek er was, gaf de zoon aan: ‘Vreemd hè, maar het geeft ook rust nu de hoop op verbetering is weggenomen.’ We merkten dat de familie zich kon gaan richten op het laatste stukje van moeders leven, op afscheid nemen.
VIJF STIJLEN
Elk mens neemt afscheid op zijn eigen manier. Uit onderzoeken, die gepubliceerd zijn in Medisch Contact, is gebleken dat er vijf verschillende stijlen zijn. Je hebt:
• Proactieve mensen. Zij willen zelf beslissen over hun levenseinde. Dit zijn meestal vrouwen die sterk sociaal betrokken zijn en veel als vrijwilliger in de zorg hebben gedaan.
• Onbevangen mensen. Vaak mannen. Ze genieten van het leven, hebben weinig ervaring met sterfgevallen. De dood en mogelijke ongemakken worden uit de gedachten geweerd.
• Vertrouwende mensen. Zij willen gelegenheid om afscheid te nemen en hechten erg aan rituelen rond afscheid en rouw. De dood hoort voor hen bij het leven. Deze mensen werken vaak in de zorg.
• Rationele mensen. Zij tonen geen kwetsbaarheid en willen bij het naderen van ziekte en dood alleen objectieve informatie. Deze mensen werken hard, zijn zelden mantelzorger en erkennen dat de dood voor hen taboe is.
• Sociale mensen. Zij zijn gesteld op gezelschap van familie en vrienden en zijn gevoelig voor hypes. De dood wordt in sterke mate ontkend, maar tegelijkertijd willen ze wel een groots afscheid. Dit is de grootste groep. Het betreft meest 60-plussers.
Een patiënt had aan het einde van zijn leven wroeging over een misgelopen relatie. Het was zijn eigen schuld, zei hij. Dit was voor hem zo moeilijk, dat we merkten dat hij geen afscheid kon nemen, dat hij zijn leven niet kon afronden. Aan de ene kant is het niet zo dat hulpverleners zulke problemen allemaal nog op kunnen lossen. Aan de andere kant is het op dat moment wel jouw patiënt en wil je iemand helpen en verlossen van wroeging of angst. Hij was zelf kunstenaar. We hebben hem zijn gevoelens op doek laten zetten en daarnaast een brief laten schrijven aan de persoon met wie hij deze relatie had gehad. We merkten dat hij daarna rust kreeg, al was het verdriet niet helemaal weg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's