Iedereen kijkt naar jeugd
De waardering van de ouderdom als spiegel van de tijdgeest
Hoe ouder iets is, hoe beter. Zo was het vroeger, toen de ouderdom het brandpunt van de beschaving was. Was is er tussen toen en nu gebeurd? Wat zegt het dat oud vandaag afgeschreven is?
Isaäc da Costa schreef in 1823 zijn brochure Bezwaren tegen den geest der eeuw. In dit pamflet ging hij uit van het bestaan van het wonderlijke fenomeen van de ‘geest der eeuw’. In zijn woorden weerklinkt iets van de Prediker waarin Salomo sprak over God Die ‘de eeuw in het hart heeft gelegd’. Da Costa probeerde woorden te geven aan de ‘geest der eeuw’ die sinds de Franse Revolutie waaide in Europa. Je zou deze ‘geest der eeuw’ ook ‘tijdgeest’ kunnen noemen. Wat is toch dat wonderlijke verschijnsel van de tijdgeest? Hoe komt het dat er een bepaalde nieuwe wind gaat waaien in een tijd? Lange tijd hadden we, bijvoorbeeld, het ideaal van de multiculturele samenleving. Iemand als Janmaat die zich daar twintig jaar geleden tegen verzette, kwam zelfs in de gevangenis. Ineens was daar Pim Fortuyn, die, oneindig veel scherper dan Janmaat, de multiculturele samenleving bekritiseerde, en toen ging het óm. Blijkbaar moet een tijd rijp zijn voor een verandering én er moeten begaafde mensen zijn die de nieuwe tijdgeest aanvoelen en uitdrukken.
STRIJD
Voor de moderne historicus is de tijdgeest een riskant ding. Hij kan er niks mee. Hij ziet enkel waarneembare concrete gebeurtenissen of ideeën en hij zal hooguit zeggen dat de som van al die zaken een bepaalde tendens vormt. Een christelijke historicus zal een laag dieper kijken. Hij gelooft immers in de ‘geestelijke machten in de lucht’. De wereld is een toneel waarop aan de ene kant God, de niet-gevallen engelen en de ‘mensen van het welbehagen’ en aan de andere kant satan, de gevallen engelen en de mensen die ‘in het duister wandelen’ strijden. Er is een strijd der geesten aan de gang die zichzelf uitdrukt in de tijdgeest. Persoonlijk ben ik van mening dat we vanuit dit diepere perspectief moeten kijken naar de wereld rondom ons. Wat is onze tijdgeest? Die vraag wil ik hier naar een klein aspect stellen. Ik kies een wat ongebruikelijke thematiek en neem de wijze waarop onze cultuur omgaat met de ouderdom als een spiegel van de huidige tijdgeest.
VERKENNING
Ik reis dagelijks met de trein. Als een oudere man of vrouw in de trein stapt, gebeurt het maar zelden dat iemand opstaat en hem of haar een plaats aanbiedt. Vrijwel iedereen kletst of whats-appt vrolijk verder en laat ouderen gewoon staan. Willen ze uitstappen, dan worden ze half opzij geduwd door snelle jongeren die zich alvast naar binnen dringen. We noemen de generatie ouderen tegenwoordig ‘bejaarden’. De term ‘ouderen’ heeft een andere lading dan ‘bejaarden’. In het woord ‘bejaarden’ zit iets denigrerends. We bergen de ouderen op in ‘bejaardenhuizen’. Vroeger was er de extended family waar de ouders een huisje naast de boerderij hadden of nabij de kinderen woonden. Dat er nu weer meer die kant uit gedacht wordt, is op zichzelf goed, maar naar mijn idee wordt het vooral ingegeven door platte bezuinigingsmotieven en niet door een inhoudelijk ideaal.
BINGOAVOND
Na je 65e jaar tel je eigenlijk niet echt meer mee. Je bent uit het arbeidsproces gestoten en mag zelfs niet meer werken als je dat zou willen. Door de vergrijzing is deze leeftijdsgrens weliswaar opgeschoven naar 67 maar ook hier is geld het voornaamste motief. In de huidige samenleving is een discussie aan de gang over de vraag wat een behandeling nog mag kosten voor iemand die aan het einde van zijn leven staat. We worden te oud en dus te duur. Algemeen bekend is de schrijnende situatie in vele tehuizen, waar door personeelstekort mensen vaak heel lang moeten wachten op hulp. Maar al te vaak worden ouderen geïnfantiliseerd door de toon waarop ze worden aangesproken of de wekelijkse bingoavonden waarmee ze worden zoet gehouden. Gelukkig zijn er ook vele goede uitzonderingen op deze tendens.
SNEL EN HIP
Waar de ouderdom niet lijkt te tellen, is de jongere generatie belangrijker dan ooit. Zij vormt de horizon van ons maatschappelijk ideaal. Alles wordt gemodelleerd naar de jeugd. Dat begint al bij de kleine kinderen, die als prinsjes en prinsesjes worden opgevoed: alles mag en alles kan, want o, hij of zij zou eens worden gehinderd in de vrije zelfontplooiing. De juf of meester hoeft maar één keer straf te geven, of de ouders staan al op de stoep om hun gelijk te halen. De top van de Olympus is de jeugd van veertien tot achttien jaar. Jongeren weten en doen op veertienjarige leeftijd alles wat normaal gesproken alleen een oudere deed en wist. Leraren proberen wanhopig bij de jongeren aan te sluiten om ook snel en hip te zijn. Op veel scholen staan er al leraren met tattoos op de armen en gatenspijkerbroeken om de benen les te geven. Op televisie zie je vijftigers of zestigers als Jeroen Pauw en Matthijs van Nieuwkerk bestudeerd casual doen alsof ze nog achttien zijn. De hele wereld modelleert zich naar de jeugd. Zelfs tachtigjarigen botoxen zich arm en lopen tijdens opaen omamorgens in hippe outfits de klaslokaaltjes van hun kleinkinderen binnen om daar de verrichtingen van hun nageslacht te bewonderen. Wat weerspiegelt dit alles? Naar mijn idee is hier iets aan de hand wat zeer vreemd is. Is er hier wellicht iets nieuws onder de zon? Een vergelijking met de geschiedenis kan ons misschien verder brengen.
GESCHIEDENIS
In de oudste culturen was de ouderdom het brandpunt van de beschaving. Hoe ouder iets was, hoe beter het ook was. De oertijd was beter dan het heden. In de cyclus van het leven werd onderscheiden tussen het kind, de volwassene en de oudere (de senex). Het kind voegde zich eenvoudigweg naar de ouders. Hij werd door hen ingewijd in het leven. Het is niet voor niets dat in ‘ouders’ het woord ‘oud’ zit. De lijn is hier een stijgende lijn. Een ouder is ‘ouder’ dan een kind en daarom hoger. Nog hoger dan de ouders stonden de oudsten. Zij regeerden het dorp of de clan (zelfs vandaag spreken we nog van de ‘senaat’). Daarboven stonden nog de gestorven voorouders. Zij hadden mythische proporties gekregen en werden herdacht. In het oude Israël gold dit evenzeer. De ouders en de oudsten vormden de laag van de opvoeding, het bestuur en het recht. Zij droegen het geloof der vaderen over, waarbij de aartsvaderen – Abraham, Izak en Jakob – helemaal bovenaan stonden als oergestalten. Het kind stelde vragen over de geschiedenis van de vaderen en werd dan onderwezen in de oude dingen. In de kerk van het Nieuwe Testament lag dit niet anders. De kinderen werden door de ouders opgevoed in het geloof. De ‘oudsten’ regeerden de kerk. De gestalte van de oude wijze lichtte op in Johannes tijdens zijn ballingschap op Patmos. In de eeuwen van de Vroege Kerk, de Middeleeuwen en de Reformatie is deze lijn voortgezet
EIGEN DIMENSIE
In de moderne tijd is vanaf ongeveer de zeventiende eeuw de plaats van het kind langzaam maar zeker veranderd. Het kind ging een eigen dimensie krijgen en was niet langer een ‘volwassene in zakformaat’ (Lea Dasberg). De pedagogiek begon als aparte wetenschap op te bloeien. Hier was en is niets mis mee, integendeel, deze aandacht voor het kind schiep een prachtige wereld van kinderboeken en aandachtig onderwijs. In de gestalte van Van de Hulst − schoolmeester en kinderboekenschrijver tegelijk – kwamen deze lijnen bij elkaar. Na de Tweede Wereldoorlog werd deze kinddimensie echter het bepalende perspectief. De volwassene ging zich zozeer neerbuigen naar het kind dat het kind hoger kwam te staan dan de volwassene. Benjamin Spock belichaamde in zijn boek Baby and Child Care (1946) deze omslag. Zijn aandacht voor het kind sloeg door in eindeloze toegeeflijkheid aan het kind. De welvaart, luxe, vrijheidsgeest en hippiebeweging van de jaren zestig en zeventig deden de rest.
OMMEKEER
Onze tijd is een tijd waarin de oudere aan de zijlijn en de jongere in het centrum staat. Wat zegt dit over onze tijdgeest? Ik denk dit: Eerst hebben we onszelf autonoom gemaakt ten opzichte van God en nu worden onze kinderen autonoom ten opzichte van ons. De cultuur is aan haar volledig autonome neergang begonnen. Ik ben somber gestemd over dit alles, maar ik geloof ook in de mogelijkheid van een ommekeer. God kan nieuwe wegen banen in de tijd. Laten we tegen de tijdgeest ingaan opdat ouderen weer afhankelijk worden van God en kinderen afhankelijk worden van hun ouders. Dat is ‘worden als een kind’. Dan zullen we in onze grijze ouderdom nog vruchten dragen. Dan gaat een nieuwe tijdgeest waaien: de Geest van Christus.
Dr. E. Mackay uit Sliedrecht is werkzaam als docent geschiedenis, cuma en filosofie aan Driestar Hogeschool te Gouda.
Mijn oma & ik
Vriendelijkheid, vrijgevigheid, een luisterend oor. Dat zijn woorden die mijn oma typeren. Samen met mijn opa staat ze altijd voor me klaar met een kopje koffie en een goed gesprek. Ik vertel haar wat mij bezighoudt en waar ik mee zit, waarop zij advies geeft of dingen over zichzelf deelt. Het allerbelangrijkste: ze heeft me geleerd hoe belangrijk het is om uit de Bijbel te lezen en elke dag met God te beginnen. Ze laat me door haar levensstijl zien hoe goed het is om dicht bij God te leven. Oma: ik houd van u!
Julianne van Meerten (18) woont in Nijkerk en studeert aan University College Roosevelt in Middelburg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's