De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verstand: Gave van God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verstand: Gave van God

8 minuten leestijd

Op alle terreinen van de wetenschap weten we veel meer dan Calvijn, die in de zestiende eeuw leefde. Toch heeft het zin aandacht te schenken aan Calvijns visie op de wetenschap. Hoe waardeerde hij wetenschappelijke kennis? En wat voor rol speelde die kennis in zijn uitleg van de Bijbel?

In de Institutie brengt Calvijn wetenschap in verband met weten. Hij schrijft: ‘Omdat mensen met hun verstand en begrip kennis verkrijgen van de dingen, wordt er namelijk van hen gezegd dat zij dingen ‘weten’ en daar wordt ook het woord ‘wetenschap’ van afgeleid’ (Inst. III:19,15).

NATUURLIJKE GAVE

Over wetenschap moeten we niet gering denken. Als we dat doen, verliezen we uit het oog dat God ons verstand gegeven heeft. Het is een natuurlijke gave die we gelukkig niet kwijtgeraakt zijn. Dankzij ons verstand kunnen we dingen leren en op allerlei terreinen kennis verwerven. Dagelijks profiteren we van die kennis of maken we gebruik van de kennis van anderen. Calvijn brengt alle voortreffelijke gaven die mensen hebben op het terrein van de kunst en de wetenschap in verband met de Geest van God. Als we de gaven van de Geest gering achten, verachten en smaden we tegelijk ook de Geest Zelf (Inst.II:2,15-16). Wetenschap op zichzelf is goed. De opvatting van bepaalde fanatici die zich fel keren tegen alle vrije kunsten en wetenschap alsof die alleen maar geschikt zijn om van ons hoogmoedige mensen te maken en niet bijzonder nuttig zijn voor ons dagelijks bestaan, Calvijn [5, slot, de wetenschap] VERSTAND: GAVE VAN GOD Op alle terreinen van de wetenschap weten we veel meer dan Calvijn, die in de zestiende eeuw leefde. Toch heeft het zin aandacht te schenken aan Calvijns visie op de wetenschap. Hoe waardeerde hij wetenschappelijke kennis? En wat voor rol speelde die kennis in zijn uitleg van de Bijbel? wijst Calvijn af. Als mensen verkeerd omgaan met de kennis die ze verwerven, moeten we dat niet aan die kennis verwijten (comm. 1 Kor.8:1).

BEPERKTE KENNIS

Als Calvijn het over de kracht van ons verstand heeft, maakt hij onderscheid tussen aardse en hemelse aangelegenheden (Inst. II:2,13). Aardse aangelegenheden hebben betrekking op het tegenwoordige leven. Met hemelse aangelegenheden bedoelt hij de zuivere kennis van God, de aard van de ware gerechtigheid en de verborgenheden van Gods koninkrijk. Omdat wetenschappelijke kennis zich richt op het leven hier en nu, is het beperkte kennis. Hoe belangrijk het ook voor ons dagelijks leven is dat God ons verstand gegeven heeft om van alles te onderzoeken en kennis te vergaren, voor wat God en Zijn koninkrijk betreft hebben we daar niets aan. Ons verstand is een van de belangrijkste gaven die God ons gegeven heeft, maar alle kennis die we met ons verstand verwerven, is van geen enkele waarde voor het verkrijgen van hemelse wijsheid. Ons verstand is in geestelijke zin slechts wijs naar de mate waarin het door God verlicht is (Inst.II:2,20).

COPERNICUS

Calvijn is goed op de hoogte van allerlei wetenschappelijke kennis. Wist hij ook wat Copernicus in 1543 in zijn boek over de omwentelingen van de hemellichamen geschreven heeft? Volgens Copernicus draait de aarde dagelijks om haar as en legt ze één keer per jaar een baan af om de zon. Die opvatting veranderde de kijk op het wereldbeeld. De aarde staat niet langer in het middelpunt maar de zon. Het valt op dat Calvijn nergens de naam van Copernicus noemt. Wel is duidelijk dat hij evenals veel astronomen in zijn tijd vasthield aan het oude, vertrouwde wereldbeeld. In de zeventiende eeuw heeft de Rooms-Katholieke Kerk de opvatting van Copernicus en ook die van Galileï veroordeeld, omdat die niet overeenstemden met wat de Bijbel ons leert. We weten natuurlijk niet of Calvijn met die veroordeling ingestemd zou hebben. Maar dat wil niet zeggen dat we in het duister tasten wat betreft zijn visie op de relatie van de Bijbel en de wetenschap.

ASTRONOMEN

Over de relatie van de Bijbel en de wetenschap heeft Calvijn zich duidelijk uitgesproken, met name in zijn commentaar op Genesis waarin het gaat over de schepping van hemel en aarde. In Genesis 1:15 en 16 wordt van de zon en de maan gezegd dat zij de twee grote lichten zijn die God gemaakt heeft. Calvijn vermeldt in zijn commentaar dat astronomen overtuigend aangetoond hebben dat Saturnus veel groter is dan de maan. We denken daar volgens Calvijn niet aan, omdat Saturnus veel verder weg staat en dus veel kleiner lijkt te zijn. Wat astronomen over Saturnus zeggen, is voor Calvijn geen reden om hun wetenschappelijke kennis te bestrijden. Hij heeft grote waardering voor astronomen die grote moeite doen om met hun scherpzinnig verstand te ontdekken hoever zij met hun kennis kunnen komen. Wie tijd en gave voor die studie hebben, moeten zich daar beslist niet aan onttrekken.

ONDERRICHT VAN MOZES

Wat Calvijn in zijn opmerking over astronomen en Saturnus duidelijk wil maken, is dat er verschil is tussen wetenschappelijke kennis en het onderricht dat Mozes ons geven wil. Calvijn benadrukt dat Mozes, die in Egypte wetenschappelijk geschoold is, ons in Genesis niet als astronoom het een en ander wil leren over de hemellichamen. Het is Mozes om ons te doen. Hij wil in een voor ieder verstaanbare eenvoud vertellen dat God de zon en de maan gemaakt heeft als de grote lichten om ons overdag en ’s nachts licht te geven. Calvijn benadrukt dus dat er verschil is tussen wetenschappelijke kennis en wat de Bijbel ons leert. In de wetenschap wordt onderzoek gedaan naar wat we waarnemen en wat dat voor ons leven op aarde betekent. In de Bijbel gaat het over de relatie van God en ons. Dat is dus ook het geval in wat Mozes ons in de eerste hoofdstukken van Genesis vertelt. Het gaat erom dat we verstaan dat God de Schepper is en dat we leven in Zijn wereld.

SCHEPPING

Calvijn kende de evolutietheorie niet, net zo min als wetenschappelijke uiteenzettingen over de ouderdom van de aarde. Hij kon daar dus niets over zeggen. Maar we hebben al wel gezien dat hij zich in zijn uitleg van de teksten niet laat leiden door wat de wetenschap zegt. Hij richt zich op wat ons in de eenvoudige taal van de Schrift gezegd wordt. God heeft de wereld geschapen. Daarom verwerpt Calvijn de opvatting van Aristoteles dat de wereld er altijd geweest is. Hoe lang geleden God de wereld schiep en wat Hij voor die tijd deed, zijn vragen die er niet toe doen. Van belang is dat we ons bestaan danken aan de wil van God en dat wij geroepen worden om God als Schepper te erkennen en te prijzen. God schiep niet alles in één keer. Hij verdeelde Zijn werk over zes dagen, zodat wij juist vanwege die spreiding ons leven lang oog zouden hebben voor alles wat God geschapen heeft. Wat de schepping van de mens betreft benadrukt Calvijn dat God dit deed op de zesde dag toen Hij alles al voor ons klaargemaakt had. Het is een bewijs van Gods vaderlijke liefde jegens het menselijke geslacht. Van bijzondere betekenis is de zevende dag, de dag waarop God rustte. De zeven dagen horen bij elkaar. Zeven is het getal van de volmaaktheid. Gods werken zijn volmaakt tot en met. Dat geldt van het werk van de schepping en de daarbij behorende rustdag (comm. Ex.20:8-9

Dr. W. de Greef uit Leusden is emeritus predikant. Hij is Calvijnonderzoeker en beheert de website www. calvijnstudie.nl.

450 jaar na het overlijden van Calvijn aandacht voor zijn persoon en werk. Vandaag het slot van deze serie.


DE ACADEMIE VAN GENÈVE

Calvijn heeft tijdens zijn verblijf in Straatsburg (1538-1541) van nabij de betekenis van het hoger onderwijs meegemaakt. Hij heeft er alles aan gedaan om in Genève een academie te stichten. Omdat de Geneefse overheid niet in staat was gelden beschikbaar te stellen, zette Calvijn zich in voor fondsenwerving. Hij heeft ook zijn uiterste best gedaan geleerden van naam aan te trekken. Toen op 5 juni 1559 de opening van de academie plaatsvond, ging daarmee een belangrijk ideaal van Calvijn in vervulling. Calvijn opende de bijeenkomst, die in St. Pierre gehouden werd. Beza hield als pas aangestelde rector een rede waarin hij het belang van studie uiteenzette. Hij riep de studenten op nooit te vergeten dat ze soldaten zijn die voor hun heilige missie verantwoording verschuldigd zijn aan hun hoogste Chef. Calvijn benadrukte vervolgens dat de stichting van de Academie aan God te danken was en spoorde iedereen aan in dankbaarheid aan God zijn eigen taak te verrichten. Hebreeuws en Grieks (en alles wat daaronder valt) waren de belangrijkste vakken. Ook werd drie uur per week onderricht in de vrije kunsten gegeven. De natuurwetenschap was als vak nog nauwelijks ontwikkeld, maar er was bij Calvijn en anderen het besef dat die studie van betekenis is, omdat God de Schepper is. Tijdens de opening van de academie ging Calvijn ten slotte voor in het danken van ‘onze God en Vader Wiens heerlijkheid en eer in het hele universum aan het licht treedt’. Van blijvende betekenis is dat alle studie en wetenschap in relatie met God beleefd wordt. DE ACADEMIE VAN GENÈVE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Verstand: Gave van God

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's