Moeder van diaconessen
Jezus sprak: wie Mij wil volgen, die verloochene zichzelf. U, mijn Heer en Heiland moge ik volgen, zou graag vrij van zonde en wereld zijn, schrijft Friederike Münster in haar dagboek van 1825. Een nieuw schepsel worden, verlaten alles wat tijdelijk is en bij U zijn.
Friederike, die dan 25 is, besluit haar dagboek met een bede om wijsheid en kracht in alle levensomstandigheden. Wie is deze vrouw wier naam nog steeds voortleeft? Friederike Münster wordt in Braunfels in Hessen als dochter van een onderwijzer geboren en groeit op in een gezin van zeven kinderen, van wie zij de oudste is. Al vroeg komt zij in aanraking met de ernst van het leven. In 1816 overlijdt haar moeder en op de zestienjarige Friederike – Riekchen voor intimi – rust nu de zorg voor het grote gezin, al wordt haar taak verlicht als haar vader binnen een jaar hertrouwt. Haar veelvuldige huiselijke taken staan de groei van haar geestelijke leven niet in de weg. Zij raakt onder invloed van de opwekkingsbeweging in Duitsland en diepe indruk maakt ook de ontmoeting met twee zendelingen die de ‘warme taal van een vroom hart’ spreken. Dit laatste sluit natuurlijk goed aan bij haar eigen ongewone gevoelsintensiteit.
ONDERWIJZERES
Friederike blijft nog een aantal jaren thuis, maar gaat in 1826 als onderwijzeres werken in het tehuis voor verwaarloosde meisjes van de graaf Von der Recke in Düsseldorf. Enkele maanden na haar komst wordt zij getroffen door een zeer ernstige ziekte, maar deze verdiept haar geestelijke leven. Haar predikant schrijft dat hij nog nooit iemand had ontmoet die, staande voor de poort der eeuwigheid, zulke innige zekerheid van verzoening en zielsvrede bezat.
BRUID
In 1828 trouwt zij met Theodor Fliedner, predikant in Kaiserswerth, een man die zich geroepen gevoelt tot arbeid onder de ‘minste van Mijn broeders’ en hierin grote naam en faam zal verwerven. Hun huwelijk komt op merkwaardige wijze tot stand. In een brief vraagt Fliedner, die haar enige weken tevoren heeft leren kennen en van groot respect voor haar werk, karakter en geloof vervuld is geraakt, om haar hand, waarbij hij er geen geheim van maakt dat hij in haar niet alleen een echtgenote wenst maar ook een medearbeidster in de zorg voor armen en zwakken. In het vertrouwen dat God haar deze man geeft, van wie zij in leven en beroep de helpster wenst te zijn, neemt zij zijn aanzoek aan. Voor beiden is de levensgemeenschap van het huwelijk vanaf het begin een dienende gemeenschap.
MAATSCHAPPELIJK WERK
In de loop der jaren raakt Friederike, die tien kinderen ter wereld brengt − zeven overlijden vroegtijdig −, sterk betrokken bij het christelijk-maatschappelijk werk van haar man. In 1833 beginnen zij samen een asiel voor ontslagen vrouwelijke gevangenen, gevolgd door een bewaarschool waar men kinderen voor vroegtijdige verwaarlozing, met alle kwade gevolgen van dien, wil behoeden. Tot het belangrijkste werk van Fliedner behoort het vrouwelijk diaconaat dat hij als eerste organiseert en dat vorm kreeg in het diaconessenhuis (1836) in Kaiserswerth, dat het moederhuis van vele andere diaconessenhuizen wordt. Dat geldt ook voor Nederland, waar in Utrecht het eerste diaconessenhuis (1844) wordt opgericht. In 1837 neemt de energieke en wilskrachtige Friederike, naast haar taak als echtgenote, moeder en leidster van het bij de pastorie behorende kleine boerenbedrijf, de leiding van het diaconessenhuis op zich. Haar arbeid is veelomvattend. Naast de economische bedrijfsvoering en het personeelsbeleid is ze ook opvoedster en moeder van de intredende diaconessen en betrokken bij de verzorging en verpleging van de zieken. Bovendien reist ze ook nog naar andere ziekenhuizen om de daar werkzame diaconessen met raad en daad bij te staan. Vervuld van een diepe innerlijke vroomheid en bezield door dezelfde idealen als haar man, verricht ze haar werk met overgave en zelfverloochening.
STERFBED
Typerend zijn haar woorden op haar sterfbed tegenover haar man – ze is dan 42: ‘Ja, zelfverloochening, dat is het enige wat nodig is.’ Haar voorbeeld heeft vormend gewerkt. Als moeder van het diaconessenwezen neemt zij een ereplaats in de geschiedenis van de moderne ziekenverpleging in.
Dr. O.W. Dubois uit Berkenwoude is historicus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's