De kerk ontdekken
Al langere tijd wordt in de Protestantse Kerk het gesprek over het ambt gevoerd. Aan de ene kant kan de kerk het ambt niet missen, aan de andere klant is het ambt voor velen betekenisloos geworden. Omdat ambt voor een speciale roeping staat, schreef dr. A.J. Plaisier zeven brieven: aan de plaatselijke gemeente, de kerkenraad, de ouderling en diaken, de predikant, de leden van de classis, de bisschoppenconferentie en de missionaire werker/pionier. De komende weken drukken we deze af – behalve de voorlaatste –, waarna een antwoord uit de gemeente volgt. Vandaag als eerste de brief aan de lokale gemeente.
Ze zijn er al eeuwenlang in onze kerk: predikanten, ouderlingen en diakenen. Ambtsdragers, noemen we hen. Een tijdje geleden maakte ik een rondje langs een aantal kerkenraden om te vragen hoe het vandaag de dag met de ambtsdragers en hun ambt stond. Dat leverde veel mooie en ontroerende verhalen op. Maar ook verhalen van moeite en zelfs verdriet. Wat dat laatste betreft: in de synode hebben we het over ‘knelpunten en uitdagingen’ rond het ambt gehad. Dat zegt genoeg. ‘We hebben een nieuwe ambtstheologie nodig’, werd toen zelfs gezegd.
Dat laatste zou best kunnen, maar we kunnen het paard ook achter de wagen spannen. Volgens mij hebben veel vragen over ‘het ambt’ vooral te maken met de vraag wat eigenlijk een kerk, een gemeente is. Je kunt je wel druk maken over het ambt, maar wat helpt dat, wanneer we het zicht op wat een gemeente is kwijt zijn? Om het maar eerlijk te zeggen: ik heb het idee dat dit laatste een gevaar is dat niet denkbeeldig is. En daarom schrijf ik u deze brief. Ik beschouw deze brief zelfs als de basis voor alle brieven die ik over het ambt schrijf.
Er bestaat nog steeds een hardnekkig beeld om bij kerk te denken aan de organisatie, het gebouw, regelingen, financiën, enzovoort. Natuurlijk is een kerk ook een organisatie, maar daarmee heb je de kern niet te pakken. De kerk is in de eerste plaats een geloofsgemeenschap, een samenleving van zusters en broeder in Christus’ naam. Midden in de wereld bevindt zich een gemeenschap van mensen die leerling van Jezus zijn. De kerk is niet begonnen als organisatie maar als een levende gemeenschap. Lees maar wat er over de eerste gemeente in de Bijbel staat: ‘De leerlingen van Jezus … bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.’ (Hand. 2:42) Deze tekst helpt om de kerk onder het stof van de gewoonte tevoorschijn te laten komen. Het staat er met zoveel woorden dat die eerste kerk een geloofsgemeenschap is. Hoe die gemeenschap er precies uitzag, staat er niet bij. Wel horen er een paar dingen bij, die wezenlijk zijn, en waar een kerk mee staat of valt. Daarom leg ik die graag aan u voor. Er staat dat de leerlingen van Jezus trouw bleven aan het onderricht van de apostelen. Wat moet je je daar bij voorstellen? Bijvoorbeeld dit: één van de apostelen, Petrus, had net een preek gehouden over Jezus. Hij verkondigde dat Jezus aan een kruis was geslagen maar door God tot leven is gewekt. ‘Hij is door God als Heer en Messias aangesteld’. Dat raakte de toehoorders diep. Velen bekeerden zich en gingen in deze Jezus geloven. Zo is het nog steeds. Wat is de kerk? Dat is een dak boven het evangelie. Onder dat dak komen we samen om te horen wat nergens anders te horen is. Over Jezus, die bereid was aan het kruis te gaan, die is opgestaan en die ons raakt door de heilige Geest. We horen er woorden van apostelen en profeten die ons hart laten branden en die ons de schellen van de ogen doen vallen. Een kerk is eenvoudigweg een plaats om die woorden te horen en de betekenis ervan steeds dieper op je te laten inwerken. Dan wordt er ook gesproken over het breken van het brood. Wat een prachtige uitdrukking. De kerk is een plaats van ontmoeting en dat doe je bijvoorbeeld door samen ‘het brood te breken’, te eten dus. Met een heuse kookdominee in onze kerk komen we er steeds meer achter hoe belangrijk dat is. Je kunt bij die uitdrukking ook denken aan het heilig avondmaal. We delen brood en wijn en worden zo verbonden met het lichaam en het bloed van Christus. De Heer heeft ons deze unieke tekenen geschonken en Hij heeft ons aangemoedigd dit brood en deze wijn met elkaar te blijven delen tot de dag dat hij terugkeert. Voor het gevoel van veel mensen zijn we in onze protestantse kerken erg ‘praterig’. Rond de tafel van de Heer worden we stil. Daar geven we onszelf aan de Heer en daar ontdekken we elkaar opnieuw als broeders en zusters.
Ten slotte wordt het gebed genoemd. Ook dat is wezenlijk voor een kerk. Het is de plaats om je te concentreren op waar het ten diepste om gaat en je hart te openen voor God. In een hectische wereld waarin van alles op ons afkomt, ook in onze huizen, komen we bij elkaar om stil te worden voor God. Om God te aanbidden als de Eeuwige en Hem te danken voor al zijn goede gaven. Om te vragen om vergeving en vernieuwing. Om voor elkaar te bidden, soms heel persoonlijk, maar ook voor de mensen om ons heen, dichtbij en veraf.
Dit is kerk. Een geloofsgemeenschap die leeft door het evangelie, door de tekenen van Christus en door het gebed. Daar heb je nu een kerk voor nodig. Misschien moeten we die kerk opnieuw ontdekken. Vaak zien we door de bomen het bos niet meer. Dat veel mensen afknappen op de kerk, komt misschien omdat er veel organisatie is en weinig hart, veel instituut en weinig ziel. De kerk opnieuw ontdekken, dat is de kerk van een kerkdienst op zondagmorgen onder leiding van een dominee. Maar het is ook een gespreksgroep van jongeren die spreken over geloof en leven. Het is een groep gemeenteleden die in een koor zingen. Het is een huisgemeente waar de Bijbel wordt gelezen. Het een groep gemeenteleden die helpen bij de voedselbank. Dat alles kan overal: in kerken, in huizen, in zaaltjes, in een kroeg. De kerk heeft een hart en een ziel. Die kan overal kloppen. Het gaat erom die hartklop te horen.
Aan het slot van deze brief wil ik graag nog iets kwijt. Ik gaf eerder aan dat we het in onze kerk over de ambten hebben, over de predikant, de ouderling en de diaken. Het eerste echter dat je over het ambt moet zeggen, is dat elke gedoopte christen een ambt heeft. Dat noemen we in onze kerk het ambt van alle gelovigen. U bent geen onmondige gelovigen die worden bediend door ambtsdragers. Door de Geest weet u van God en bent u medewerkers van God. Priesters en koningen noemde Petrus de gemeenteleden (1 Petr. 2:9). En Paulus had het over de gaven van de Geest die aan iedereen worden uitgedeeld. Met die gaven dienen we elkaar. We troosten elkaar, bouwen elkaar op en helpen elkaar om samen gemeente te zijn, naar binnen en naar buiten. Er is dus een ambt van alle gelovigen. Vervolgens zijn er ook bijzondere ambten. Daar heb ik het nog wel in een andere brief over. Een aantal gemeenten ken ik van dichtbij, de meeste niet. Ik hoop dat u, ook als het tij tegenzit, met elkaar de kerk als geloofsgemeenschap opnieuw mag ontdekken. En dat u opnieuw het voorrecht ervaart van die gemeenschap een levend lid te mogen zijn. Ik wens u daarbij veel Geest en kracht toe.
Met vriendelijke groet,
DR. A.J. PLAISIER
‘Bedankt, maar schrijf eens wat vaker!’
DAG VAN GEWIJDE RUST
Eerst even dit: het is een boeiende brief die u aan de plaatselijke gemeente hebt geschreven. Mooi van opbouw, taal en toon. Een genoegen om te lezen, niet alleen vanwege die taal en toon, hoewel het er natuurlijk best toe doet hoe mensen worden aangesproken. Maar vooral door het bemoedigende karakter en de troost die eruit spreekt. Althans, zo ervaar ik dat. Het is gelukkig geen somberen geworden over wat was en niet meer is, maar een aansporing.
VEEL EERDER
Een mooie, bemoedigende brief dus, bij het lezen waarvan ik niettemin beslopen werd door de gedachte waarom die al niet veel eerder geschreven is? Waarom gewacht tot het moment dat het bijna een kwestie van ‘géén genade bij heel het volk’ is geworden? Naar uw eigen woord is er sprake van ‘een verlies aan besef wat een gemeente is’. Dat is toch niet van vandaag of gisteren? Begrijp me niet verkeerd, ik bedoel dat niet verwijtend. Maar dat herderlijke signaal – dat is uw brief toch? – dat we een stoffige gemeenschap geworden zijn die vaak uit gewoonte in plaats van naar gewoonte in de wereld leeft, had er best veel eerder mogen zijn.
KERK ALS DAK
‘Ik heb nog steeds een nauwe band met God, maar met de kerk heb ik niks. Van de kerk als instituut heb ik afscheid genomen. Niet van het geloof.’ Citaat uit een column van Aad Kamsteeg in het ND van maandag 1 september. Het onderstreept uw constatering dat het besef wat een gemeente is, aanzienlijk aan betekenis heeft ingeboet. De kerk als huis voor de geloofsgemeenschap, als plaats om te luisteren en te blijven luisteren naar wat God door de verkondiging van apostelen en profeten ook in de 21e eeuw tot ons te zeggen heeft, de kerk als ‘dak boven het evangelie’, dat wordt door velen allang niet meer ervaren. De kerk wordt, vrees ik, veel meer beschouwd als het ‘bedillerige instituut’ met regels en regeltjes, van (soms) starre vormen waarvan herkomst en zin niet meer herkend worden.
GELOOFSGEMEENSCHAP
Een nauwe band met God, maar niks met de kerk hebben, kan dat? Met de moderne mogelijkheden van vandaag wordt een wereld aan kennis, exegese, meningen, waarheden en leugens ontsloten. Je hoeft om te leren en te luisteren niet per se in de kerk te zitten. Dat kan overal en op elk moment van de dag en de nacht. Iedereen is met alles en iedereen verbonden via digitale snelwegen. Dat biedt ongekende mogelijkheden, maar ook risico’s. Al die mogelijkheden kunnen niet de kerk als geloofsgemeenschap vervangen. Dat is en blijft de plek waar we zondag aan zondag mogen opademen onder de verkondiging; dáár vernemen we wie wij zijn en wie God in Christus voor ons wil zijn. Dáár ervaren we dat we geen gemeenschap van individualisten zijn die geen boodschap aan elkaar hebben, maar mensen die zich verankerd weten op het fundament Jezus Christus. Dáár (aan) bidden we, zingen we, delen onze vreugden en onze zorgen met God en met elkaar. Hoe waardevol en onmisbaar, hoe troostend en vormend dat is, ervaar je pas goed als je er door omstandigheden soms niet kunt zijn.
PRATERIG
De kerk als instituut, ach, dat is soms nogal tobben. We zijn als protestanten voor het gevoel van veel mensen erg ‘praterig’, schrijft u. Daar valt weinig op af te dingen. We praten ons de ene kwestie uit en de andere in; we hebben overal een mening over en willen dat graag laten weten. Dat mag allemaal, die ruimte moeten we elkaar gunnen. Je hoeft niet allemaal hetzelfde te vinden, te voelen, te ervaren. Als we maar nooit uit het oog verliezen dat we gemeente van Jezus Christus zijn, gehouden elkaar in liefde te aanvaarden, omdat Hij ons eerst en zo uitnemend heeft liefgehad en nóg liefheeft!
Ten slotte: overal waar mensen samenkomen, de Bijbel lezen, zingen, bidden, eten, delen, leren in Zijn naam, daar is de kerk, schrijft u. Helemaal waar. Maar ik dank God voor die speciale dag van gewijde rust, waarin we in Zijn huis bijeenkomen, stil mogen worden om Zijn stem te horen. En ik dank Hem ervoor tot een gemeente te mogen behoren waarin ik die wezenlijke aspecten die u noemde herken: trouw aan het Woord, trouw in de gebeden, oog en hart voor elkaar en voor de wereld. Bedankt voor uw bemoedigende brief. Schrijf eens wat vaker!
COR VAN GRONINGEN
Gespreksvragen
De volgende gespreksvragen zijn bedoeld om het gesprek in de gemeente over deze brief te stimuleren:
• Een kerk is een geloofsgemeenschap en geen instituut. In de brief staat dat we die geloofsgemeenschap weer opnieuw moeten ontdekken. Deelt u die mening?
• Er worden drie kenmerken van de gemeente genoemd: trouw aan het onderricht van de apostelen, het breken van het brood en het gebed. Op welke wijze krijgen deze kenmerken in uw gemeente vorm? Staat een van de kenmerken in uw wijze van gemeente zijn meer centraal? Is er een kenmerk waarvan u het als gemeente lastig vindt om er inhoud of betekenis aan te geven?
• In de brief staat dat elke gedoopte christen een ambt heeft. Leeft in uw gemeente het besef dat alle leden als gedoopte mensen in het ambt staan? Kan het zijn dat de kerk te veel als serviceinstituut wordt gezien, waardoor dit aspect te weinig uit de verf komt?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's