De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

Over Jom Kippoer, ‘de dag die bijna alle Joden in hun agenda vrijhouden’, een fragment uit Rond de Bron, uitgave van het Cheider, een orthodox-joodse scholengemeenschap te Amsterdam.

Het begint allemaal met de zonde van het Gouden Kalf. Mozes beklimt hierna de berg Sinai om vergiffenis te vragen en om nieuwe stenen tafelen voor ons volk te verwerven. (…) Wie vandaag Jom Kippoer wil beleven, kan dat eigenlijk alleen maar in de synagoge doen. En daarom worden er diensten georganiseerd waar het maar mogelijk is. In vele plaatsen waar de synagoge niet meer regelmatig wordt gebruikt, is zij op Jom Kippoer open en vol. De voorgangers worden van heinde en ver gehaald, de bezoekers ook, want met Jom Kippoer wordt er gebeden! De dag begint met het vallen van de avond. Thuis heeft men een afsluitende maal gegeten en de kinderen uitgebreid gezegend. Op tijd verlaat men het huis, de synagoge stroomt vol. Men draagt mooie kleren, veel mannen dragen een wit gewaard en een muts. Ook de kleden die in de synagoge liggen op de plaats waar de voorganger staat, voor de heilige ark, is wit. Wit is de kleur van de dood. Want op Jom Kippoer confronteert de Jood zich met zijn leven – en daar hoort de dood nu eenmaal bij. Het gebedskleed – het Tallith – wordt voor het ondergaan van de zon aangedaan. De stemming is ernstig, afwachtend. Over enkele ogenblikken begint Kol Nidré. Kol Nidré, een tekst die wereldberoemd is door de melodie (op youtube te horen en zien), is de opening van de dag. Met snikkende stem verklaart de voorganger dat eventuele beloftes die wij niet zijn nagekomen, tegenover G’d, onze medemens of onszelf, als ‘niet gemaakt’ beschouwd moge worden. Voordat we onze schulden kunnen blijden, moeten we eerst betrouwbaar zijn, anders maakt het immers toch niet uit wat we wel of niet zeggen.


Uit het boek Ridders, priesters en predikanten in Schelluinen van Huib J. Zuidervaart een fragment over de remonstrantse predikant Arnoldus Geesteranus (1593-1658).

Arnoldus was de zaak der remonstranten toegedaan, maar hield dat verborgen, vooral omdat zijn vader als ‘contraremonstrant’ in theologisch opzicht een verklaard tegenstander was. Voorzien van goede getuigschriften was Arnoldus aanvankelijk ‘suijver in de leer’ bevonden, ook aangaande de ‘hedendaechse controverse questiën’. Ironisch genoeg was de later als Utrechtse hoogleraar zo bekend geworden felle contraremonstrant Gijsbertus Voetius een van zijn examinatoren bij dit kerkelijk examen. Maar toen Arnoldus en zijn oudere broer Cornelis twee jaar later – in oktober 1619 – de zojuist vastgesteld formulieren van de Dordtse Synode werden voorgelegd, weigerden zij die te tekenen. De Dordtse Synode had echter ook bepaald dat alle weigerachtige remonstrantse predikers uit hun ambt zouden moeten worden ontzet. Ondanks hun beider protest – en tot ontzetting van vader Jodocus – verloren beide broers daarop hun standplaats. In de stukken betreffende deze afzetting werd nog aangehaald dat de vorige predikant van Schelluinen, ‘Huberto saliger’, een duidelijke contraremonstrant was geweest, en dat de ‘gemeijnte van Schelluijnen’ diens koers wenste voort te zetten. Maar niettegenstaande ‘de trouw waarschouwinge ende afmaninge sijns vaders’ had Arnoldus zijn remonstrantse opinie ‘op den predickstoel tot Schelluijnen’ uitgedragen. Hij werd daarom onwaardig bevonden om zijn ambt nog langer te bekleden. En om er zeker van te zijn dat Geesteranus’ remonstrantse sympathieën bij de enige andere intellectueel van het dorp, de Schelluinse schoolmeester ‘Jan’, geen navolging had gekregen, werd voor de zekerheid ook van deze meester gevraagd om de Dordtse geschriften te ondertekenen. (…) Arnoldus, die zich bij de remonstrantse predikanten had aangesloten en ondertussen een zwervend bestaan leidde, werd in 1624 in Amsterdam opgepakt en ‘voor eeuwig’ op slot Loevestein gevangen gezet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's