Globaal bekeken
Uit het recent verschenen boek De woordenaar. Christoffel Plantijn, ’s werelds grootste drukker en uitgever (1520-1589) van Sandra Langereis twee passages over de uitgave van de Hebreeuwse bijbel in de zestiende eeuw:
• In 1533 werd in Rome de Hebreeuwse bijbel met alles wat daaraan was gerelateerd bij pauselijk decreet blasfemisch verklaard. Agenten van het pauselijke inquisitiebureau kregen opdracht om al het Hebreeuwse religieuze drukwerk op te sporen en te vernietigen. Tijdens onaangekondigde huiszoekingen haalden ze niet alleen uitgeverijen en boekwinkels, maar ook synagogen en burgerhuizen leeg, om in de herfst van 1553 gigantische boekverbrandingen aan te richten op de Campo di Fiori in Rome, op het Piazza San Marco in Venetië, en in vele andere Italiaanse steden. De markt kwam toen open te liggen voor uitgevers boven de Alpen. (…) Een op het christelijke lezerspubliek gerichte bijbeleditie met stukken en vertalingen uit de Hebreeuwse bijbel was beslist verdacht. Maar een volledig Hebreeuwstalige bijbel, bedoelde voor de joodse markt en onleesbaar voor het christelijk publiek, trok niet per se de aandacht.
• Het meest opvallende aan de uitgave van de Hebreeuwse bijbel is dat Plantijn die in één keer in een werkelijk extreem grote oplage op de markt heeft gebracht.(…) De oplage van de Hebreeuwse bijbel overtrof ruimschoots die van die andere uitzonderlijk grote oplage in Plantijns uitgeversfonds, 3000 exemplaren van de Franstalige psalmenberijming van Marot en Bèze. in de jaren 1565-1566 drukte Plantijn de Hebreeuwse bijbel in drie verschillende formaten, geschikt voor iedere beurs: 9100 exemplaren in kwarto, 5400 exemplaren in octavo, en 5200 exemplaren op zakformaat: 19.700 exemplaren in totaal.
Gerco van den Berg uit Stolwijk gaf in eigen beheer (Sportlaan 41, 2821 XC Stolwijk) een beperkte uitgave van zijn masterthesis met een voorwoord van prof.dr. G. van den Brink uit over ‘de tijdsduur van de scheppingsdagen’, waarin de visies van A. Kuyper, H. Visscher, J. Severijn, G. Boer en J. van der Graaf in afzonderlijke hoofdstukken langskomen. Uit het hoofdstuk van ds. G. Boer:
Eerst naar aanleiding van Genesis 1:3-6 met betrekking tot Gods scheppend handelen. Daar is Boer in eerste instantie zeer kort van stof als hij over de tijdsduur van Gods scheppend handelen in Genesis 1 zegt dat dit ons niets aangaat. Maar bij de behandeling van Genesis 1: 14-20, waar het gaat over de schepping van zon, maan en sterren, gaat hij vervolgens toch wel wat verder in op het aspect van de tijdsduur. Tot dusver was er volgens Boer nog geen sprake van ordening van dag en nacht en derhalve was er nog geen sprake van een tijdrekening zoals wij die nu kennen. Met ingang van de vierde dag veranderde dat echter. Er is hier volgens Boer duidelijk sprake van een andere scheiding van dag en nacht dan in de verzen 4 en 5. Letterlijk zegt hij: ‘Daar (vers 4-5) was het de scheiding tussen de goddelijke scheppingsdag en de daarop volgende nacht. Hier (vers 14-18) is het de scheiding van dag en nacht op aarde.’ Vervolgens duidt hij dit gebeuren nog preciezer als hij schrijft: ‘Zon, maan en sterren worden in gang gezet. De wonderbare wenteling gaat beginnen. Gods hand gaat over al dit beweeg. Aarde, maan en sterren gaan hun loop beginnen, hun banen beschrijven en de kringloop van dagen, maanden en jaren inzetten. (…) In deze beweging is de orde van dag en nacht verankerd. (…) God rijgt de weken en maanden aaneen. Hij bepaalt de samenhang van maan en maand.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's