De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gekozen en geroepen

Bekijk het origineel

Gekozen en geroepen

10 minuten leestijd

Na brieven aan de plaatselijke gemeente en aan de kerkenraad schreef dr. A.J. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk, de ambtsdrager. Dit in het kader van het kerkelijk gesprek over het ambt. Ouderling M. Lekkerkerk uit Monster reageert.

Beste ambtsdrager,

U krijgt deze brief als een van de vele gemeenteleden in onze kerk die ja heeft gezegd op de vraag om ambtsdrager te worden, ouderling, diaken of ouderling-kerkrentmeester. Gelukkig zijn er steeds weer mensen, waaronder u, bereid zich voor een langere tijd te binden. Dat is niet niets in onze snelle tijd, waarin alles voor even is. U doet uw werk voor minimaal vier jaar. Dat kan zelfs uitlopen op twaalf jaar. Er gaan stemmen op om die termijnen van vier jaar los te laten. Zo’n termijn zou niet meer realistisch zijn en zou gemeenteleden afschrikken. Dat lijkt een oplossing voor een probleem maar ik vind dit geen goed idee. De kerk heeft mensen nodig die zich voor langere tijd aan een ‘dienst’ willen binden. Spontane actie is goed, maar ook continuïteit is nodig. Bij een ambt hoort die continuïteit. Alleen zo ben u als ambtsdrager herkenbaar voor de gemeente en kan er sprake zijn van vertrouwen. Alleen zo groeit u in het werk en leert u met de andere ambtsdragers wat het betekent om ‘toe te zien’ op de gemeente.

Daarbij besef ik dat het heel wat is om deze binding aan te gaan. Ouderling, diaken of ouderling-kerkrentmeester zijn is intensief werk en vraagt veel van je en dat dus voor langere tijd. Niet dat het een soort straftijd is. Integendeel, in de gesprekken die ik enige tijd geleden voerde met een aantal kerkenraden, hoorde ik veel ambtsdragers met voldoening spreken over hun werk. Voor ouderlingen zit dat vaak in het bezoekwerk. Voor diakenen in het verlenen van materiële steun. Voor ouderling-kerkrentmeesters in de zorg voor bijvoorbeeld het kerkgebouw. Regelmatig hoorde ik over de saamhorigheid in een kerkenraad en het goede gevoel dat je het samen doet. Het offer van tijd en energie dat je geeft, doet je ook veel ontvangen. Tegelijk is mij opnieuw gebleken dat het geen gemakkelijk werk is. Je kunt er aan slijten. Het kost veel tijd. Soms gaat dat ten koste van de tijd die je graag bijvoorbeeld in je gezin zou doormaken. Bovendien is een kerkenraadsvergadering niet altijd een avondje uit. Er komt van alles op je af. Soms heb je het gevoel dat je het nooit goed doet. Soms kunnen er in een kerkenraad spanningen ontstaan. Misschien voel je persoonlijk de druk van het ledenverlies van de gemeente. Misschien lig je ’s nachts wakker van de vergadering die je net hebt meegemaakt. Het is goed om dit naar elkaar uit te spreken. Het is ook goed om te benoemen dat het werk inderdaad een offer is. Dat is kennelijk de kostprijs die hoort bij de toewijding aan God en de gemeente. Een offer kan zeer doen, maar je brengt het wel uit liefde. Van Jezus kunnen we leren dat het in ons werk niet gaat om succes of welbevinden, maar om de liefde. In navolging aan hem mogen wij ons offer brengen, in het geloof dat God dit zal aanvaarden en gebruiken.

U doet dit werk niet zomaar. U bent gekozen en gevraagd. Dat is gebeurd door de gemeente, door de gemeenschap van broeders en zusters. Die heeft uw gaven, uw inzet en uw trouw gezien. Je zou kunnen zeggen: het is een verkiezing ‘van onderop’. De kerk is geen democratie, maar wel volk van God dat in vrijheid keuzes maakt en in vrijheid mensen verkiest tot ambtsdragers. Omdat de gemeente u heeft gekozen, bent u ook in het midden van de gemeente bevestigd. Zo werd zichtbaar dat aan u dit ambt werd toevertrouwd. Toevertrouwen is mooi. Het is iets actiefs, het geeft ruimte, het is royaal en loyaal. Vertrouwen geven is kostbaar in een tijd van wantrouwen en afrekencultuur. Wij leven in een cultuur waarin je je maar voortdurend moet verantwoorden en je je elke dag moet bewijzen. Gezag staat op voorhand onder verdenking. Die cultuur houdt geen halt bij de deur van de kerk. De christelijke gemeente zal daar weerstand aan moeten bieden. Ze is geroepen een tegencultuur te vormen waar vertrouwen wordt gegeven en waar gemeenteleden ambtsdragers steunen, niet in het minst door voor hen te bidden. Zonder deze steun en dit vertrouwen kunt u uw werk niet doen. Tegelijk is dat vertrouwen een stimulans om uw werk naar eer en geweten te doen. Je hoeft je niet voortdurend te legitimeren, maar je doet wel je best het geschonken vertrouwen niet te beschamen.

U doet dit werk niet zomaar. De gemeente heeft u gekozen. In het dienstboek van onze kerk staat er nog iets bij. Daar wordt gezegd: ‘Gelooft u dat u in uw verkiezing door deze gemeente door God zelf tot deze dienst geroepen bent?’ Een verkiezing gebeurt door de gemeente, ‘van onderaf’. Tegelijk is het ook een verkiezing ‘van bovenaf’ Daarom klinkt het: ‘door God zelf geroepen’. Ik hoor soms ambtsdragers zeggen: ‘Dat is wel erg hoogdravend; ik word gevraagd en dan doe ik het, maak er niet meer van.’ Bescheidenheid is goed, maar als we de roeping door God schrappen, dan wordt de kerk menselijk, al te menselijk. Die roeping zet ambtsdragers echt niet op een voetstuk. Immers, de hele gemeente wordt door God geroepen. Elke gelovige wordt geroepen een ambt te dragen. God roept echter ook een aantal mensen voor een bijzondere dienst. Omdat het om een dienst gaat, heeft het niets met een voetstuk te maken. Wel is het een dienst in Gods naam. Dat geeft vrijmoedigheid en vertrouwen. Zoals een ouderling het me onlangs zei: ‘Dit werk doe ik omdat God het van me vraagt. Ik geloof dat Hij me er ook steeds de kracht voor zal geven.’

Als ambtsdrager ben je ouderling, diaken of ouderlingkerkrentmeester. Ik hoorde in de gesprekken met kerkenraden dat velen het als een meerwaarde ervaren hun werk voor de kerk te doen juist als ambtsdrager. In ons kerkelijk spraakgebruik kennen we de uitdrukking gedragen door het ambt. Ik merk dat dit vooral bij ouderlingen in het pastoraat een rol speelt. Je komt bij mensen over de vloer als ouderling, en niet zomaar als privépersoon. De ander weet dat persoonlijke zaken veilig zijn vanwege je belofte tot geheimhouding. Je spreekt een gebed uit of leest uit de Bijbel, wat je misschien los van je ambt niet zo gemakkelijk zou durven.

Ook voor de ouderling-kerkrentmeesters is deze meerwaarde er. Je bent heel nuchter bezig met financiën. Dat je dat als ambtsdrager doet, maakt duidelijk dat ook dit een echte dienst is aan God en de gemeente. Geld zingt niet los van geloof, hoop en liefde. En daarom weekt de ouderling- kerkrentmeester niet los van de roeping van de kerkenraad om geestelijk leiding te geven.

Dat geldt eveneens voor de diaken. Je doet dit vanuit de dienst aan de tafel van de Heer. Diaken zijn is meer dan geld voor goede doelen bij elkaar halen. Je weet je ingeschakeld in het werk van de barmhartigheid, in navolging van Christus. Je doet een appèl op gemeenteleden in Christus’ naam. Ook al is de meerwaarde van het ambtsdrager zijn niet altijd exact onder woorden te brengen, hij is er wel.

Ik wens u bij uw ambtswerk vreugde en kracht toe en bovenal Gods zegen.

Met vriendelijke groet,

A.J. PLAISIER


Van ambtsdrager wordt zelfverloochening gevraagd

Liefdedienst

Geachte dr. Plaisier,

Middels uw brief aan ouderlingen en diakenen wilt u het gesprek op gang brengen over diverse wezenlijke en existentiële aspecten van het ambt. Een bemoedigend initiatief. Hiervoor wil ik allereerst mijn waardering uitspreken.

BRIEFJE

In uw brief spreekt u over de roeping tot het ambt ‘van onderaf ’ door de gemeente. Als het hierbij blijft zou het al te menselijk worden in de kerk. Terecht haalt u de zinsnede uit het formulier aan dat ‘wij geloven (of: in onze harten voelen) dat we door God Zelf geroepen zijn’. Mensen maken rond de verkiezing tot het ambt soms de opmerking dat er ‘geen briefje uit de hemel komt’. Het zal waar zijn, maar toch zitten ze er met hun goedbedoelde opmerking naast, want wij hebben het profetische Woord dat vast en zeker is en we doen er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opgaat in ons hart. Juist vanuit het Woord en de Woordverkondiging ontvangen we helderheid op de beslissing die we moeten nemen. Waar komt de draagkracht vandaan als we het ambt op andere gronden aanvaarden? En hoe kunnen we Gods beloften van genade aan gemeenteleden aanbevelen als we zelf niet van het Woord leven?

Zo worden de verkiezing door de gemeente én de roeping door God een gouden fundament voor het ambtswerk.

ONBEPAALDE TIJD

U spreekt vervolgens over de continuïteit van het ambtswerk en onderbouwt uw bezwaar van kortere ambtstermijnen dan vier jaar. Het is inderdaad geen goed idee om de termijn in te korten. Er komen meer wisselingen, wat zeker in het pastoraat niet gewenst is. Daarnaast levert het instabiliteit in de kerkenraad op. De praktijk leert dat je minstens een jaar nodig hebt om goed in te werken. Zijn vervolgens alle vacatures weer bijtijds in te vullen? Levert dit mogelijk niet meer belasting op voor de overige kerkenraadsleden? Overigens is de gedachte voor een kortere termijn opmerkelijk. Maatschappelijk gezien streven we naar een dienstverband voor onbepaalde tijd. Zouden we dan in de dienst van Christus een jaarcontract voorstaan?

GEHOORZAAM

U gaat ook inhoudelijk op het ambtswerk in. De door u genoemde voorbeelden zijn herkenbaar. Er komt veel op de gemeente af en daardoor lijkt de gemeente steeds meer in beweging. De lijst waarmee de ambtsdrager geconfronteerd wordt, is nog wel uit te breiden met liturgische, ethische, praktische en maatschappelijke zaken. Was crisispastoraat vroeger iets voor de predikant, nu komt ook de ouderling ermee in aanraking. Dit vraagt om gedegen bezinning en soms lastige keuzes. Hoe nu te handelen? Praktisch? Democratisch (want iedereen wil het!)? Dit lijkt me een glibberig pad. Of buigen we ons onder het gezag van Gods Woord en volgen we Hem? Deze opstelling vraagt om zelfverloochening. Regelmatig gaan de heersende gedachten tegen Gods Woord in en schaden Zijn eer. Dat beschadigt de gemeente en juist daar drukt de verantwoordelijkheid van het ambt. We zijn immers wachters op de muur.

DIENST

In uw brief komt meerdere keren het woord ‘dienst’ voor, waarmee onze houding geschetst wordt. Mensen worden ingeschakeld om dienstbaar te zijn in Gods Koninkrijk en om het Evangelie van genade door te geven. Johannes de Doper zegt kernachtig: ‘Hij moet meer worden, ik echter minder.’ En Paulus probeert de mensen tot het geloof te bewegen, omdat hij de vrees voor de Heere kent. De apostel schrijft Timotheüs dat hij een dienaar van het Evangelie is geworden en daardoor lijdt, maar zich niet schaamt, want, zegt hij, ik weet Wie ik geloofd heb en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand dat bij Hem weggelegd is te bewaren tot die dag (2 Tim.1:8-12). Zo is deze dienst geen offer van een inleenkracht, maar een liefdedienst vanwege de gemeenschap met Christus, Die Zelf als de Zoon gehoorzaamheid heeft geleerd uit wat Hij heeft geleden en is voor allen die Hem gehoorzamen een oorzaak van eeuwige zaligheid geworden. Al lijkt het dat we vanwege het dienstwerk slijten, juist in Zijn Woord vinden we houvast en daar klemmen we ons ondanks alles aan vast. Hij is getrouw en waarachtig. Hem is gegeven alle macht, zowel in de hemel als op de aarde. Staand op dit fundament en puttend uit deze bron blijven we op onze post, totdat we afgelost worden.

Gods genade toegewenst,

MARIEN LEKKERKERK

M. Lekkerkerk is pastoraal ouderling in de hervormde gemeente Monster.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gekozen en geroepen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's