Noodzaak van herdenken
In de week waarin de seculiere kranten volstaan met de opkomst van het Halloweenfeest in Nederland – een verwijzing naar All Hallows Eve, de avond voor Allerheiligen – werd er in de christelijke aandacht besteed aan de Reformatie van 1517. Hoe een Reformatieherdenking toegaat werd fijntjes beschreven in het hoofdredactionele commentaar van het Reformatorisch Dagblad.
REFORMATORISCH DAGBLAD
Hervormingsdag is traditioneel ook een dag die gevierd wordt in een klein oecumenisch verband. Niet zelden zoeken kerkelijke gemeenten van gereformeerde snit elkaar op om gezamenlijk een dienst te beleggen om dat te herdenken wat in 1517 in gang werd gezet. De bijdragen worden netjes verdeeld over de organiserende kerkverbanden. De één opent de avond, de ander houdt de meditatie en de derde sluit. Waarna gezamenlijk uit volle borst enkele coupletten van het Lutherlied worden gezongen. Niets mis mee, met zo’n oecumenische bijeenkomst. Wel is het opvallend dat de zondag ná de 31e oktober van ook maar de minste oecumene tussen hen die op Hervormingsdag nog gebroederlijk onder één kerkelijk dak zaten weinig te merken is. De kerkelijke ramen en deuren zijn weer zorgvuldig gesloten en van herkenning lijkt geen sprake. Om over vormen van samenwerking, laat staan over eenheid, niet meer gesproken wordt. (…) In 2014 wordt het Lutherlied nog wel samen gezongen. Maar verder komt het vaak niet. (…) Het is zeker waar dat een eenheid zonder waarheid niet Bijbels is. Een eenheid die wezenlijke zaken aan de kant schuift omwille van die eenheid, is niet de oecumene die de reformatoren voorstonden. Niet minder is het waar dat we tegenwoordig soms wel zeer eenzijdig de nadruk leggen op de waarheid, waardoor er niet eens ruimte is om over eenheid te spreken. De Bijbel speelt waarheid en eenheid – vrede– niet tegen elkaar uit, maar verbindt ze. ‘Hebt dan de waarheid en de vrede lief’ (Zacharia 8:19).
Dit type van herdenken kan in het slechtste geval iets krijgen van een kranslegging bij het monument van de Reformatie. Prof. H.W. de Knijff schreef ooit in een artikel – onder verwijzing naar de eerst brief aan de Korinthiërs – dat christelijke waarheid in het Nieuwe Testament geen waarheid is die we op een bord kunnen schrijven, het is een waarheid die zich gemeenschapstichtend en genezend doorzet. Eenheid is ten diepste een kenmerk van waarheid. Daarom kan het niet bij een ‘kranslegging’ blijven.
FRANKFURTER ALLGEMEINE ZEITUNG
Overigens wordt ook in Duitsland doorgaans aandacht besteed aan Reformationstag. Op de publieke omroep was er weer een rechtstreekse kerkdienst te zien en in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, een van de kwaliteitskranten, schreef prof.dr. Hartmut Lehmann (27/10) een belangrijk en zeer kritisch stuk over de beoogde herdenking in 2017. Dr. Lehmann maakt zich bezorgd over de zijns inziens geïsoleerde opzet voor de herdenking van 500 jaar Reformatie door de Evangelische Kirche in Deutschland (EKD). Hij vindt dat de kerk zich moet bezinnen op het feit dat de herdenking in een multiculturele en geseculariseerde samenleving plaatsvindt. Een standpunt dat ook in Nederland te denken kan geven. Hoe kan men aan Luther herinneren, wanneer nog maar krap een derde deel van de bevolking tot een van de protestantse kerken behoort en minder dan vijf procent van dit derde deel op een of andere manier aan het kerkelijk leven deelneemt?
REFORMATORISCH DAGBLAD
Een andere historicus, docent dr. Bart Jan Spruyt, schrijft in zijn maandelijkse column in het Reformatorisch Dagblad over het belang van het herdenken van hen die ons zijn voorgegaan. Allerheiligen en Allerzielen (1-2 november) zouden ons moeten opwekken tot een cultuur van herdenken.
Ik heb het altijd wat ongemakkelijk gevonden dat onze herdenking van de Reformatie in dezelfde week valt als Allerheiligen en Allerzielen. Allerheiligen, op 1 november, is een feestdag waarop de nagedachtenis aan alle heiligen en martelaren van de kerk wordt gevierd. Een dag later is het dan Allerzielen, de dag waarop overledenen worden herdacht en er voor hun zielenheil wordt gebeden. Terwijl wij een hervorming en scheuring vieren, denkt de wereldkerk aan álle heiligen en martelaren en álle overledenen. Nu wil ik geen pleidooi voeren voor het afschaffen van Reformatieherdenkingen. (….) Ook ben ik niet voor de introductie van Allerheiligen en Allerzielen in de protestantse kerken van Nederland. Maar toch drukt deze samenloop van herdenkingen en feestdagen ons met onze protestantse neuzen op een bepaalde schraalte.
In de week voor de herfstvakantie was ik met een groep vwo’ers in Rome. We zijn daar onder andere in de Kerk der Friezen ontvangen door een man die bepaald indruk op mij heeft gemaakt: pater Tiemen Brouwer, de rector van deze kerk. Hij gaf een lezing over de boeiende geschiedenis van zijn kerk en beantwoordde daarna vragen van leerlingen. Die gaan steevast over de verschillen tussen katholiek en protestant, en dit keer ook over de heilig- en zaligverklaring van bepaalde mensen. Wat of de pater daar nu toch van vond. Brouwer antwoordde dat de kern van die verklaringen voor hem bestond in het vragen van aandacht voor de persoon en de voorbeeldige levenswijze van christenen uit een recent en verder verleden. Aan hun bestaan wordt weer herinnerd. Zij worden in het heden weer present gesteld. En kunnen christenen anno 2014 corrigeren en inspireren. Ik vind dat een mooie en behartigenswaardige gedachte. Iedere zondag belijden wij ons geloof met „de kerk van alle eeuwen en alle plaatsen.” Een prachtige formulering. Maar wat weten wij er eigenlijk van, van die kerk van alle eeuwen en plaatsen? Er is niets in ons kerkelijk jaar dat ons dwingt om ons in ons eigen verleden te verdiepen. Dat wil zeggen: het herdenken is in ons kerkelijk leven niet geïnstitutionaliseerd. Ikzelf tenminste, heb bijvoorbeeld op de eerste zondag na 27 juni nog nooit een preek gehoord waarin, vanuit de geschiedenis van Stefanus uit Handelingen, alle martelaren van de kerk worden herdacht. We doen maar wat; of niks.
Er zijn in het verleden wel pogingen gedaan om deze schraalte in de protestantse traditie te corrigeren. De fijnzinnige kerkhistoricus Willem Moll (1812-1879) stelde bijvoorbeeld een ”Kalender voor de Protestanten in Nederland” samen, met voor elke datum de naam van een figuur uit de kerkgeschiedenis die kon worden herdacht. Maar dat voorbeeld heeft niet veel navolging gevonden. (…) En dat is jammer. In de eerste plaats omdat het belijden in gemeenschap met de kerk van alle tijden en alle plaatsen als het goed is geen lege frase in ons geloofsleven is. Er is een gemeenschap der heiligen die zich ook uitstrekt tot degenen die al ontslapen zijn. Ds. W. Chr. Hovius heeft daar eens over geschreven; ds. Doornenbal ook, naar aanleiding van zijn ontmoetingen met de predikanten Rustige en Zwoferink. Die gemeenschap blijkt ook uit teksten zoals Hebreeën 12:22-23 en Zacharia 3:7. Een traditie van herdenken van alle heiligen, martelaren en zalig ontslapenen is om meerdere redenen ook profijtelijk. In de eerste plaats omdat wij dan zullen zien dat er –in alle veelkleurigheid en veelvormigheid van het verleden van de kerk– een kern is, een oecumene van het hart, die alle verschillen uiteindelijk tenietdoet. Dat is de kern van zonde en genade. „God giet de olie van Zijn genade alleen in een gebroken vat”, schreef Bernard van Clairvaux (1090-1153), reeds lang voor Luther. Kennis van het verleden kan ons, ten tweede, ook behoeden voor een bepaalde leerheiligheid. In allerlei discussies over de heilsorde kan het er nogal eens wat scherpslijperig aan toegaan. We zouden daardoor bijna vergeten dat de verwoording van de kern van het geloof heel divers kan uitvallen, zonder dat we daardoor de oprechtheid van iemands geloof en bekering zouden mogen betwijfelen. Twee zielen kunnen, bijvoorbeeld, de “toeleidende weg” anders uitleggen, terwijl de wortel der zaak in hen beiden wordt gevonden.
Het pleidooi van dr. Spruyt doet weldadig aan en past in een lange traditie. De Reformatie brak weliswaar met alle heiligenverering, al snel verschenen er boeken waarin de gedachtenis aan christelijke martelaren levend werd gehouden. Bij ons thuis hadden we in ieder geval ook zo’n boek. De traditie die voortkwam uit de Reformatie heeft ook altijd erkend dat bepaalde personen een belangrijke rol hebben gespeeld in het bevrijdende handelen van God. De Utrechtse Domkerk kent al vele jaren een lijst van geloofsgetuigen waarop niet alleen namen van apostelen en profeten voorkomen, maar ook die van H.F. Kohlbrügge, Jacobus Revius, Gisbertus Voetius en Maarten Micron naast Dag Hammarskjöld, Martin Luther King en Henriëtte Roland Holst. ‘Zij spreken en getuigen nog om ons geloof te sterken’ (Gez. 103). Daarin kunnen we ook betrekken de namen van hen die op de laatste zondag van het kerkelijk jaar zullen worden genoemd in veel kerken.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's