Globaal bekeken
In Protestants Nederland gaf de heer L. F. Kosten aandacht aan vier gedichten van Willem de Mérode, onder de titel De Merodes kritiek op reformatoren, in onderscheiden toonzetting.
Luther
Hij was en bleef een driftgebonden boer,
die zingen kon zodat het klooster
dreunde.
’s Avonds sloeg hij verwoed op schonk
en schoer,
en niet de duivel, maar hij brulde en
kreunde
Tussen zijn lachlust en bezetenheid,
dit felle en onverhoeds vagebonderen,
is jarenlang hij slingerend geleid,
totdat hij zweeg voor ’t aangezicht des
Heeren.
Hij voelde door zijn afgebeulde bloed
Gods vrijmacht van genade zuiverend
stromen;
hij, een nieuw schepsel, profeteerde en
zong,
en heeft met de oude drift en nieuwe
moed,
de kamp met kerk en keizer opgenomen,
omdat de Heer hem op de knieën
dwong
Calvijn
Hij met de doodskop en fanatisch boos
van baard en ogen, kon geluk ontberen.
Waarom de soevereiniteit des Heeren
juist hem tot feilloos treffend wapen
koos?
Hij wierp zich ziende in het grondeloos
diep van Zijn eeuwige genaverbonden;
verheffend bovenal en voor altoos
Gods Eer, Wiens heiligheid hem had
verslonden.
Hij werd het hoofd der ijzren hiërarchie.
Zijn grondwet van het koninkrijk der
heemlen
beheerste onwrikbaar streng geloof en
leven. Tiran, bestreed hij elke tirannie, en dwong,
wanneer vijanden rondom weemlen,
de Heer ten strijd,
en liet de wereld beven.
Zeventiende-eeuwse predikanten
Zij waren hard, en sloegen op het Boek,
Wanneer de superstitie der papisten
hem driftig maakte;
en wee de ongodisten
onder de gepredestineerde vloek.
Hanteerden zij het geesteszwaard zeer kloek,
zij troostten en verkwikten meer, en wisten
de zoetheid van ’t Verbond:
’t eeuwige besliste besluit,
na diepgaand biddend onderzoek.
Zij waren hard;
zij hadden veel geleden.
Hun vaders hadden voor de Heer gestreden,
waren gebrandmerkt en gevierendeeld.
Bloedende borsten hadden zij gedronken
van moeders staande op de mijt te pronken;
God tuchtigde hen als Zijn teerste teelt.
Afgescheidenen
Niemand spreekt meer van koksianen;
van fijnen en motregen weet men wel.
De glans van een scheldwoord gaat gauw tanen,
maar de haat is nog laaiend als de hel.
Men vormde een ring om ze neer te beuken.
Dat is een prettig en gevaarloos spel.
Men hoefde zijn kleren niet eens te kreuken.
Weerloze mensen sterven wondersnel.
Men stal hun brood en dwong hen te luieren,
ze werden gevangen en uitgezet.
‘Ga jullie maar naar de hemel kuieren,
Met zijn vele woningen, goed en net.’
God hoort de hoon, belacht des vijands spot,
laat toe dat dood en duivel hen bedot,
maar ’t volk dat toevlucht zocht in het gebed
heeft Hij als vorsten in het land gezet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's