Gemeente in de regio
Na brieven aan de plaatselijke gemeente, de kerkenraad, de ambtsdrager en de predikant, schreef dr. A.J. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk, de classicale vergadering. Dit in het kader van het kerkelijk gesprek over het ambt. D. Wijnands, secretaris van de classicale vergadering Katwijk, reageert.
Beste afgevaardigde,
De classicale vergadering (en de synode) is voor veel gemeenten een ver-van-mijn-bed-show. Dat vind ik niet zo vreemd. Het kerkelijk leven van de gelovigen speelt zich nu eenmaal af in de eigen gemeente. In de gemeente leven mensen met elkaar als broeders en zusters van de Heer. Daar komen zij samen rond Woord en sacrament. Bovendien is een plaatselijke gemeente voluit kerk en lichaam van Christus. Het is niet een onderafdeling van een hoofdbureau. Daarom is de plaatselijke kerkenraad vrij om leiding te geven aan haar gemeente. Zo is het en zo moet het blijven.
En toch is het terecht dat er ‘meerdere vergaderingen’ zijn. De kerk bevindt zich wel in een plaats maar is niet van die plaats. En is dan ook meer dan de plaatselijke gemeente. Bij het christelijk geloof hoort het besef dat de kerk het wereldwijd lichaam van Christus is. Een plaatselijke gemeente staat per definitie open naar dit wereldwijde lichaam van de Heer. Dat begint bij de buurgemeenten, het eindigt bij ‘de einden van de aarde’. Het is erg genoeg dat het lichaam van Christus gescheurd is, ook in Nederland. We zijn in ons land helaas niet met alle kerken verbonden in één zichtbaar lichaam. We zien uit naar de dag dat dit wel zo is. Voorlopig krijgt het wereldwijde lichaam van Christus voor ons in Nederland zichtbaar gestalte in de Protestantse Kerk in Nederland. Een gemeente die alleen bezig is met zichzelf verliest het besef deel uit te maken van de ‘ene heilige katholieke (algemene) christelijke kerk’.
De plaatselijke gemeenten zijn dus ook met elkaar kerk. Zo is het altijd geweest. Dat kunnen we al opmaken uit het oudste boek van de kerkgeschiedenis, Handelingen der Apostelen. Daar lezen we bijvoorbeeld dat gemeenten voor elkaar collecteerden. En als er een groot vraagstuk was, werd dat besproken in een soort synode (Handelingen 15). Dat ‘met elkaar kerk zijn’ kan op vele manieren worden georganiseerd. In de Protestantse Kerk hebben we dat gedaan door gemeenten in een regio samen te brengen in classes. En met een generale synode, waar de classicale vergaderingen samenkomen.
U bent afgevaardigde naar een classicale vergadering. U maakt daar tijd voor vrij en daarmee drukt u het belang uit van het kerk-zijn met elkaar. Tegelijk zult u zich ook als geen ander realiseren dat het zaak is dat dit ‘kerk met elkaar’ inhoud heeft, anders wordt een classicale vergadering een nietszeggend lichaam. Als mijn waarneming klopt zijn er nogal wat classicale vergaderingen die een noodlijdend bestaan lijden. Juist dan is een visie op de bestaansreden ervan urgent. Ik geef een voorzet. Naar mijn overtuiging is de classis een verband om eerlijk en radicaal over ons kerk-zijn te spreken. Over wat we geloven en wat ons ontroert. Over wat de crisis van de kerk met ons doet. Over hoe we een levende geloofsgemeenschap kunnen zijn. Over de inspiratie die wij uit de traditie putten. Dat zijn stuk voor stuk urgente vragen, die plaatselijke gemeenten niet op hun eentje kunnen beantwoorden. Die vragen om ontmoeting en bezinning. Om onderlinge bemoediging en toerusting. En wellicht ook om gemeenschappelijk initiatief. Een classicale vergadering is verantwoordelijk voor het leven van de kerk in haar regio en voor de vraag naar de christelijke presentie aldaar. Als die vergadering zich beperkt tot het afwerken van een agenda van kerkordelijke zaken, zorgt dat voor de dood in de pot. Als het echter een vergadering is waar de grote vragen van kerk, geloof en christen-zijn op tafel komen, waar we allemaal voor staan, leeft de classis.
Misschien zegt u: maar dat doen we allemaal in onze classis. Daarom is het zo inspirerend er bij te zijn en daarom rapporteer ik over dit alles met enthousiasme aan mijn plaatselijke gemeente. Ik hoor daar dan graag over. Wie weet kan dat andere classes helpen in hun vergadering. Het kan ook zijn dat u zegt: voor mij is de classisvergadering een soort corvee en eerlijk gezegd valt er weinig terug te koppelen naar de eigen gemeente. Dan is het goed om dat aan te kaarten in uw vergadering. Anders bestaat de kans dat uw classis, uw regionale kerk, een zachte dood zal sterven.
Ik voeg daar nog het volgende aan toe. De classis is het verband waarin we zorg voor elkaar dragen en zelfs over elkaar waken. Dat laatste gebeurt mede door de colleges van visitatie en opzicht die aan de classicale vergadering zijn verbonden. Ik kan me voorstellen dat dit bevoogdend klinkt. Maar het is niet bedoeld in de zin van ‘elkaar de maat nemen’. Ik denk eerder aan het Schriftwoord: ‘Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus’. (Ef.5:21) De mentaliteit van ’ieder voor zich en bemoei je niet met onze gemeente’ leidt tot nietszeggend kerk-zijn. Elke gemeente is vrij, maar wel vrij in Christus. Een classicale vergadering, bijgestaan door colleges voor visitatie en opzicht, is ervoor om deze vrijheid in Christus te bewaren. Voor die taak moet een classicale vergadering niet terugschrikken. Zij draagt bij aan kerk-zijn in Christus’ naam. Daarom wil ik u graag aanmoedigen deze taak met overtuiging te blijven uitvoeren.
Dan is er nog een aangelegen punt dat ik wil noemen. Ik richt me daarbij met name tot de breed moderamina van de classicale vergaderingen. Zoals u weet hebben we als Protestantse Kerk een flinke vergadercultuur, van (wijk) kerkenraden tot synode. Iemand die als ambtsdrager in een wijkgemeente wordt gekozen, kan al heel snel in vijf verbanden aan het vergaderen zijn. Was dat het nu, waarvoor je je beschikbaar hebt gesteld? Ook hebben we een kerkorde en organisatie die er niet om liegen. Kijk maar eens wat er allemaal op uw bordje komt. Dat wordt nog heel wat meer, als u te maken krijgt met problemen in gemeenten van uw classis. In een bezoek dat ik ter voorbereiding van deze brieven aan één van de breed moderamina bracht, kwam dat bijna als een noodkreet naar voren. Een deugdelijke kerkorde is een groot goed. En toch bekruipt me het gevoel dat het schip van onze kerk wel erg zwaar opgetuigd is. Onze structuur van regels en vergaderingen lijkt soms op een kooi waar we in gevangen zitten. Ambtelijke vergaderingen dreigen regelclubs te worden. Veel energie gaat zitten in de organisatie. Hoe krijgen we daar in de toekomst nog de mensen voor? We zullen ons in moeten stellen op een kerk die een lichter scheepje is.
Ik heb geen pasklaar antwoord hierop. Een aantal jaren geleden is er een evaluatie van de kerkorde geweest. Dat heeft waardevolle verbeteringen opgeleverd, maar het bovenbeschreven probleem is er niet mee opgelost. Graag wil ik u als classicale vergadering en als breed moderamen uitnodigen hierover na te denken en met aanbevelingen en suggesties te komen. Dat u daarbij ook het voor en het tegen van de classis en haar functioneren meeneemt, spreekt vanzelf. We hebben elkaar nodig om tot een lichtere kerkstructuur te komen, die de vreugde van het kerken christen-zijn dient.
Intussen wens ik u kracht en inspiratie toe bij al uw werk, in Christus verbonden.
et vriendelijke groet,
A.J. PLAISIER
Gesprek over enige troost in leven en sterven
GOEDE INVULLING HELPT
Geachte dr. Plaisier,
De persoonlijke insteek van uw brief trof mij bijzonder. Ook de bewogenheid van u als scriba met het kerkelijk leven in Nederland wordt breed verwoord. Als secretaris van de classis heb ik een afschrift van de brief per ommegaande aan de 33 afgevaardigden en hun plaatsvervangers toegezonden. U schrijft dat de classicale vergadering (en de synode) voor veel gemeenten een ver-van-mijnbedshow is. Dat is in onze classis enigszins het geval, maar door de 31 kerkenraden van de classis te wijzen op hun kerkelijke verantwoordelijkheid wordt de afstand tussen classis en de plaatselijke gemeente verkleind. Het is belangrijk de vergaderingen van de classis aantrekkelijk te maken door een goede invulling.
BETROKKEN
Sinds begin 2008 hebben de gereformeerde en de hervormde classis Katwijk zich verenigd tot een protestantse classis. Er zijn acht protestantse (wijk)gemeenten, achttien hervormde (wijk)- gemeenten en vijf gereformeerde kerken. Classis Katwijk is een zeer betrokken classis. Bij de vier vergaderingen die de classis in het jaar belegt is het vereiste quorum ruimschoots aanwezig. Eventuele verhindering wordt correct gemeld. Tijdens drie vergaderingen is er een spreker van buiten de classis. De bespreking die op de lezing volgt wordt niet alleen door predikanten ingevuld, ook menig ouderling of diaken doet mee. Eenmaal per jaar krijgen twee (wijk)gemeenten de gelegenheid een door het breed moderamen van de classis aangedragen thema te presenteren. Moderne hulpmiddelen als laptop en beamer zijn ons van dienst. Na zo’n presentatie van twee (wijk) gemeenten, die qua ligging niet identiek zijn, volgt een geanimeerde bespreking. Dit zogenaamd ‘gluren bij de buren’ wordt in de classis breed gewaardeerd. Zo ook tijdens de septembervergadering dit jaar. De ene (wijk)gemeente heeft vaak een andere kijk op de belijdenisgeschriften dan de andere. Tijdens de discussie wordt uit bewogenheid een kernachtige vraag gesteld. ‘Hoe denkt u over Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus: Wat is uw enige troost in leven en sterven?’ Dat is een vraag die om een antwoord vraagt en de discussie verlevendigt. Na de afsluiting van de vergadering blijven de leden met elkaar in gesprek. Fijn is dat.
TWEEDELING
U schrijft verder dat de plaatselijke gemeenten ook met elkaar kerk zijn. Dat wordt in de classis niet altijd zo ervaren, omdat er een soort tweedeling is. Er zijn twee werkgemeenschappen van predikanten, die van Lisse en die van Katwijk. In de werkgemeenschap van predikanten Lisse zijn de kerkelijke gemeenten in protestantse gemeenten opgegaan. Een uitzondering daarop is de hervormde gemeente te Lisse en de gereformeerde kerk te Lisse. De werkgemeenschap van predikanten Katwijk kent op dit moment alleen hervormde gemeenten en gereformeerde kerken. De hervormde gemeente te Rijnsburg en de gereformeerde kerk te Rijnsburg hebben het voornemen per 1 januari 2016 een protestantse gemeente te vormen. Wat als gemis ervaren wordt is de wijze van afvaardigen naar de classicale vergadering. Tot en met 2003 waren de alle hervormde predikanten afgevaardigd, met daarnaast ouderlingen, diakenen en ouderlingen-kerkvoogd in de verhouding 2:1:1. Vanaf 2004 had iedere kerkenraad twee afgevaardigden met als verdeelsleutel predikant:ouderling: diaken:kerkrentmeester = 3:2:3:2. In 2012 heeft de classis bepaald dat per (wijk)gemeente slechts één afgevaardigde nodig was. Het aantal afgevaardigden van 62 liep terug naar 31. Gelukkig telt de classis daarnaast twee predikanten met bijzondere opdracht. Beiden zijn door de classis beroepen en door verzorgingshuizen benoemd.
OPZICHT
U wijst ook op het belang van opzicht: ‘De classis is het verband waarin we zorg voor elkaar dragen en zelfs over elkaar waken. Dat laatste gebeurt door de colleges van visitatie en opzicht die aan de classicale vergadering zijn verbonden.’ En: ‘De mentaliteit van ‘ieder voor zich en bemoei je niet met onze gemeente’ leidt tot nietszeggend kerk-zijn. Elke gemeente is vrij, maar wel vrij in Christus. Een classicale vergadering, bijgestaan door colleges voor visitatie en opzicht, is ervoor om deze vrijheid in Christus te bewaren. Voor die taak moet een classicale vergadering niet terugschrikken. Zij draagt bij aan kerk-zijn in Christus’ naam.’ Van harte onderschrijf ik dat laatste.
D. WIJNANDS
D. Wijnands is secretaris van de classicale vergadering Katwijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's