De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

6 minuten leestijd

Dr. B. Wentsel
Gun leven aan mijn ziel. Memoires en uitzichten.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 314 blz.; € 25,-.

Waarom zou een predikant memoires schrijven? Hij zou dat kunnen doen om zo voor het aangezicht van God en mensen zijn ambtelijk leven te kunnen afsluiten, in de toonzetting van dankbaarheid en verwondering. Het zou gemeenteleden een tastbare herinnering kunnen bieden aan een predikant wiens arbeid hen tot zegen was.
Me dunkt dat dr. B. Wentsel een hoger doel had toen hij op 13 september, op 85-jarige leeftijd, zijn memoires presenteerde. Zijn boek wil een autobiografie zijn waaruit lessen te trekken zijn. De minutieuze uitweidingen over zijn familie, zichtbaar gemaakt in talloos veel foto’s, wijzen op de verbondstrouw van God. Ze zijn in de eerste plaats bedoeld voor familie en nageslacht, aan wie Wentsel vrijmoedig en royaal de trouw van deze God blijft doorvertellen. En ze zijn natuurlijk interessant voor wie de familie Wentsel meemaakte, in het vooroorlogse Ridderkerk bijvoorbeeld.
Minstens zo boeiend is de wijze waarop Wentsel verantwoording aflegt van zijn theologisch denken. Hij groeide immers op in de Gereformeerde Kerken, in haar robuuste jaren. Hij zag via Kampen en vooral de Vrije Universiteit de vrijzinnigheid binnenbreken. Hij maakte gereformeerde kerksluiting en -sloop mee: de onttakeling van wat ooit een gereformeerd bolwerk was. Hij was intens betrokken bij het proces van Samen op Weg, en heeft zich als weinig andere gereformeerde theologen al vroeg bezonnen op de komst en de religie van de islam.
In deze memoires beschrijft hij nu kernachtig maar tegelijk gedetailleerd hoe hij zich tot al deze ontwikkelingen verhouden heeft. Ik vind het ronduit indrukwekkend, hoezeer Wentsel de geschiedenis van de Nederlandse theologie beheerst en bij alle toonaangevende theologen (van Barth, via Miskotte, Kuitert, Berkouwer, tot aan Van der Kooi en Van den Brink) kern en kritiek weet te noemen. De memoires bieden vanuit een gereformeerd perspectief een prachtige spiegel van de naoorlogse theologiebeoefening in Nederland. Daar kunnen jongere theologen veel van leren.
Het tweede woord in de ondertitel is ‘uitzichten’. Wentsel is zelf bij alle teleurstellingen in het kerkelijk en ambtelijk leven staande gebleven door de omgang met de Heere en Zijn Woord. De kerk heeft toekomst wanneer zij dit Woord gezaghebbend blijft verkondigen als het Woord van de drie-enige God. Dat vraagt om een vitale belijdenis en om gedegen optreden tegen dwaalleer en leugen in de kerk. Bij Wentsel ligt tevens grote nadruk op de noodzaak van de eenheid van de kerk, omwille van de eenheid van God.

Op het punt van de kerk zou ik met Wentsel nog wel verder willen doorpraten dan hij in zijn memoires toelaat. Als hervormde lezer ben ik benieuwd naar de ecclesiologische oogst van een lang, gereformeerd leven. Ook over de prediking moeten we wellicht nog doorpraten. Hoe komt het bijvoorbeeld dat onder de vele besproken (gereformeerde) theologen de naam van Kohlbrugge geheel ontbreekt? Of was hij bij de gereformeerden niet in beeld?
Ik wens het boek van harte vele lezers toe. Ik neig tot de suggestie om het boek aan alle synodeleden te geven: dit boek gaat over de vragen waar het in de kerk over móet gaan.
En ik wens dr. Wentsel Gods genade en zegen toe over het werk waartoe hij zich een leven lang geroepen wist.

A.J. MENSINK, KRIMPEN AAN DEN IJSSEL


Johannes Calvijn
Een met Christus. Een klein traktaat over het heilig avondmaal.
Uitg. Brevier, Kampen; 128 blz.; € 12,50.

Het boekje Eén met Christus bevat een vertaling van Calvijns Petit traicté de la saincte cène. Nu is dit weliswaar niet de eerste Nederlandse vertaling van dit kleine avondmaalsgeschrift, wel wordt de vertaling voorafgegaan door een uitvoerige en heldere inleiding van Herman Speelman. De onderzoeker aan de Theologische Universiteit te Kampen zorgde ook voor de vertaling. In 1541 schrijft Calvijn dit belangrijke traktaat over het heilig avondmaal. Aanleiding daarvoor is het feit dat de reformatoren Luther en Zwingli het niet eens konden worden over de vraag hoe Christus aanwezig was in het avondmaal. De Wittenbergse reformator stelde dat Christus lichamelijk aanwezig was in het brood en de wijn. Voor Zwingli ging dit veel te ver; volgens hem bedoelden de tekenen te herinneren aan het lichaam en bloed van Christus. Ietwat gechargeerd: bij Luther vallen teken en betekende zaak samen, terwijl Zwingli alleen het teken overhoudt. Calvijn probeert in dit traktaat (beslist niet bedoeld als polemische werk) de gewone gemeenteleden uit te leggen hoe we ons de tegenwoordigheid van Christus in de tekenen van het avondmaal moeten denken. Hij zoekt daarin een tussenweg tussen de posities van Luther en Zwingli, waarbij hij dichter bij eerstgenoemde lijkt uit te komen. Het doet warm aan wanneer de nog jonge Calvijn (hij was rond de dertig) zijn gedachten ontvouwt over het doel, de betekenis en de wijze van vieren. En wat te denken van zijn pastorale, maar ook eerlijke behandeling van de vraag wie werkelijk waardig is. Moeten zij die voortdurend klagen dat ze niet waardig zijn, zich niet schamen dat deze situatie al zo lang voorduurt? Laten ze liever God aanroepen om geholpen te worden. Kortom, een petit maar waardevol geschrift met een rijke inhoud dat het verdient door velen gelezen te worden. Ooit stelde een vooraanstaande theoloog dat over de ‘werkelijke tegenwoordigheid’ geen strijd meer hoeft te zijn. De vraag is of dat waar is. Een avondmaalsbeleving waarbij de nadruk zo (eenzijdig) op de gekende zielsgestalten ligt, houdt van de tegenwoordigheid van Christus weinig tot niets meer over.
Een anekdote verhaalt dat Luther twee jaar voor zijn dood bij een boekhandel op dit werkje van Calvijn stuitte. Hij was er buitengewoon positief over. Calvijn zelf oordeelde dat Luther en hij het zeker eens hadden kunnen worden wanneer ze elkaar maar mondeling hadden kunnen spreken. Voor wat het laatste betreft, me dunkt dat dit van onverminderde actualiteit is voor veel kerkelijke en geestelijke twistpunten. Liever elkaar onder ogen komen, dan elkaar vanuit de verte (af )schrijven. Calvijn noteert bovendien aan het einde van dit geschrift dat de Heere soms verschil in standpunten (tijdelijk) toelaat om ons te verootmoedigen. Ook dat verdient overweging in al het theologisch geharrewar. De uitgever verdient overigens lof voor de keurig verzorgde uitgave.

C.H. HOGENDOORN, OUD-BEIJERLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's