De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bidden met Maria

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bidden met Maria

Hij heeft het opgenomen voor Israël, Zijn knecht, door aan Zijn barmhartigheid te denken. Lukas 1:54-55

4 minuten leestijd

Telkens wanneer we als gemeente samenkomen en ons geloof belijden, nemen we de naam van Maria op de lippen. Slechts twee namen hebben in de Apostolische Geloofsbelijdenis een plaats gekregen. Maria positief en de naam van de stadhouder negatief.

In twaalf zinnen is de kern van het geloof verwoord. We kunnen ons voorstellen dat over ieder woord en elk zinnetje is nagedacht. Tegenover mensen die Jezus al te hoog boven het gewone, aardse leven verheven dachten, wilde de kerk duidelijk positie innemen en met nadruk belijden dat Jezus geboren is uit een vrouw en dat Hij mens is geweest onder de mensen. Gods eigen Zoon kon Zijn moeder aanwijzen.
Van haar kant heeft Maria zich uitermate verwonderd over de genade die haar ten deel is gevallen. Zij geeft niet hoog op van zichzelf, maar bezingt Gods vrije gunst en de liefde waarmee Hij haar verkoren heeft.

GEEN VERHEVEN VROUW
En wij? Als protestanten kunnen we ons ongemakkelijk voelen.
Hoe ga je nu op de goede manier met de moeder van de Heiland om? We roepen haar in onze gebeden niet aan.
De gloedvolle woorden van Guido de Brès in artikel 26 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis laten niets aan duidelijkheid te wensen over: we richten ons gebed niet tot Maria of de heiligen, ‘want er is niemand in de hemel of op de aarde onder de schepselen die ons meer liefheeft dan Jezus Christus. Als wij nu een andere middelaar moesten zoeken die ons goedgunstig zou zijn, wie zouden wij dan kunnen vinden, die ons meer liefheeft dan Hij die Zijn leven voor ons gegeven heeft, ook toen wij Zijn vijanden waren? (…) En wie zal eerder verhoord worden dan de eigen geliefde Zoon van God?’
Geen aanroepen van de naam van Maria, maar hoe zullen we dan wel met haar omgaan? We bidden niet tót Maria, maar in deze dagen leren we bidden en lofprijzen mét Maria. We doen er goed aan om naar haar te luisteren. Zij staat daar niet alleen als een verheven vrouw op grote afstand van gewone mensen. Bidden en lofprijzen met Maria is leren zoeken naar woorden in de Bijbel.

LOFPRIJZING
In haar lofzang heeft Maria in het bijzonder geluisterd naar de woorden die Hanna gezongen heeft. Beide vrouwen bezingen de trouw en genade van Israëls God.
Zij weten zich één met het volk dat door Gods barmhartigheid wordt opgericht wanneer het gevallen is: ‘Hij heeft Israël Zijn knecht opgenomen.’ Er is nu een klein woordje tussengevoegd: het vóór Israël opnemen.
‘Hij heeft opgenomen’ houdt ons echter dichter bij de lading van het werkwoord dat Maria hier gebruikt heeft. ‘Kom, bezing samen met mij de grote daden van de Heere onze God, want Hij heeft de helpende hand naar mij uitgestoken.’ Dit is een persoonlijke lofprijzing, waarbij zij allen betrekt die hun hulp en heil van de Heere alleen verwachten.
Deze God is onze God, want Hij heeft omgezien naar Zijn dienares. Maanden later zal blijken dat dit woord is blijven hangen bij priester Zacharias: ‘God heeft naar Zijn volk omgezien.’ Hij heeft niet vluchtig een blik op ons geworpen en is daarna weer snel weggegaan. Integendeel, wat Hij zag bij Zijn volk, heeft Hem geraakt en bewogen tot ontferming.
Hanna, Maria en Zacharias hebben van God gezongen, Die Zich bereid toont om af te dalen in onze nood. Alle roem is hier uitgesloten. Maria leert het woord ‘genade’ opnieuw spellen. Maria pocht niet op eigen verdiensten en vermeende waardigheid. De krachtige hand die God uitgestoken heeft om Zijn volk te redden, is in beweging gekomen door Zijn barmhartigheid. Voorheen geen volk, maar nu genadig opgenomen in Gods volk; voorheen zonder ontferming, maar nu in ontferming aangenomen (zie 1 Petr. 2:10). Uit deze woorden mogen we troost putten.

BELOFTE
In de laatste woorden van haar lied verwoordt Maria dat de belofte aan Abraham de enige grond is waarom God naar haar en in haar naar heel Zijn kerk omziet en optilt uit de verlorenheid. God heeft Abraham gezworen dat in zijn nageslacht alle volken op aarde gezegend zullen worden. Aan deze woorden heeft Abraham zich toevertrouwd.
God heeft Zijn woord waargemaakt: Hij heeft Maria verkozen om de moeder van de Zaligmaker te zijn. Werkelijk heel de Bijbel hangt aan deze ene eed van God dat Abrahams Zaad tot zegen zal zijn voor ieder die in het duister dwaalt. De reddende hand is ook naar ons uitgestoken. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.

Dr. W.H.Th. Moehn is predikant van de hervormde wijkgemeente Centrum van de protestantse gemeente te Hilversum.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bidden met Maria

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's