De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de kunst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de kunst

7 minuten leestijd

Is Gouda misschien de culturele hoofdstad van de gereformeerde gezindte? Hoe dat zij, het Reformatorisch Dagblad wijdde aan het culturele klimaat in die plaats een heuse bijlage. In een interview van Rudy Ligtenberg met kunstenaar en oud-Driestardocent beeldende vorming Tijs Huisman komt zijn visie op kunst ter sprake:

REFORMATORISCH DAGBLAD
‘Bij een goed kunstwerk gaat het om eerlijke communicatie, om authenticiteit. Persoonlijke expressie is een voorwaarde voor kunst; als docent reik je handvatten aan om de leerling verder te helpen, bekwamer te maken. Als ik op De Driestar werkstukken met leerlingen besprak, zetten we alles bij elkaar op één tafel. Dan werd het stil, want dat was spannend. Eén opdracht, en zó veel verschillende manieren om die uit te voeren. De studenten realiseerden zich dan dat ze eigenlijk tegen mij als docent zeiden: We nemen u in vertrouwen. Er zit immers iets heel persoonlijks in de werkstukken. Ik mocht in het bespreken en beoordelen dat vertrouwen niet beschamen! Soms was er een leerling die z’n werk om die reden niet in de groep durfde te tonen. Maar bij het maken van beeldend werk is het belangrijk om los te komen van de kramp wat anderen ervan vinden. Kunst maak je vanuit eerlijkheid en eigenheid; het mag geen kunstje worden. Maar de expressie blijft wel altijd genormeerd aan de bijbelse geboden.’

De moderne kunst heeft een evenwichtige en didactisch verantwoorde plek in het curriculum gekregen. Dit levert geen problemen meer op met de reformatorische achterban.
‘De waardering voor moderne kunst in reformatorische kring is echt in positieve zin veranderd. Mensen hebben oog gekregen voor de emotionele waarde van kleur, lijn en vorm en dat er meer betekenissen mogelijk zijn. Veertig jaar geleden lag dat nog wel anders. Er gaan tegenwoordig ook refo’s naar de kunstacademie. Men heeft een ruimere blik gekregen op wat cultuur is en inhoudt; dat geldt ook voor disciplines zoals muziek en literatuur. De gereformeerde gezindte emancipeert. Maar de voorkeur voor herkenbare kunst is nog wel altijd dominant. Daar gaat nog wel een tijd overheen voordat dat is veranderd.’


NEDERLANDS DAGBLAD
Huisman voert een pleidooi voor positieve waardering van moderne kunst maar de expressie moet genormeerd zijn aan Gods geboden. Het lijkt me een interessante vraag wat dan concreet betekent.
Misschien komt het in de buurt van wat kunstenaar Willem Zijlstra in het Nederlands Dagblad schrijft over een van de meest bezochte tentoonstellingen van dit moment in het Stedelijk: ‘The image as a burden’ van Marlene Dumas.

Marlene Dumas wordt wel de eerste Nederlandse kunstenaar sinds Van Gogh genoemd die zich met hem kan vergelijken. Ze houdt zich uitsluitend bezig met de mens als onderwerp. Je hoeft geen geoefende kunstkenner te zijn om te proeven dat haar mensbeeld somber en leeg is. Zelfs haar eigen dochtertje lijkt omgetoverd te worden tot zombie. De enorme formaten wrijven je in wat de materiaalhantering en de grauwe kleurstelling nog versterken: mensen als slachtoffers van hun eigen leegte.

Willem Zijlstra vraagt zich af: waar komt dit beschadigde mensbeeld van Dumas vandaan? En wat beweegt het publiek om geboeid te zijn door dergelijke wrange beelden?

Dumas zelf leek mij aanvankelijk een vrolijke dame. In het interviewprogramma College Tour kwam ze zeer aimabel over, bescheiden en zichzelf relativerend. Maar ze waarschuwde dat haar werk eerlijker was dan haar persoonlijke presentatie tijdens deze ontmoeting. En haar zelfrelativering ging erg ver: ‘Er zijn weinig grote dingen in het leven. Je leeft, je gaat dood en je valt uit elkaar...’ Zo’n opvatting laat weinig ruimte aan vrolijkheid en waardigheid.
Gaandeweg raakte ik ervan overtuigd dat het mensbeeld van deze kunstenaar wel erg haaks stond op het mijne als christen. Het is wezenlijk anders dan dat van de mens in Genesis, die beeld is van zijn Schepper, wiens heerlijkheid nog nagloeit in zijn schepsel.
Ik ben geen psycholoog of therapeut, maar Dumas’ werk doet me regelmatig denken aan dat van vrouwen die in hun jeugd misbruikt zijn; ieder lichaam dat ze schildert, roept weerzin op.
De titel van de tentoonstelling is treffend: ‘The Image as Burden’. Het beeld als last. De van God vervreemde mens blijft achter met de ondraaglijke last zijn eigen beeld te vormen. Want God is dood en begraven verklaard, dus moeten we het zelf bij elkaar flansen.


Maar waarom wordt deze tentoonstelling zo druk bezocht?

‘Ik moet bang zijn voor wat ik maak’, zei de kunstenaar in College Tour. Is dat de teaser waardoor haar werk aantrekkelijk is, die fascinatie van de mens voor wat beschadigd is? Zoals je vroeger naar de kermis ging om naar een lam met twee koppen te kijken in de griezeltent? Bang, maar tegelijk ook gerustgesteld, want het kwaad was reeds bezworen: het lam stond op sterk water en kon verder niets doen.
De in het Stedelijk geëxposeerde mensen – ‘die een geest van zichzelf werden’, aldus een begeleidende tekst – hangen aan de wand en verzekeren mij dat het met mijn problemen nog wel meevalt.
Daarnaast is er bij veel mensen verveeldheid ontstaan door het al te perfecte. Dus kopen we spijkerbroeken met een scheur en tafels met verfresten uit de vintagecollectie. Of willen we het rauwe bekijken als een reactie op de gelikte vermakelijkheden van tvspelletjes?
Het zal wel neerkomen op een mengsel van al deze ingrediënten.
De zinnigste motivatie voor een bezoek aan de expositie zou kunnen zijn dat Marlene ons met haar beelden een spiegel voorhoudt, dat we daarin de eenzaamheid zien van de postmoderne mens die wanhopig op zoek is naar waardigheid en identiteit.


Zijlstra maakt in zijn bijdrage duidelijk dat je in de rol van toeschouwer kunst wel ter discussie kunt stellen – en al of niet kunt veroordelen op al of niet bijbelse gronden − maar dat je daarmee zelf buiten schot blijft. Maar de werken van Dumas stellen de kijker zelf ook vragen. Je kijkt in een spiegel en zo kan er een gesprek ontstaan.
Over wat schoonheid is en troost en menszijn en…

CIP
Een andere invalshoek komen we tegen bij de Anglicaanse oud-bisschop en nieuwtestamenticus N.T. (Tom) Wright die onlangs (ook) een drukbezochte college tour door Nederland hield. Persbureau CIP sprak bij monde van Rik Bokelman met hem over het belang van kunst voor de kerk. De missie van de kerk wordt volgens Wright zichtbaar door rechtvaardigheid, schoonheid en evangelisatie.
‘Bij evangelisatie vertel je mensen dat God de wereld heeft gemaakt en de wereld rechtvaardig en mooi wil maken. Hij doet dat door de dood en de opstanding van Jezus, waardoor mensen worden vernieuwd en deel krijgen aan dit project. Maar als de kerk het Evangelie wil vertellen zonder oog te hebben voor rechtvaardigheid en schoonheid, dan werkt dat niet.’

Kunst is verrassend genoeg heel belangrijk bij N.T Wright, als het om evangelisatie gaat. ‘Als je mensen vertelt over Jezus dan is dat natuurlijk heel belangrijk. Maar let hier op: als je mensen alleen over Jezus vertelt dan is er een groot probleem met de voorstelling van het verhaal. Ze kunnen zich geen wereld voorstellen waar Jezus echt Heer in is, een wereld waarin Jezus echt voor onze zonden is gestorven. Onze verbeelding wordt namelijk beperkt door het secularisme. Die verbeelding moet worden opengebroken. Daardoor heeft de kerk kunst en schoonheid nodig. Als je een mooie roman leest, of naar een symfonie luistert, een toneelstuk bezoekt, dan realiseer je je voor een moment dat er een andere dimensie is. Als dat gebeurt bij mooie muziek in de kerk bijvoorbeeld, of bij een mooi schilderij over de kruisiging, dan blijven mensen voor zo’n schilderij staan. Op het einde, wanneer ze weglopen, is er iets met hen gebeurt. Door dat schilderij is het voor hen logischer geworden hoe ze moeten geloven en hoe dat aansluit bij hun dagelijks leven. Daarom moet de kerk oog blijven houden voor kunst. (…)’

Voor Wright is kunst op haar best een bondgenoot die de verbeelding prikkelt en die het verlangen versterkt naar ‘wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen’ (1 Kor.2: 9).

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Uit de kunst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's