Een helder licht
Het heilsfeit van Jezus’ geboorte in de belijdenissen van de kerk
Kerstfeest is het feest van het licht in de nacht van een verloren wereld. Op het eerste gezicht zien we daar in de belijdenissen van de kerk niet zoveel van. Maar als we beter kijken, zien we dat licht zo heerlijk stralen.
Het is zelfs zo dat wanneer dit licht zou doven, alle andere lichten in de belijdenis ook zouden doven en het volslagen donker zou worden in de confessie. Wie het heilsfeit van kerst uit de belijdenissen verwijdert, houdt niets meer over dan een lege huls. Laten we nagaan hoe dit licht in de belijdenissen van de kerk schijnt.
KLEIN LICHT
Groot is de omvang van het licht van de geboorte van Jezus in de belijdenis niet. Maar dat hoeft ook niet. Het kleine licht straalt zeer helder. De functie van dit licht in de belijdenis is tweeledig. Het ontmaskert de leugen en het ontdekt de waarheid en daarmee nodigt het uit om feest te vieren, het feest van de onbegrijpelijke liefde van God voor verloren mensen.
VROEGE KERK
In de belijdenissen van de Vroege Kerk zien we het licht van Kerst al meteen schijnen. Als voorbeeld noem ik de Geloofsbelijdenis van Nicea (325). Daar belijden we met de kerk der eeuwen van de Heere Jezus: Die om ons mensen en om ons behoud is neergedaald en is vleesgeworden uit de Heilige Geest en de maagd Maria.
Dat Jezus uit de Heilige Geest ontvangen is, vloeit voort uit het bijbels getuigenis dat Jezus waarachtig Gód is. Daarmee ontmaskert dit licht de dwaalleer van Aríus, die ontkende dat Jezus waarachtig God is, maar slechts een schepsel, zij het wel het hoogste.
Dat Jezus geboren is uit de maagd Maria vloeit voort uit het bijbels getuigenis dat Gods Zoon waarachtig méns geworden is. Daarmee ontmaskert dit licht de dwaalleer van de gnostiek en andere stromingen, volgens welke Jezus geen echt mens was, maar een schijnlichaam had. Tegen de achtergrond van deze dwalingen in de tijd van de Vroege Kerk merken we dat met de geboorte van de Heere Jezus als de Zoon van God ons eeuwig behoud staat of valt. Als Jezus niet waarachtig God was, zou Hij nooit de last van de toorn van God op onze zonden hebben kunnen dragen en overwinnen. En als Jezus niet waarachtig mens was, zou Hij nooit mijn plaats hebben kunnen innemen om die toorn voor mij te dragen.
Daarom: als dit licht zou doven, doven alle lichten van heil in de belijdenis. Maar het licht van Kerst dooft niet, het straalt zeer helder en nodigt uit om met de kerk der eeuwen te vieren dat God zo lief de wereld had, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf opdat ieder die in Hem gelooft niet verderft maar eeuwig leven heeft (Joh.3: 16).
REFORMATIE
Het licht in de belijdenissen van de Vroege Kerk keert terug in die van de Reformatie. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) belijden we: God heeft zijn eigen eniggeboren Zoon in de wereld gezonden. Hij is ontvangen in de schoot van de gelukzalige maagd Maria door de kracht van de De Heidelbergse Catechismus (1563) belijdt in zondag 14: Dat de eeuwige Zoon van God, die waarachtig en eeuwig God is en blijft, door de werking van de Heilige Geest de ware menselijke natuur uit het vlees en bloed van de maagd Maria heeft aangenomen om werkelijk de nakomeling van David te zijn, zijn broeders in alles gelijk, maar zonder zonde. Opnieuw gaat het erom dat beleden wordt dat Jezus waarachtig God en waarachtig mens is. Daarmee ontmaskert het licht van Kerst opnieuw de leugen.
Dat Jezus waarachtig God is, keert zich tegen de dwaling van socinianen en anderen die Jezus slechts hielden voor een mens. Dat Jezus waarachtig mens is keert zich tegen de dwaling van de wederdopers, die ontkenden dat Jezus echt mens geworden is. Iemand als Menno Simons sprak over Jezus als de Vrucht ín de maagd Maria.
HEILSGEHEIM
De uitdrukking in de belijdenis: geboren uit ‘de maagd’ onderstreept de diepe bijbelse waarheid van de Persoon van onze Heiland. Jezus is enerzijds uit een mens geboren, uit een Joods meisje, anderzijds uit de Heilige Geest. Geen man komt er aan te pas. Jezus komt van de Heilige Geest en is God. Jezus komt tegelijk van Maria en is mens. Dit heilsgeheim mogen we vieren met diep ontzag en stille verwondering. Waar het om gaat is het wonder dat God Zelf is neergedaald in de misère, de modder van ons bestaan. Hij is het licht van het kerstfeest. Met dat dit licht straalt, worden alle andere lichten van onze verlossing ontstoken. Zijn bitter lijden aan het kruis, Zijn glorierijke opstanding uit het graf, Zijn troonsbestijging in de hemel en Zijn wederkomst.
Alles hangt met alles samen. Waar het een wegvalt, valt al het andere weg. Wie Kerst viert zonder de waarheid van Goede Vrijdag en van Pasen, kan vieren wat hij wil, maar hij viert geen Christusfeest. Alleen vanuit het geheel van de heilsfeiten overwint het licht van Kerst het duister van ons schuldige leven.
NICEA
Zien we het licht? Weten we van de duisternis van schuld en zonde in ons leven en in de wereld door Christus, die het Licht is? Wie blind is voor Christus, wordt niet warm, maar blijft koud onder het wonder van Nicea:
die om ons mensen en om ons behoud is neergedaald uit de hemelen. Wie door de verlichting met de Heilige Geest oog krijgt voor het Licht, wie er door bestraald wordt, die leert wat feestvieren is. Kerstfeest leert je inderdaad víeren, je oude leven in de zonde vieren – vieren in de zin van loslaten − en nieuw gaan leven uit Christus. In het geloof is Zijn geboorte onze wedergeboorte.
DWALINGEN VANDAAG
In onze tijd keren oude dwalingen terug in een nieuw jasje. Dat Jezus alleen maar gezien wordt als een mens, is in onze West-Europese cultuur gemeengoed geworden. Binnen een immanente wereldbeschouwing, die zich beperkt tot de zichtbare wereld, is het dwaas te geloven dat Hij God zou zijn. Dat Jezus het Kind zou zijn van een maagd, is hoogstens een mythe om het bijzondere van Hem aan te geven. Zijn geboorteverhaal past dan binnen een veelvoud van dergelijke geboorteverhalen uit de klassieke oudheid.
En dan de islam, die propageert dat Allah geen Zoon heeft en Jezus dus alleen maar mens is. De islam ziet de belijdenis van het Licht als een godslasterlijke gedachte. Maar evenzeer is er vandaag die andere dwaling, die van gnostiek en wederdopers. Jezus is niet echt mens zoals wij. We zien het bijvoorbeeld in tekeningen van Jezus in sommige kinderbijbels: een paar vage omtrekken geven Hem weer, alsof Jezus niet echt mens is, niet de ware zoon van David. (HC,a.35)
GESCHENK
Wat een geschenk is het licht van Kerst in de belijdenissen. In het geloof wordt het een lied, een zingend verwoorden van waar geen woorden voor zijn. God is neergedaald in onze verlorenheid. Gods Zoon, liggend in een kribbe, ‘gemaakt van het hout van het kruis’.
Wat heeft Kohlbrugge het scherp gezien toen hij zei dat we God niet diep genoeg in het vlees kunnen trekken. Dat had hij van Johannes 1:14: en het Woord is vléés geworden.
Daar is uit ’s werelds duis’tre wolken Een licht der lichten opgegaan. Komt tot zijn schijnsel alle volken, En gij, mijn ziele, bid het aan!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 2014
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's