De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Met twee woorden spreken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Met twee woorden spreken

7 minuten leestijd

Bij zijn afscheid als rector van de Protestantse Theologische Universiteit werd prof.dr. F.G. Immink geïnterviewd door Gerard ter Horst van het ND. Daarbij komt ook het missionair elan ter sprake in een gebroken werkelijkheid. Voor dr. Immink is het van belang met twee woorden te spreken.

NEDERLANDS DAGBLAD
In 2012 vroeg een groep studenten met hun manifest Predikanten 2.0 aandacht voor het beter laten aansluiten van de studie bij de kerk anno nu. Heeft de PThU daarvoor meer oog gekregen? ‘Het is heel moeilijk het alle studenten naar de zin te maken. De kritiek van deze groep studenten dat de opleiding niet aansloot bij de praktijk bevreemdde ons. Uit enquêtes bleek daarover juist niet zo veel onvrede. Uit gesprekken werd ons duidelijk dat deze studenten vonden dat de opleiding niet aansloot bij hun gedroomde praktijk: ze hadden een visioen dat het anders moest met de kerk, en dat visioen was sterk missionair gedreven. De opleiding moest hun meer energie en elan geven om de kerk te veranderen, om uit de spiraal van negativiteit te komen. Maar dat was bijna te veel gevraagd. Ik begreep hun elan, maar vond dat ze de opleiding overvroegen. Misschien is er nu iets meer aandacht voor het missionair gemeente-zijn, maar er is ook meer realiteitsbesef onder studenten en kerken. De studenten vandaag de dag zijn jonge, enthousiaste, gelovige mensen.’ (…)

De Protestantse Kerk komt vaak in het nieuws met nieuwe missionaire vormen en pionieren. Sluit de PThU daarop aan? ‘Ik heb wel enige reserve bij al die nadruk op het missionaire. Ik ben erg blij met enthousiasme in het geloof, ook onder de meer evangelische studenten. Maar ik ben ook erg voor realiteitsbesef. Je moet je ogen niet sluiten voor krimp en teruggang en hoe de kerk het daarin uithoudt. De kerk heeft een goed verhaal, maar altijd in aanvechting, twijfel en tegenslag. We moeten al het missionaire niet zo op het schild heffen, dat het allemaal succesvol is. De eerste signalen dat het dat niet is, zijn er ook. En er wordt nogal in geïnvesteerd, ook financieel. Hierin speelt mijn hervormde achtergrond mee: er was altijd een grote rand om de kerk. Met die rand ben je bijvoorbeeld bezig rond een uitvaartdienst en dat is ook missionair. Dan moet je het uithouden met mensen die niet zo enthousiast zijn en vol vragen zitten. Het siert een kerk als ze dat opbrengt. Anders word je, als het dan niet lukt, te snel mismoedig. Geloof is bij gemeenten en bij mensen persoonlijke verrukking en blijdschap, maar ook aanvechting en twijfel. Uitroeptekens en vraagtekens, houd die bijeen.’

INEKEEVINK.NL
Ineke Evink, journalist voor onder andere Christelijk Weekblad, doet op haar weblog inekeevink.nl persoonlijke observaties. Dit keer naar aanleiding van een recente kerkdienst onder het kopje ‘Warm en gezellig’. Tijdens de koffie blijkt er veel waardering voor de dienst te zijn. Waar zit ‘m dat in?

De dienst leek erg op wat in evangelische gemeentes wordt gedaan. Volgens sommige mensen is dat de beste manier om mensen aan te spreken. Ik betwijfel dat. Je spreekt er een bepaald type mens mee aan, met een bepaalde smaak, in een bepaalde leeftijdscategorie. Hele volksstammen vallen er buiten. De extravert vindt het heerlijk, veel gevoelsmensen ook. En die twee typen zijn verreweg het populairst in onze samenleving. Een introvert is al gauw autist, een rationalist een koele kikker. De dienst van vanmorgen vertoonde opvallende overeenkomsten met de huidige cultuur. (…)
Dat is op zich niet vreemd. Ooit begon het christendom in het Romeinse Rijk en ontwikkelde de kerk zich naar analogie van de staat, met een hiërarchische structuur. Toen veroverde het christendom Europa en nam de trekken van een cultuur aan, vervolgens ging het naar de Verenigde Staten en het mag niet verbazen dat het marktdenken de kerk in sloop: groeien, succes hebben, volle (mega)kerken. (…)

Volgens Evink is dit niet per se fout, maar wel eenzijdig. Van een ‘eenzijdig dieet ga je niet meteen dood maar je wordt er ook niet gezond oud mee’.

Gelukkig heeft de crisis bij veel mensen een eind gemaakt aan het blinde vertrouwen in de markt. De denkwijzen en communicatiemiddelen die bij het marktdenken horen, worden dus ook steeds minder gepruimd. Het is vast niet voor niets dat er juist nu steeds meer stemmen opgaan die discipelschap centraal stellen. Niet gepamperd worden, maar lastige vragen stellen, uitgelachen worden, erbuiten staan.
Het verhaal van Jezus is mooi maar ook rauw. Het daalt niet neer op een roze wolk, begeleid door lieflijke synthesizermuziek en beelden die goed passen op de verpakking van marshmallows, maar plonst onverhoeds in onze kapotte werkelijkheid. Christen zijn is tegen de stroom in roeien. Dat zou van mij meer uiting mogen krijgen in de dienst op zondag.

TU.KAMPEN.NL
In zijn rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar missiologie aan de ThU Kampen (integraal te lezen op www.tukampen. nl) voert prof.dr. Stefan Paas ook een pleidooi om met twee woorden te spreken: vreemdelingschap én priesterschap, ontleend aan de brieven van Petrus.
Christenen hebben volgens de apostel Petrus niet de macht de samenleving zo in te richten dat hun eigen leven wat gemakkelijker kan worden geleefd, desnoods ten koste van anderen. Dit is de eerste sleutel voor een missionaire identiteit: vreemdelingschap.
Dit resoneert met onze tijd: de actief-christelijke minderheid in seculier Europa kan steeds minder steunen op een algemeen aanvaarde culturele noodzaak of op steun van wetgevers. Dit is echter geen oproep zonder meer een ‘tegencultuur’ te vormen. Ondanks de gespannen situatie waarin Petrus’ lezers verkeren, blijkt nergens uit de brief dat zij zich moeten afzetten tegen de wereld. Integendeel, Petrus noemt hen een ‘koninkrijk van priesters’.

Naar mijn idee ligt hier een tweede belangrijke sleutel voor christelijke gemeenschap en christelijke spiritualiteit in diaspora. De term ‘priesterschap’ vormt een boeiende tegenpool van ‘vreemdeling’. Priesters werden gekozen uit het volk, om namens dat volk te naderen tot God. Zo zouden we de gemeente kunnen zien als het priesterschap van de mensheid, dat God lof offert namens de wereld waaruit zij gekozen is. Andersom worden priesters door God geheiligd om Hem te vertegenwoordigen bij het volk. Namens de mensheid voor God verschijnen, betekent naar mijn idee dat het hart van gemeentezijn wordt gevonden in de liturgie. (…) De gemeente dankt en prijst God, als het verloste deel van de schepping, en nodigt anderen uit dit met haar te doen.

Maar als priesterschap vertegenwoordigt de gemeente ook God bij de mensen. Petrus werkt dit op allerlei manieren uit voor de kerk, maar het komt hierop neer: als vertegenwoordiger van God bij de mensen heeft de christelijke gemeente een dienende, vriendelijke, geduldige, getuigende levensstijl, net als Jezus Christus die haar voorging als priester. Haar bestaan wordt gekenmerkt door hoop op Gods verlossing, maar ook door hoop dat mensen om haar heen God zullen verheerlijken.

Dit beeld van de kerk als priesterschap doet recht aan de nieuwtestamentische en de hedendaagse Europese ervaring dat de kerk een minderheid is en doorgaans ook zal blijven. Priesters vormen per definitie een minderheidsgemeenschap die zich toewijdt aan het belang van velen. Minderheidskerk zijn is haar ‘natuurlijke stand’.

Mijns inziens levert de benadering van dr. Paas aanknopingspunten met de opmerking van dr. Immink, die pleit voor realiteitszin in het accent op missionair kerkzijn, en van Ineke Evink, die meer accent wil zien op discipelschap. Paas’ benadering doet mij denken aan de inbreng van dr. A. Noordegraaf (1933-2011), die sterk door de eerste Petrusbrief was beïnvloed. Hij schreef in Pasen geeft perspectief over de christelijke gemeente: ‘Wij zijn er niet voor onszelf. Wij zijn er voor God en voor zijn wereld. Dat moeten we maar niet van elkaar losmaken. In onze tijd heb je enerzijds mensen, die zeggen: de gemeente is er uitsluitend voor de wereld. Van de weeromstuit vallen anderen dan in de andere eenzijdigheid door zich op te sluiten in de binnenkamer. Maar op één been kun je niet lopen. Petrus zet ons op beide benen neer. Wij zijn er voor God, en daarom gezonden in de wereld.’


Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Met twee woorden spreken

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 2014

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's