Leven met dubbel paspoort
In Het goede leven schreef emeritus hoogleraar Gijs Dingemans een belangrijk artikel over gemeente-zijn als contrastgemeenschap. ‘We moeten terug naar de Vroege Kerk’ is voor veel christenen het parool, net als het begrip ‘vreemdelingschap’. Want zijn wij niet – net als lang geleden – minderheidskerk geworden? Dr. Dingemans heeft zo zijn bedenkingen.
HET GOEDE LEVEN
Om de zaak maar even flink op scherp te zetten: ik ben van mening dat onze tijd totaal niet te vergelijken is met de wereld van de Vroege Kerk. De Vroege Kerk moest zich als ‘nieuwe religie’ in de eerste plaats profileren in een ‘heidense’ context, terwijl wij nu in het Westen leven in een postchristelijke wereld die heel veel van het christendom heeft geïntegreerd in haar (humanistische) wijze van leven en denken.
De waarden van onze wereld zijn nog steeds voor een zeer groot deel gevormd door Hellas, Rome én het christendom. En wij, christenen van nu, dragen een lange en beladen erfenis met ons mee van christelijk denken en christelijke praktijk, maar ook van hevige ontsporingen. Bovendien leven wij niet in een platoonse sfeer, zoals de eerste christenen, maar in een wereld die diesseitig denkt [gericht op het hier en nu, op deze zijde van de dood – GvM] en alles ziet in het kader van evolutie.
We hebben dus een heel andere taal nodig om ons geloof op een nieuwe wijze uit te drukken dan de vroege christenen. De vroege christenen hebben de theologische reflectie en een nieuwe manier van leven gevormd, wij moeten een eeuwenoude erfenis hervormen. (…)
Misschien kun je het beste zeggen dat christenen van nu twee paspoorten hebben. Eén van het land waarin ze wonen, en één van een geestelijk rijk dat zich inzet voor een andere wereld.
De vraag is dan of het tweede paspoort toegang geeft tot een toekomstig Rijk, of dat het een lidmaatschap is van een geestelijke wereld die zich soms al vertoont, en af en toe ook dwars staat op de dominante moraal en belevingswereld. Voor mij staat vast dat de kerk geen eigen christelijke wereld schept en dus ook niet louter contrastgemeenschap kan zijn in een wereld die zoveel erfenis van het christendom in zich meedraagt. De kerk leeft in kritische solidariteit met de samenleving.
We worden wel een soort ballingschap in gesleurd door de publieke opinie. Christenen tellen alleen nog mee als ze af en toe een wezenlijke bijdrage aan het (geseculariseerde) leven kunnen leveren of een regering aan een meerderheid kunnen helpen. De scheiding van kerk en staat, vanuit het verleden positief te waarderen, heeft het christelijk geloof in een getto (‘achter de voordeur’) gedrongen, waar ze zich koestert in meditatie en persoonlijke heilsbeleving.
We worden op onszelf teruggeworpen en dat betekent voor mij een fundamentele herbezinning op ons christenzijn – niet alleen in de ethiek, maar ook in de geloofsleer. De kerk moet mijns inziens daarom vooral leergemeenschap zijn en niet teveel op de emotionele en individualistische toer van de persoonlijke heilsbeleving gaan, zoals op het ogenblik het geval lijkt te zijn.
Dr. Dingemans nuanceert dus het grote accent op vreemdelingschap. Vergeet niet, zegt hij, dat onze samenleving op allerlei manieren gestempeld is door de christelijke traditie. De gemeente van Christus kan dus niet louter contrastgemeenschap zijn maar moet zich bezinnen (in een leergemeenschap) op het leven als christen in solidariteit met de samenleving.
Hoe Dingemans die leergemeenschap vervolgens nader uitwerkt, is vers twee, maar zijn stem is het waard om gehoord te worden.
DE VOLKSKRANT
Overigens vraag ik me af of hij helemaal gelijk heeft als hij spreekt van ballingschap door de publieke opinie. Ook in december was er weer veel aandacht voor kerk en christendom (paus Franciscus!) in de media, waarbij de onbevangen aandacht in de Volkskrant er voor mij uitsprong. In de bijlage Sir Edmund werd de vraag gesteld: ‘Wat is jouw persoonlijke bijbel?’, het boek dat je leven bepaalt? Voor dr. Heino Falcke (1966), hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica in Nijmegen in gesprek met Martijn van Calmthout, is dé Bijbel zijn persoonlijke bijbel:
Ik heb eigenlijk altijd wel een Bijbel bij me. In mijn computer. Op mijn mobiel. Al heb ik toch het allerliefst nog gewoon papier. In het Nederlands, trouwens, zelfs als ik in mijn bijbelkring thuis in Keulen ben.
Ik ken de Bijbel niet uit mijn hoofd, zo werkt het bij mij niet. Ik kan er wel heel snel dingen in vinden. Als ik dan lees wat er precies staat, kunnen de woorden me overigens verbazen. Doorgaans is het kaler, eenvoudiger, nuchterder dan ik me herinnerde. Ik lees en herlees veel, net zoals je in de wetenschap nu en dan terug moet naar de ruwe data.
Ik kom uit een protestants milieu, waar het vaak over het geloof ging. Maar echt raken deed het niet. Ik geloofde wel. Maar het geloof, dat was vooral iets van de grote mensen. Dat veranderde toen ik een jaar of veertien was. Ik was op een weekend met andere jongeren en had een echte ahaerlebnis. God bestaat, ik wist het opeens zeker. En: God is liefde. Daarna ben ik de Bijbel echt gaan lezen.
De Bijbel is door God geïnspireerd en in die zin Gods woord. Maar niet letterlijk. Het is mensenwerk. Hij is de reden dat er in staat wat erin staat. Het mooie is wel dat je erdoor meevoelt met mensen in heel andere werelden en tijden. Die herkenning, dat is mooi. Menselijk. Mensen die zeggen dat de Bijbel waar is, of juist dat er van alles niet aan klopt, begrijpen het niet. Waar of niet waar is niet de kwestie. De Bijbel is als een kunstwerk, een schilderij of een gedicht. Je kijkt ernaar en elke keer zie je er weer nieuwe dingen in. Voor mij is de Bijbel een instrument om tot vragen te komen waar je anders nooit over zou nadenken. Wat is goed? Hoe moet ik me verhouden? In de discussie en het denken ontstaan de antwoorden, die staan er niet in. Het helpt je de eigenschappen van God te ontdekken. (…)
Falcke gaat ook in op de verhouding geloof en wetenschap.
Ik begrijp best dat mensen vragen hebben over de combinatie van wetenschap en geloof. Het is geen onderwerp dat je zakelijk kunt behandelen, het gaat om wereldbeelden. Je kunt als natuurwetenschapper niet beweren dat we alles begrijpen, maar dat kunnen gelovigen ook niet. Een natuurwetenschapper kan je niet vertellen waarom uitgerekend jouw kind dood gaat. De Bijbel kan dat ook niet, maar misschien wel beter vertellen hoe je daarmee om kunt gaan. Daarin zit de troost van de Bijbelverhalen.
NEDERLANDS DAGBLAD
Falcke zegt daarmee iets over het geloof dat raakt aan wat predikant en journalist Dick Schinkelshoek schrijft in een mooi artikel in het ND (‘Vijf stappen in geloof ’). Hij gaat in op de vraag of het geloof ons wel die zekerheid geeft waarnaar we verlangen. Uit het slot:
Gaan geloven verkleint niet de onzekerheid van het leven. Misschien maakt geloven die onzekerheid per saldo alleen maar groter. Ziekte en dood verschijnen nog steeds als onwelkome gasten op het feest dat wij moderne mensen graag van ons leven maken. (…) Wat stelt het geloof daar tegenover? Een woord, een stem, een belofte, soms een teken. Weinig spijkerharde garanties, dus. Totdat je ermee gaat leven, en het je leven verandert, je verlangens relativeert, je blik naar buiten richt.
Geloof is er juist voor de momenten van schemering, van meerduidigheid van het leven en de wereld, en ook voor de nacht en de winter van Gods zwijgen. Zijn bedoeling is niet onze dorst naar zekerheid en veiligheid te lessen, maar ons te leren leven met het mysterie’, schrijft de Praagse priester Thómas Halik in zijn recent verschenen boek ‘Geduld met God’. Geloven is niet kunnen leven zónder onzekerheid. Dat is schijn. Het is kunnen leven ónder onzekerheid.
Diepzinnige woorden nu wij onze weg zoeken in een nieuw jaar.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's