Grens aan verlangens
Ethicus Wannenwetsch keert zich tegen management in de kerk
In onze tijd, en vooral ook in de kerk, hebben we dringend behoefte aan mensen die de tijdgeest doorgronden en analyseren en vervolgens vanuit het Woord wegen wijzen. Bernd Wannenwetsch is zo iemand die ons met de Schrift in de hand komt hinderen.
Deze Duitse theoloog was tot voor kort hoogleraar christelijke ethiek in Aberdeen. Het is de grote verdienste van prof. dr. Herman Paul en zijn vrouw, dr. Esther Jonker, nota bene historicus en neerlandica, om hem onder ons te introduceren. In het boek Verlangen. Een theologische peiling hebben zij een vijftal opstellen van hem uitgebracht in het Nederlands.
BEGEERTE
In de verschillende opstellen komt duidelijk naar voren dat onze cultuur wordt beheerst door begeerte. Dat is een begeerte die ten diepste niet bevredigd wordt. Mensen als Augustinus hadden dat al door. Hij werd verscheurd door verlangen naar de wereld en naar God. Tot zijn verlangen uiteindelijk tot vervulling kwam in God, waar het rust vond.
VERLANGEN
Paul schrijft in zijn voortreffelijke inleiding dat het westerse christendom een religie van hoofd en handen geworden is, ten koste van het hart, terwijl het hart volgens Luther toch het meest typerende is voor een mens.
Daarom pleit hij voor een theologie van het verlangen. Zo’n theologie kan handvatten bieden aan een kerk die christenen wil toerusten voor een leven in een geseculariseerde cultuur van verlangen, waarin zo makkelijk de vervulling gezocht wordt in het wereldse. De theologie van mensen als Augustinus is hierin heel fundamenteel, maar die moet dan wel in gesprek worden gebracht met onze eigen culture of desire, cultuur van verlangen.
HEDENDAAGSE AFGODEN
In het eerste hoofdstuk brengt Wannenwetsch onze hedendaagse afgoden ter sprake. We zouden ze kunnen scharen onder de noemer ‘begeerte’. Het is een begeerte die onverzadigbaar is. Mensen shoppen tot ze niks meer te shoppen hebben. Maar dan kun je altijd nog ‘funshoppen’. Je kunt de nieuwste modetrends bekijken om je verlangen op te wekken of voor de kick, hoe kort die ook duurt. Vooral merken zijn belangrijk. Dat zijn immers krachtige en geheimzinnige symbolen, waar je mee voor de dag kunt komen.
Paul geeft in zijn inleiding treffend aan hoe herkenbaar dit alles kan zijn. Zelfs op een zondagavond als je uit de kerk komt en door de Leidse Haarlemmerstraat fietst. Ook al kom je uit de kerk, je consumentenverlangen kan zomaar door al die aantrekkelijke artikelen in de etalages worden aangewakkerd. Hoe herkenbaar. Te midden van al die prikkels en verlangens houdt Wannenwetsch ons Deuteronomium 23 voor. Daar lezen we dat verzadiging een grens moet stellen aan het verlangen. Niet dat verlangen op zichzelf verkeerd zou zijn, maar het is omdat wij zo vaak verkeerd verlangen.
MANAGEMENT IN DE KERK
Vooral het tweede opstel is profetisch. In de kerkelijke pers heeft dit gelukkig al aandacht gekregen. Wannenwetsch schrijft daarin over het verlangen naar management binnen de kerk. Dat is een verlangen om alles onder controle te krijgen.
Hij noemt het een nieuwe afgod die bij machte is het hele wezen van de kerk te ondermijnen. Want met dit verlangen doet de kerk zichzelf in de uitverkoop en levert ze zichzelf uit aan vreemde geesten.
De auteur verwijst naar voorbeelden in Duitsland, waar zelfs adviesbureaus als McKinsey in de arm werden genomen. Dit is volop herkenbaar in onze Nederlandse context. Dat de kerk is veranderd in een soort bedrijf waar alles gericht is op cijfers, groei en competenties. Het gevolg is echter wel dat het evangelie daarin verwordt tot een ‘kerncompetentie’ van de kerk. De kerk is zo een leverancier van het evangelie die zorgt voor datgene waar mensen om vragen en waaraan ze behoefte hebben.
En de dominee? Die moet tegemoet komen aan alle religieuze behoeften van de hoorders. Bovendien moet de boodschap direct relevant zijn. En wat relevant is, wordt mede bepaald door de heersende cultuur.
LUISTEREN
Nuchter stelt Wannenwetsch dat de kerk zich helemaal niet druk hoeft te maken over de mate waarin ze succesvol opereert. God zorgt namelijk voor haar. Ze moet zich in alle ontspannenheid concentreren op haar eigen roeping. Dat is vooral gelovig luisteren naar het Woord en zich daaraan onderwerpen. Voor hem is geloof een schepping van God, niet iets wat wij maken.
Geloven begint met het openen van onze oren en van onze harten door God Zelf. Jezus riep niet voor niets: ‘Effatha’. Het gaat erom dat het Woord zich een weg kan banen naar het hart. Het moet ten diepste worden ‘gegeten’. Zoals het brood van het avondmaal moet het worden opgenomen in het lichaam, zodat het ons van binnenuit vormt. Dat alles betekent dat het in de kerk niet gaat om het aan de knoppen draaien of om dikke beleidsstukken te produceren. Het gaat om het luisteren, om het horen naar het Woord van God. Alleen een hernieuwde waardering van het Woord houdt de management- afgod op afstand. Waarvan acte.
HET KOREN
In het derde opstel, over het horen, bereikt Wannenwetsch literaire hoogten. Het is waardevol om juist dit gedeelte in onze visueel ingestelde tijd te spellen. Prachtig is het hoe de auteur hier ook Luther erbij haalt. Deze reformator wees erop dat de wereld vol taal is, maar tegelijkertijd vol doofheid. In zo’n wereld gaat het erom dat God onze oren weer zó opent dat we zelfs het koren horen roepen: ‘Verheug je in God, eet, drink, gebruik me en dien je naaste door mij.’
Hoe belangrijk ook is het om de psalmen te zingen. Want de goddelijke affecten van het psalter overwinnen de chaoswateren van de menselijke affecten…
LICHAMELIJKE VERLANGENS
In het vierde artikel, dat nogal theologisch en filosofisch is, gaat de auteur in op de lichamelijke verlangens. We leven in een cultuur waarin het bijna gemeengoed is te denken dat we ons lichaam in eigendom hebben. Let alleen maar op debatten over abortus, homoseksualiteit, transgenderidentiteit, enz. Als je lichaam van jezelf is, beslis je daar zelf over.
Wannenwetsch stelt daar 1 Korinthe 7 tegenover. Paulus stelt in dat hoofdstuk duidelijk dat allerlei lichamelijke zaken niet tot privézaken verklaard kunnen worden. Als hij dan ook nog betoogt dat hiermee het getuigenis van de kerk in de wereld staat of valt, zal het ons niet bevreemden dat de kritiek niet van de lucht was. De gedachte alleen al dat je lichaam niet van jezelf zou zijn, is immers al een doodzonde. Laat staan dat je die ook nog ventileert.
THEOLOGISCHE OPLEIDINGEN
In het laatste opstel noemt Wannenwetsch daadwerkelijke of potentiële vreugdebedervers in de beoefening van de theologie. In zijn ogen zijn de theologische opleidingen veel te specialistisch. Ook daar zou de managementbenadering volop zijn doorgedrongen. Alles en iedereen zou onderworpen zijn aan ‘rigide kwaliteitsassessments’. De auteur is fel tegen de opsplitsing van de theologie in allerlei disciplines, omdat de leermeester daardoor helemaal opgaat in zijn specialisme. Maar het gaat er volgens Wannenwetsch juist om dat hij een persoonlijke geloofsband met de student heeft en een voorbeeld is.
GERIEFELIJK BESTAAN
Al met al moge het duidelijk zijn dat ik dit boek zeer aanbeveel. Een inleiding hierover op een kerkenraadsvergadering lijkt me in onze context, waarin ook wij soms zo makkelijk van God ‘bevestiging, bescherming en continuering van ons geriefelijke bestaan’ verlangen, geen overbodige luxe.
N.a.v. Bernd Wannenwetsch, ‘Verlangen. Een theologische peiling’, onder redactie van Esther Jonker en Herman Paul; uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 143 blz.; € 14,90.
Ds. H. Liefting is hervormd predikant te Delft en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 2015
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 2015
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's