De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Duidelijk én vertroebeld

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Duidelijk én vertroebeld

Bijbel in gewone taal [1]

7 minuten leestijd

Het Nederlands Bijbelgenootschap wil met de Bijbel in Gewone Taal (BGT) een Bijbel uitgeven die voor iedereen begrijpelijk is, zo staat in het voorwoord. Daarmee streeft het NBG iets na wat in feite onmogelijk is.

Het is een zuiver reformatorische doelstelling om de Bijbel voor iedereen toegankelijk te willen maken. Eén van de motto’s van de Reformatie was: sola scriptura (‘door de Schrift alleen’). Daarmee bedoelden de reformatoren dat de Bijbel uiteindelijk de enige autoriteit is voor alles wat met dit leven en het eeuwige leven te maken heeft. Daarmee plaatsten ze zichzelf in de lijn van de jonge gemeente te Berea (Hand.17:11) en gaven ze gehoor aan de impliciete opdracht van de Heere Jezus om de ‘Schriften te onderzoeken’ als het gaat over het tijdelijke en het eeuwige (Joh.5:39, vgl. Jes.34:16).

IN DE VOLKSTAAL
Maar dan is ‘van horen zeggen’ niet genoeg; de gelovige moet zelf toegang hebben tot Gods Woord. Vanuit die gedachte verschenen in het Europa van de zeventiende eeuw de eerste protestantse bijbelvertalingen in de volkstalen. In Nederland verscheen in 1637 de Statenvertaling, een zeer nauwkeurige vertaling waaraan de grootste theologen en bijbelwetenschappers die Nederland toen rijk was een bijdrage leverden. De Statenvertaling probeert zo nauw mogelijk aan te sluiten bij de oorspronkelijke tekst. Hierdoor kan iemand die het Hebreeuws, Aramees en Grieks niet beheerst toch iets proeven van de oorspronkelijke teksten, ook al is de vertaling niet altijd even mooi en begrijpelijk.

NIEUWE VERTALINGEN
De Statenvertaling heeft eeuwenlang een grote invloed uitgeoefend op onze taal. Let wel: niet alleen op de geloofstaal, ook op de ‘gewone’ omgangstaal. Naarmate het geloofsleven in Nederland afkalfde en de geloofstaal minder bepalend werd voor de dagelijkse taal, zouden die ‘gewone’ taal en de taal van de Bijbel echter steeds meer uit elkaar groeien.
Inmiddels zijn we in Nederland gezegend met een enorme hoeveelheid bijbelvertalingen, die elk op eigen wijze proberen de kloof tussen de taal van de Bijbel en de taal van het dagelijks leven te overbruggen. De belangrijkste stap werd in 1951 gezet. Toen kwam het Nederlands Bijbelgenootschap met een nieuwe vertaling die breed ingang zou vinden in kerkelijk Nederland.
Wetenschappelijk gesproken was de oude Statenvertaling aan vervanging toe. Er waren in driehonderd jaar tijd enorme hoeveelheden oude handschriften gevonden, en het was duidelijk geworden dat de Statenvertalers op sommige punten een tekst hadden vertaald die waarschijnlijk waarschijnlijk niet de meest oorspronkelijke was.
Het meest ingrijpende voorbeeld hiervan staat misschien wel aan het slot van het ‘Onze Vader’ (Matt.6:13). Men ontdekte dat de lofprijzing ‘Want Uw is het Koninkrijk…’ niet tot de oorspronkelijke tekst heeft behoord, maar er later aan toegevoegd is. In de vertaling van 1951 staat die laatste zin daarom tussen haken. Verder waren er in driehonderd jaar tijd veel archeologische vondsten geweest die de kijk op de bijbelse geschiedenis hadden veranderd. Ook was de kennis van de bijbelse brontalen enorm toegenomen.

KRITIEK
Op de vertaling 1951 kwam veel kritiek, met name uit reformatorische hoek. Veel mensen beleefden de aloude Statenvertaling als het Woord Gods. Hoe verantwoord zo’n nieuwe vertaling ook mocht zijn: voor veel Nederlanders kon al die wetenschappelijkheid niet op tegen de vertrouwdheid met de tekst, de verbondenheid met het voorgeslacht en het vertrouwen dat de Heilige Geest ook door het feilbare mensenwerk achter de Statenvertaling zuiver kon spreken.

CONCORDANT
Buiten de reformatorische gezindte zag de Amsterdamse theoloog F.H. Breukelman (1916- 1993) in de vertaling van 1951 bovendien woord- en zinsverbanden verdwijnen die in de Statenvertaling nog wel zichtbaar waren. De Statenvertalers hadden in de meeste gevallen namelijk hetzelfde Hebreeuwse of Griekse woord met hetzelfde Nederlandse woord weergegeven (dat heet: concordant vertalen). Maar in de vertaling van 1951 koos men soms voor verschillende Nederlandse woorden om hetzelfde bronwoord mee te vertalen (dat heet: dynamisch-equivalent vertalen).
In latere vertalingen zou men nog veel sterker dynamisch-equivalent gaan vertalen. In de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 (NBV) was bijvoorbeeld het woordje ‘vlees’ (Hebreeuws: basar; Grieks: sarx) bijna overal vervangen door een ander woord: ‘lichaam’, ‘mens’, ‘afkomst’, of het werd gewoon weggelaten (Matt.19:5-6). Vooral in de brieven van Paulus levert dit gebrek aan concordantie veel onduidelijkheid op. Menig predikant die met de NBV werkt, voelt zich hierdoor gehinderd in zowel de voorbereiding op de verkondiging als in het daadwerkelijke uitleggen en toepassen van de tekst voor de gemeente. Het zicht op de brontekst wordt steeds troebeler, en de predikant op de kansel moet steeds meer vertaalslagen maken.

DUIDELIJKHEID
Na de vertaling van 1951 en de NBV ligt er sinds afgelopen najaar de Bijbel in Gewone Taal, de nieuwste vertaling van het NBG. Daarin worden stappen gezet die nog veel verder afvoeren van de bronteksten. Ik noem er slechts drie.
Ten eerste worden bepaalde ‘moeilijke’ theologische woorden, zoals ‘Koninkrijk’ en ‘Woord’, vervangen door omschrijvingen of door een ander begrip. Het ‘Koninkrijk’ is nu ‘Gods nieuwe wereld’ en in Johannes 1 is het ‘Woord’ veranderd in ‘Gods Zoon’. Dat is niet per se onjuist, maar het stáát er natuurlijk niet.
Ten tweede zijn de lengtematen, gewichten en munteenheden vervangen door Nederlandse hedendaagse Ten tweede zijn de lengtematen, gewichten en munteenheden vervangen door Nederlandse hedendaagse varianten. Geen ‘dertig kor’ meer (1 Kon.4:22, SV), maar ‘135 zakken meel’, en geen ‘tienduizend talenten’ meer (Matt. 18:24), maar ‘vele miljoenen’. Dat levert duidelijkheid op, al stáát het er natuurlijk niet.
Iets soortgelijks geldt voor Psalm 87:4, waar Rahab, Babel, de Filistijn, de Tyriër en de Cusjiet zijn veranderd in ‘van noord tot zuid, van oost tot west’. Ook duidelijk – maar het stáát er niet. Ten derde wordt de tekst soms uitgebreid. In Psalm 51:2 wordt er aan de bijbeltekst toegevoegd: ‘Want David had met Batseba geslapen, terwijl zij getrouwd was met één van zijn soldaten.’ Dat staat er natuurlijk helemaal niet. Maar het levert wel duidelijkheid op.

MOEILIJK BOEK
Hoeveel moet je veranderen aan de bijbeltekst voordat hij begrijpelijk wordt? De BGT laat zien: heel veel. Zeker als je niet zo vertrouwd bent met de taal van het geloof en de taal van de kerk. Maar we hebben zojuist gezien: door elke stap die je zet in de richting van begrijpelijk Nederlands wordt het zicht op de eigenlijke bijbeltekst vertroebeld. We zagen dat de Statenvertalers hebben geprobeerd om de Nederlandse gelovigen zélf de Bijbel te laten lezen. In dat opzicht was de doelstelling van de Statenvertaling gelijk aan die van de BGT. Het grote verschil tussen beide is dat de Statenvertalers er geen geheim van hebben gemaakt dat de Bijbel een ontzettend moeilijk boek is, misschien wel het moeilijkste boek dat er bestaat. De Bijbel neem je niet zomaar even ter hand. Dat weet iedereen die wel eens geprobeerd heeft om de Bijbel zonder hulpmiddelen van kaft tot kaft te lezen. De eerste hoofdstukken gaan nog wel, maar je stuit al snel op ingewikkelde passages die je zonder toelichting niet kunt begrijpen. We kunnen denken aan Genesis 49, het Hooglied en hele passages in de grote en de kleine profeten. Maar zo stáát het er wel.

KANTTEKENINGEN
Ook de initiatiefnemers tot de Statenvertaling hebben zich geconfronteerd gezien met die moeilijke teksten. Op donderdagmiddag 20 november 1618 gaven ze de Statenvertalers daarom de volgende opdracht: ‘Dat zij eenige korte verklaringen er bij voegen, waarmede reden gegeven wordt van de overzetting in de duistere plaatsen; maar de waarnemingen der leerpunten daar bij te voegen, is geoordeeld noch noodig.’
Naast een vertaling van de feitelijke bijbeltekst moest er dus ook een toelichting komen, liefst zonder dogmatische overwegingen. Deze kanttekeningen zorgen ervoor dat de Statenvertaling tegelijkertijd een eerlijk beeld geeft van de brontekst-in-óngewonetaal én begrijpelijkheid kan bieden.

LES
Dat leert ons een belangrijke les: de ervaring van veel 21e-eeuwse lezers, namelijk dat het praktisch onmogelijk is om bij het lezen van de Statenvertaling meteen te begrijpen wat er eigenlijk staat, is zo oud als de Statenvertaling zelf. Maar de Statenvertaling is ook nooit bedoeld om zónder de kanttekeningen gelezen te worden.
Het is daarom goed dat in alle edities van de Herziene Statenvertaling een bescheiden notenapparaat is opgenomen, om de lezer te laten weten hoe de letterlijke tekst luidt, wat bepaalde termen betekenen en welke andere vertalingen er mogelijk zijn. Voor wie nog meer wil of voor wie meer nodig heeft, zijn er gelukkig uitstekende hulpmiddelen op de markt: commentaren, naslagwerken, studiebijbels – en sinds kort: de Bijbel in Gewone Taal.


Ds. G. van Zanden is predikant van de protestantse gemeente i.w. te Pesse en assistent in opleiding (aio) aan de Protestantse Theologische Universiteit.


Volgende week: een bespreking van de BGT door ds. W.H.Th. Moehn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 2015

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Duidelijk én vertroebeld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 2015

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's