De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Dr. Wilbert van Iperen Balanceren in de kerk. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 288 blz.; € 24,90.

De dissertatie van ds. Van Iperen uit Barneveld is ‘een onderzoek naar presentie, profilering en receptie van het Evangelisch Werkverband (EW) binnen de Protestantse Kerk in Nederland, 1995-2010’ en beoogt een doorgaande dialoog in deze kerk te stimuleren. Deze praktisch-theologische studie zet in met een hoofdstuk over de evangelische beweging in Nederland, waarbij de bocht in historisch opzicht hier en daar wel erg kort genomen wordt. Zo stelt dr. Van Iperen dat het vinden van geloofszekerheid bij de puriteinen – in tegenstelling tot bij evangelischen als Wesley en Whitefield – een uitzondering is en rekent hij de Nadere Reformatie tot de evangelische beweging, alsof er een lijn loopt van Willem Teellinck en Wilhelmus à Brakel naar ds. Hans Eschbach.
Leerzaam is zijn analyse ten aanzien van vernieuwingsbewegingen dat deze met name invloedrijk zijn als er een positieve houding vanuit de landelijke kerk is én een gematigde actie van deze beweging, die oog moet hebben voor de geschiedenis en de traditie van de kerk waarvan men deel uitmaakt. In dit verband noemt de auteur de Gereformeerde Bond ‘zeer loyaal’ aan de kerk, een ‘loyaliteit die theologisch gefundeerd is’. Overigens is duidelijk dat de actieradius van het EW niet alleen door haar eigen inhoud bepaald wordt, ook door de bejegening van het geheel van de kerk. Van Iperen komt (blz. 234) tot een opmerkelijke conclusie: ‘De acceptatie van het Evangelisch Werkverband door de landelijke kerk maakt de beweging tot één van de stromingen binnen de kerk. Het realiseren van het ideaal ‘een beweging voor het geheel van de kerk te zijn’ wordt daardoor bemoeilijkt.’ Als dit zo werkt, zou je hopen dat het moderamen van de synode in zijn volgende vergadering besluit de Gereformeerde Bond niet langer te erkennen… In het tweede deel van deze studie volgt Van Iperen op basis van de evangelische manifesten en de meditaties in de nieuwsbrieven de aanwezigheid en de profilering van het EW in de kerk. Zijn vertrekpunt neemt hij in 1995, als het EW met het (defensief getoonzette) Evangelisch Manifest voor het eerst naar buiten treedt. Men hoopt de leegloop van de kerk te keren en heersende matheid en traagheid om te buigen. In 2010 is er een nieuw (meer polemisch getoonzet) Manifest, waarin gesproken wordt van zegen en erkend wordt dat er geen sprake is van een succesverhaal, omdat de kerk nog altijd in een diepe identiteitscrisis verkeert. In een loyale (dat zij gezegd!) tekening geeft dr. Van Iperen inzicht in het werk van het EW. Hij laat zien dat de komst van het EW niet dé verklaring is voor het toegenomen missionaire bewustzijn van de kerk, dat er weerstand kwam bij de nadruk op de dienst van bevrijding van demonen en de visie op evangelisatie, dat het EW zijn hoge ambitie ten aanzien van kerkplanting bij moest stellen en dat EW-directeur Eschbach (over wiens persoonlijkheid het ook nog even gaat) vaak de vinger legde bij de vormgeving en structuren binnen de kerk. Hier en daar komt de auteur tot stevige conclusies, met name als hij enkele keren schrijft dat het EW weinig kritisch op het eigen functioneren is, tegenvallende resultaten door externe factoren veroorzaakt worden, de doelstellingen niet concreet en realiseerbaar zijn en het EW niet de breedte van de kerk bereikt. Ook is er te weinig oog voor cultuur-maatschappelijke verschijnselen als de secularisatie.
Toch biedt deze studie ook een uitweg. In een gesprek met ds. R.J. Perk, jarenlang EW-voorzitter, erkent deze dat ‘men als zender in het enthousiasme te weinig rekening gehouden heeft met de ontvanger van de boodschap’. Een echt gesprek ontbrak. Met de oproep hiertoe sluit dr. Van Iperen zijn inzichtgevende studie af. ‘Het is mijn wens dat we binnen de kerk en ook daarbuiten durven dromen én bereid zijn onze dromen te delen met anderen.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 2015

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 2015

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's