Spiritualiteit
Januari was de maand van de spiritualiteit. Wat er precies onder verstaan moet worden, daarover lopen de meningen uiteen. Schrijfster en filosofe Désanne van Brederode schreef in Trouw (10 januari) een essay waarin zij ‘het zonnige mensbeeld van de nieuwe spirituelen’ aan de kaak stelt.
TROUW
Van Brederode begint met haar waardering te verwoorden voor wat door ‘positief denken’ ‘zingeving’ en ‘mindfulness’ aan de orde wordt gesteld.
In alle gevallen gaat het om het verkrijgen van een bewuste, aandachtige houding. Doe ik wel wat ik echt graag doe? (…) Hoe blijf ik authentiek en geïnspireerd, en creatief, zonder bang te zijn voor een afwijzing door de buitenwereld, maar trouw aan mijn eigen hart, luisterend naar mijn lichaam en toegewijd aan mijn dromen en idealen? (…)
Deze waardevolle vragen hebben behoefte aan een zoektocht. Waarbij kerk en godsdienst niet meer nodig zijn.
Spontaniteit is het sleutelwoord. Waar de moderne spirituelen van uitgaan komt ongeveer hier op neer: ‘Alles wat ik nodig heb, ligt al in mij klaar. We hebben samen onze eigen werkelijkheid, want alles is gedachtenkracht. Daarom is het belangrijk om uit te gaan van het positieve. Een betekenisvolle, zinvolle, zelfs liefdevolle wereld kan niet bestaan als je niet eerst leert houden van jezelf en van alle mogelijkheden die je in je draagt.’
De enige strijd die er nog toe doet, is die tegen eigen hoogmoed, hebzucht, afgunst en kleingeestigheid. Verander de wereld, begin bij jezelf. Een morele, en tegelijk vrijlatende aansporing die geen diepgaande exegese en uiterlijk vertoon nodig heeft. En zelfs geen God, of het moet een God zijn die ik zelf ben, ‘in ’t diepst van mijn gedachten’ (Willem Kloos).
In het vervolg signaleert Van Brederode dat dit type spiritualiteit op het eigen welbevingen is gericht. En voor het kwaad in de wereld is daarin geen plaats ‘want het eigen innerlijke lichtje mag niet uitwaaien door één gure tochtvlaag te veel’.
Het moderne spirituele idee van een wereld zonder kwaad is eenvoudig te koesteren wanneer je je maar consequent ‘afsluit’. En op Facebook de tegelspreukjespost van goeroes als Paulo Coelho, die aansporen om te genieten van kleine dingen, om snel te vergeven, om ook tegenslag als groeikans te omarmen, en om te blijven geloven dat je dromen bewaarheid kunnen worden, mits je maar blijft luisteren naar je innerlijke gids. Jij bent de baas over jouw gedachten, en met die gedachten schep je je eigen wereld. Eén die altijd overloopt van vreugde, liefde, vrede, harmonie, vitaliteit en waarin iedere crisis zich als schitterende kans manifesteert en iedere wond een geschenk is, jou door een fee of een engel toegebracht om jou weer dichter tot je pure kern en je bestemming te brengen.
Van Brederode schetst in haar essay een vorm van spiritualiteit die met de rug naar de wereld staat, zich alleen nog richt op het eigen goede gevoel en waarin het draait om persoonlijke groei. De strijd die nog geleverd moet worden worden vindt – op microniveau – plaats tegen een aantal overgebleven onhebbelijkheden. Wie geen vreemde is in kerkelijk Nederland ziet dat dit type ‘spiritualiteit’ ook de kerk heeft bereikt. Van Brederode houdt ons in dit verhaal een heldere spiegel voor.
ONDERWEG
Over spiritualiteit gaat het ook in Onderweg het splinternieuwe fusietijdschrift dat de opvolger is van het vrijgemaakte De Reformatie en het Nederlands gereformeerde Opbouw. Arie Kok sprak met dr. B. Plaisier over zijn predikantschap, scribaat van de synode en werk in China. Twee fragmenten:
Plaisier groeide op in Hendrik-ido-Ambacht, in de Gereformeerde Gemeenten. Als student op de kweekschool besloot hij hervormd te worden, nadat hij met vrienden de Institutie van Calvijn had gelezen. ‘Wat ik uit mijn jeugd meeneem, is de grote nadruk op het leven met God. Bevinding noemden we dat. Het besef dat geloof iets met je doet, dat het je verandert. De ervaring van God in je leven is zeer essentieel. En tegelijk is er het besef dat Hij er soms niet is. De verborgenheid van God wordt ervaren, niet als wanhoop, maar behorend bij het geloofsleven. Met als houvast: Hij heeft het beloofd, Hij zal weer komen. Mijn ouders waren zeer gelovige mensen. Zij lieten in hun leven zien dat God er is. Ik had weleens de ervaring dat in onze huiskamer een ladder stond die tot de hemel reikte.(…)’ De grootste verandering in Plaisiers leven diende zich aan in 1997. ‘Als er één ding was waar ik zelfs in mijn achterhoofd nog nooit aan gedacht had, was het wel dat ik secret arisgeneraal van de Nederlandse Hervormde Kerk zou worden. Ik dacht dat ik voor dat soort dingen niet geschikt was. Dat die roep toch kwam, bracht me in grote verwarring. Tot ik een artikeltje las van dominee Tj. de Jong,nota bene een van de felste tegenstanders van Samen op Weg. Hij schreef dat als God je ergens toe roept, Hij je ook de bekwaamheid zal geven. Dat heeft me de rust gegeven waardoor ik me eraan kon overgeven.’
WAPENVELD
Ten slotte volgt hier uit Wapenveld een ‘gouden moment’, beschreven door dr. Wim ter Horst (1929), oud-hoogleraar orthopedagogiek te Leiden. Het gaat over een geestelijke ervaring net na de watersnoodramp, nu 62 jaar geleden.
Het gouden moment dat ik hier zo goed mogelijk onder woorden probeer te brengen, is sterk richtinggevend geweest in mijn leven. In een glimp ontwaarde ik even iets van het Grote Geheim dat schuilgaat achter het voor het verstand toegankelijke aspect van het christelijk geloven. Het voorval speelt zich af in februari 1953 in Nijverdal. Ik ben daar onderwijzer op de ”1e Christelijk Nationale School” aan de Grote Straat. Mijn leerlingen van klas 4 (groep 6 tegenwoordig) moeten het een dag of tien zonder mij stellen want ik ben „voor herhaling onder de wapenen” in Breda. Dan steekt de Verschrikkelijke Stormwind op samen met een extreem hoog springtij. Dijken breken, grote delen van het land overstromen, ruim 1800 mensen verdrinken, tezamen met veel vee.
De ontzetting in het hele land is onbeschrijfelijk; van de zwaar getroffen Hoeksche Waard af tot op de veilige Nijverdalse Berg aan toe. Te hulp, te hulp! De dijken, de dijken zijn gebroken! Heer onze God, dit kan en mag toch niet zo zijn? Het grijpt iedereen heftig aan. Erger, anders dan de rampen uit de oorlog die toch bepaald niet gering waren. Misschien vergelijkbaar met de aardbeving van Lissabon in 1755
Het is me nog steeds een raadsel. Als juniorlid van de luchtbescherming zat ik midden in de bombardementen van
6 en 7 oktober 1944 in Hengelo. Die verschrikkingen kon ik zomaar van me afschudden. Niet die van Zierikzee, waar we met onze compagnie van wat onthande herhalings-dienstplichtigen meteen worden ingezet.
Wat was dat toen toch? Zat er in onze collectieve humuslaag zoiets als de notie: „Wat vlied’ of bezwijk’; dijken zijn onverwoestbaar”? Ik weet er geen raad mee.
In Zierikzee worden we al gauw afgelost door een eenheid die beter is toegerust dan de onze. Ik zwaai af en sta twee dagen later weer voor mijn klas. Moe, compleet leeg, verslagen en zonder hoop. De ontzetting houdt het land onverminderd in haar greep; is zelfs toegenomen nu de beelden en de verhalen eindelijk goed loskomen.
Mijn leerlingen weten waar ik ben geweest, zitten doodstil in hun banken en kijken me met grote ogen aan. Nu was het onze gewoonte om elke dag te beginnen met zingen. Je wordt er goed wakker van, je doet het samen en wat er verder gaat gebeuren, komt erdoor op niveau. Bovendien is mooi zingen volgens Augustinus dubbel bidden.
„Zingen doen we vandaag maar niet, ik zou ook niet weten wat”, zijn mijn eerste woorden. Stilte. Dan steekt Joke Mondeel haar vinger op. Een rustig, onopvallend meisje, tien jaar. Zo’n kind van wie je als een van de laatsten de naam onthoudt in een nieuwe klas. Heel vriendelijk en helder: „Meester, we zouden natuurlijk kunnen zingen „Als g’in nood gezeten geen uitkomst ziet.”” Zo’n kind toch! Het raakt me Senkrecht von Oben en ik ben diep ontroerd. Veel te zwak uitgedrukt. Mysterium tremendum et fascinans. Dat komt er dichterbij.
Tranen komen me in de ogen. Dat kan dus niet voor de klas (1953) en om ze te verbijten, loop ik bevend naar het raam aan de Grote Straat. Doe alsof ik naar buiten kijk, maar zie niets. En dan beginnen ze achter mijn rug het lied heel zachtjes en augustiniaans mooi te zingen. Ach God! Soms hoor ik ze weer. Nu ook.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's