De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het vrije woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het vrije woord

7 minuten leestijd

Na de aanslag in januari op de redactie van Charlie Hebdo en een Joodse supermarkt door moslimradicalen laaide in de media de discussie weer op over de relatie geloof en geweld. In de Volkskrant van 22 januari schreef prof.dr. Wil van den Bercken een opiniebijdrage over deze relatie. Zijn stelling is dat geloof en geweld vooral een tegenstrijdige relatie kennen:

DE VOLKSKRANT
De aanslagen in Parijs lijken de opvatting te bevestigen dat godsdienst geweld genereert. Het recente geweld wordt geplaatst in de geschiedenis van kruistochten, godsdienstoorlogen, inquisitie, religieuze onverdraagzaamheid. Toch is historisch gemakkelijk aan te tonen dat geloof en geweld geen intrinsieke relatie hebben. De kruistochten waren godsdienstoorlogen, de Dertigjarige Oorlog tussen protestanten en katholieken deels ook. Maar deze oorlogen vallen statistisch in het niet bij de feodale oorlogen, successieoorlogen, territoriale oorlogen, koloniale oorlogen, handelsoorlogen, burgeroorlogen, onafhankelijkheidsoorlogen, Afrikaanse stammenoorlogen, om maar te zwijgen van lang voorbije oorlogen van Perzen, Grieken, Romeinen, Mongolen en precolumbiaanse volken en de moderne twee wereldoorlogen. De godsdienstoorlogen in het verleden hadden evenzeer sociale en politieke oorzaken als religieuze, en er zijn meer mensen gedood in naam van expliciet atheïstische ideologieën in de twintigste eeuw dan door alle religieus geweld bij elkaar. (...)

Van den Bercken geeft aan het geweld dat bijvoorbeeld door Mao Zedong en de Rode Khmer is veroorzaakt niet valt aan te rekenen aan het tolerante intellectuele atheïsme. Maar dan moeten moderne atheïsten ook van gelovigen aanvaarden dat geweld niet zomaar deel uitmaakt van hun geloof:

Van tweeën een: óf atheïsme en godsdienst kunnen ondanks hun ideële doelstellingen beide op een perverse wijze gebruikt worden door hun aanhangers, óf geen enkele levensbeschouwing kan bogen op morele juistheid en intellectuele oprechtheid.
Geweld heeft evenveel seculiere als religieuze wortels en gelovigen en nietgelovigen zijn vaak even slecht, maar gelovigen wordt het zwaarder aangerekend, omdat zij in tegenspraak met hun geloof handelen.


TROUW
In de rubriek ‘Theologisch elftal’ in Trouw van 23 januari gaat het over de waarde van de vrijheid van meningsuiting en komt onder anderen ds. B.J. van der Graaf uit Amsterdam-West aan het woord. Hij voelde zich onbehaaglijk bij de satire die door Charlie Hebdo werd beoefend en benadrukt het belang van de gemeenschap voor de samenleving. Enkele fragmenten uit zijn bijdrage.

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar als die loszingt van een gemeenschappelijke basis, kun je er anderen mee wegzetten. Ik bedoel dat heel letterlijk: uit de gemeenschap plaatsen, buitensluiten.
Dat veel moslims zo gevoelig reageren op cartoons over Mohammed kun je stom vinden: ‘zij’ moeten zich niet zo aanstellen. Je kunt er ook een teken in zien dat onze gemeenschap kennelijk niet meer goed functioneert. Er is geen gemeenschappelijke basis. Dát is het onderliggende probleem, en als je dat wilt oplossen, helpt het je niet om je in te graven in je eigen gelijk. Dan moet je met elkaar in gesprek.


Volgens ds. Van der Graaf heb je satire en satire. ‘Vrijheid van meningsuiting is er toch niet alleen om anderen zo hard mogelijk te kwetsen?

CHRISTELIJK WEEKBLAD
Lútsen Kooistra, de hoofdredacteur van Christelijk Weekblad, legt de vinger bij een ander aspect. Het is hem opgevallen hoezeer na de aanslagen gezworen werd bij ‘het absoluut vrije woord’. Maar bestaat dat wel?

In de heftigheid van de emoties kan de redelijkheid onder druk komen te staan. Zoals het begrip ‘het vrije woord’ de afgelopen dagen rondwaarde, is niet in alle opzichten redelijk. Het vrije woord in zijn radicale betekenis bestaat niet. Aanzetten tot haat door het woord, bij voorbeeld, mag niet. In Frankrijk zijn diverse voorbeelden te vinden van inperking van het vrije woord, zelfs in toenemende mate. Dat was precies de reden dat de vermoorde redactie van Charlie Hebdo nóg heftiger cartoons publiceerde, op aandringen van de uitgever. Die werd dan ook als eerste gedood. (…)
Het vrije woord in absolute zin bestaat niet, ook niet in het Parijs als protesthoofdstad van de wereld. Deze constatering doet geen afbreuk aan het absurde karakter van de aanslagen, noch aan de woede en aan de angst. Tegelijkertijd is het verstandig te bedenken hoe de woede over terreur op meer gronden is gerechtvaardigd dan alleen door het recht op het vrije woord.


DE GROENE
Nog scherper is de analyse van prof. dr. Willem Schinkel in De Groene (22 januari). In een geleerd essay schrijft hij dat de westerse, liberale verdediging van het vrije woord een strijd is waarin in feite niets op het spel staat. ‘Relevant is immers niet wat er gezegd wordt, maar dat er gezegd wordt.’ Het is de fundamentele leegte van de liberale democratie.

Kranten grossierden in de dagen na de aanslag in hun spotprenten, maar wat, precies, was het idee daarachter? NRC Handelsblad kopte de dag na de eerste aanslagen: ‘De stem van Charlie Hebdo mag niet verstommen’. Als daarmee bedoeld wordt dat de cartoonisten niet vermoord hadden mogen worden, dan is het een open deur. Maar wat kan het nog meer betekenen? Wat was er zo verheven aan de stem van deze cartoonisten? Waren het niet professionele en obsessieve provocateurs? Veel van hun prenten kunnen als racistisch gezien worden, en sommige ook als seksistisch, getekend door blanke mannen die bij herhaling allerhande stereotypen uitventten in een context van opkomende xenofobie. (…) Het leek eerlijk gezegd een repertoire dat aan het einde van zijn inspiratie was. Provocatie om de provocatie, waar geen verdere maatschappijkritische of anderszins nobele gedachte achter zat.
Althans, geen andere dan deze impliciete boodschap: in een liberale democratie dien je te beseffen dat alle woorden en beelden inhoudelijk equivalent zijn, dat ze onschuldig zijn, dat ze je niet kunnen raken tenzij je onredelijk en lichtgeraakt bent. (…)


Volgens Schinkel is onze liberale vrijheid vooral leeg. ‘Een betekenisloze dans om de seculier-heilige gave van het vrije woord.’ In een liberale democratie is in feite geen ruimte voor overtuigingen maar alleen voor meningen.

IN DE WAAGSCHAAL
Maar hoe dan verder? Wat is onze kracht? vraagt prof.dr. G.C. den Hertog (TU Apeldoorn) zich In de Waagschaal af:
Onze westerse samenleving koestert het recht op vrijheid van meningsuiting. Terecht. Zoals Voltaire het enkele eeuwen terug zei: ook al verwerp ik uw opvattingen, ik zal me ervoor inzetten dat u ze publiekelijk naar voren kunt brengen. De vraag waarvoor we nu staan is een andere: hoe vinden we een weg om dit terrorisme – en de angst die het zaait – het hoofd te bieden? Mensen verbieden zich op een bepaalde manier uit te laten is zagen aan de stoelpoten van onze vrije samenleving. Dat moet dus niet. Maar er is wel reden om ons af te vragen of we het kwade niet kunnen en moeten overwinnen door het goede. Wat stralen we uit naar de moslims onder ons, naar de islamitische landen elders in de wereld? Culturele zelfingenomenheid, gebrek aan respect voor anderen? Vrijheid om te zeggen wat je kwijt wilt is een groot goed, maar is het niet zaak onszelf de vraag te stellen of we nog iets anders hebben dan onze zo zeer gekoesterde autonomie? Een cartoon houdt je de spiegel voor, vertekent, maar dat hoort erbij. Een cabaretier is de hofnar die iedereen de gek aansteekt. We hebben zulke mensen gewoon ook nodig.
Maar is het niet tijd om ons af te vragen wat het gehalte is van de vrijheid die nu bedreigd wordt? Hebben we meer dan de vrijheid ons eigen levensontwerp naar persoonlijke inzichten en ‘passies’ vorm te geven? Kan een cultuur zonder echt respect voor de ander, in liefde hem en haar een plaats gunnen, naar hen luisteren? Ik pleit niet voor zelfcensuur uit angst, maar wel voor zelfonderzoek. Het recht op vrijheid van meningsuiting is echt iets anders dan de legitieme ruimte de ander tot in het diepst van diens levensovertuiging te grieven. Het is zaak om het kwade te overwinnen door het goede.


Alle nadruk op dat vrije woord roept bij mij de associatie op met de tweede brief van Paulus aan Timotheüs, waar hij schrijft ‘het Woord van God is niet gebonden’. Dat woord is geen lege huls maar kracht van God. Mensen worden er niet door beschadigd, maar opgericht en bevrijd. Waar dat vrije woord doorwerkt, krijgt in onze wereld het samen-leven de kans en wordt het kwade inderdaad overwonnen door het goede.


Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het vrije woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's