De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

5 minuten leestijd

H. Jagersma
Nehemia. Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel.
Uitg. Kok, Utrecht; 170 blz.; € 17,95.
A. Jobsen
Ezechiël, deel 1
Uitg. Kok, Utrecht; 314 blz.; € 34,99.

In de serie Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel zijn twee nieuwe delen verschenen. De serie is bedoeld voor bijbelstudie, onderwijs en prediking. Volgens de toelichting schenken de auteurs veel aandacht aan de literaire techniek en de theologische relevantie van de tekst. Bij het doorlezen van deze delen valt inderdaad de aandacht op voor de literaire verschijnselen, maar de beschrijving van de theologische relevantie is meestal heel summier. Gedetailleerde wetenschappelijke discussies en vaktaal worden vermeden, zodat de serie voor een brede lezerskring toegankelijk is. Wat dat betreft gaapt er wel een kloof tussen de gegeven uitleg en de uitgebreide literatuurlijsten vol wetenschappelijke literatuur. De uitleg zou aan waarde winnen door meer bijbels-theologische verbanden te leggen. De toelichting noemt ook de verbanden met het Nieuwe Testament en de rabbijnse literatuur. De verwijzing naar de rabbijnse literatuur vindt vooral in het deel van Jagersma plaats. Afgezien van slechts enkele tekstverwijzingen naar het Nieuwe Testament leggen de auteurs hiermee geen verbanden.
Dr. A. Jobsen bespreekt de eerste helft van het boek Ezechiël. Hij geeft veel informatie over deze relatief onbekende hoofdstukken. De toelichting is ter zake en verhelderend. Bij hoofdstuk 14 bespreekt de auteur de vermelding van Noach, Daniël en Job. In plaats van de bijbelse persoon Daniël in het gelijknamige boek meent Jobsen dat een vroegere koning uit een Ugaritische vertelling bedoeld is, en het is volgens hem geen bezwaar dat daarin goden als Baäl en Anath voorkwamen. Deze visie is nogal aanvechtbaar, omdat Ezechiël spreekt over de gerechtigheid van deze drie mannen, juist tegenover de afgodendienaars in zijn tijd. Jobsen dateert ook het boek Job in later tijd.
De auteur van het commentaar meent dat Ezechiël 18 afstand neemt van het theologische inzicht dat de overtredingen van de vaders ook nog een negatief effect hebben op kinderen, klein- en achterkleinkinderen. Hij plaatst de opvatting tegenover de bepaling in de Tien Geboden, in Exodus 20:5. Mijns inziens bestrijdt de profeet het misbruik van de genoemde visie, maar blijft deze doorwerking in de geslachten wel van belang. De uitleg van de lastige tekst ‘Ook gaf Ik hun voorschriften die niet goed waren’ (20:25) verdient een uitvoeriger bespreking en de overweging van andere mogelijkheden dan nu gebeurt.
Jagersma beklemtoont in de inleiding dat het boek Nehemia niet aan een historisch boek mogen denken. Hij meent dat de hoorders in de eerste plaats hun eigen levensverhaal moesten kunnen herkennen. Hier rijst bij mij de vraag waarom dit een tegenstelling zou zijn. Voor de lezer van de vele plaatsnamen zou een kaartje van de provincie rond Jeruzalem en ook een tekening met de poorten en muren van Jeruzalem goede diensten kunnen bewijzen, maar die ontbreken. De auteur geeft vooral feitelijke, literaire en taalkundige informatie, maar juist bij een boek als Nehemia zou er veel meer te zeggen zijn over de theologische verbanden. Wat is de waarde van vreugde en schuldbelijdenis (Neh.8)? Waarom is dit Loofhuttenfeest verschillend van de eerdere keren?
Waarom is het zo belangrijk dat mensen in de grote stad Jeruzalem gaan wonen (Neh.10)? Over de betekenis van de inwijding van de muren valt heel wat meer te zeggen. Als Nehemia zich volgens de auteur ten onrechte beroept op het gedrag van Salomo, waarom doet hij dat dan toch, en wat zijn de achterliggende motieven (Neh.12)? De lezer blijft hier met allerlei vragen zitten. Daarom zijn de genoemde delen met hun taalkundige en literaire benadering vooral geschikt voor hen die ook toegang tot aanvullende publicaties hebben.
M.J. PAUL, EDE


John Williams
Augustus.
Uitg. Lebowski Publishers, Amsterdam; 432 blz.; € 19,95.

‘De kring van officieren opent zich voor hem, en hij loopt de heuvel af. We kijken hem lang na, een wat jongensachtige gestalte op het verlaten veld, die zich traag voortbeweegt, dan weer de ene kant op, dan de andere, alsof hij probeert uit te zoeken welke kant hij op moet gaan.’ John Williams verwoordt hoe Gaius Octavius reageert op de moord op de Romeinse politicus Julius Caesar, zijn oom, in 44 voor Christus. Octavius is zijn erfgenaam en wordt na een periode van burgeroorlogen onder de naam Augustus zeventien jaar later de eerste keizer van het Romeinse rijk. De vrijheid van de republiek is dan hersteld, de tirannie door partijstrijd ten einde. Hij belandt in Rome, de wereld waarin geen mens weet wie zijn vijand is en wie zijn vriend, waar losbandigheid meer wordt bewonderd dan deugdzaamheid, en waar principes in dienst zijn gaan staan van het eigenbelang. Als keizer probeert Octavius de schade van burgeroorlogen te herstellen en orde te scheppen in Rome. Wat doe je als een piraat de graanschepen aanvalt zodat de Romeinse bevolking honger lijdt? Soldaten aan je binden en vechten. Zijn minachting van macht maakt in de praktijk dat Octavius haar naar zich toe ziet komen. Hartstocht, huwelijk en echtscheiding – ze staan in Rome alle in dienst van de macht. De interesse van de christenlezer neemt even toe als op pagina 277 de naam Jeruzalem voor het eerst valt. Echter, de wijze waarop Augustus door de God van Israël ingeschakeld is om Jezus in Bethlehem geboren te doen worden, komen we niet tegen.
John Williams overleed in 1994. Dit boek over keizer Augustus uit 1972 verscheen pas afgelopen zomer in het Nederlands. Aan de hand van brieven en de memoires van familieleden, senatoren, dichters tekent hij het leven van Gaius Octavius, waarbij elke paragraaf het perspectief wisselt. In de laatste vijftig bladzijden lezen we drie lange brieven van de dan 76-jarige keizer, die in de seculiere geschiedenis getekend wordt als de man die een einde maakte aan het najagen van rijkdom, glorie en macht van mensen die daarbij moord, onderdrukking en burgeroorlog niet schuwen. Sympathiek, zo komt hij naar je toe. In die brieven erkent Augustus, wiens naam in de Bijbel vermeld wordt, dat er ‘maar één god is, Toeval, en zijn priester is de mens’. Lukas 2 leert ons anders.
P.J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's