De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Evangelie en media

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Evangelie en media

7 minuten leestijd

In dezelfde week waarin een dominee het bestaan van de historische Jezus ontkende, rolde in een oplage van 80.000 exemplaren de glossy Jezus van de persen. Een initiatief dat vooral in christelijke kring veel – kritische – reacties opleverde.

RD
In het hoofdredactionele commentaar schrijft het Reformatorisch Dagblad erover.

Deze week verscheen er een glossy over Jezus waarin wordt geprobeerd Hem te tekenen als een mens van vlees en bloed. (…) Hoewel iedereen die de Bijbel kent, weet dat het winnen van mensen voor het geloof in de Heere Jezus uiteindelijk alleen gebeurt door de werking van de Geest van God, moet elke poging om het Evangelie te verbreiden met een positieve intentie worden beoordeeld. Het is immers een gebod van Christus Zelf om overal Zijn naam bekend te maken. (…)
Toch zullen degenen die kennisnemen van de glossy ”Jezus!” aarzelingen hebben bij deze productie. Toegegeven, grafisch en fototechnisch is ze schitterend vorm gegeven. Dat is vakwerk. Maar wie kennisneemt van de inhoud, krijgt een gevoel van vervreemding. Dat komt deels door de beelden. Gepoogd is de Heere Jezus een eigentijdse outfit te geven. Dat moet de idee oproepen: Hij is één van ons. Maar daarmee wordt wel de historische werkelijkheid geweld aangedaan.


Nog meer geldt dat voor de artikelen. Schrijvers met een christelijke en een niet-christelijke achtergrond laten hun licht schijnen over het leven van de Heere Jezus. Sommigen laten daarbij hun fantasie wel erg de vrije loop. Andere projecteren ideeën op Hem die nergens in de Bijbel zijn terug te vinden. Daarbij hanteren ze soms een populair woordgebruik dat zeker niet past bij de heiligheid van de Zoon van God. (…)

ND
In het Nederlands Dagblad wordt missioloog Stefan Paas aan het woord gelaten. Hij is positief verrast. De glossy ‘is respectvol gemaakt, ziet er mooi uit en wat er staat is meestal geen geleuter. Het is de makers gelukt Jezus ter sprake te brengen in de taal van een wereld die van het geloof niets af weet.’ Een puntje van kritiek vindt Paas dat het blad een wel ‘heel lieve Jezus’ toont.

Hij is nergens tegen. Nou ja, tegen de kerk, maar dat is iedereen. De echte Jezus stuitte het establishment tegen de borst. De Jezus van deze glossy is toch wel vaak de spreekbuis van het algemeen gevoelen: Jezus deugt wel, zijn grondpersoneel niet. Religie is fout, Jezus is goed.’

Zou het blad, hoewel het daarvoor niet bedoeld is, te gebruiken zijn als evangelisatiemiddel?

De vraag is natuurlijk: als mensen dit gelezen hebben, willen ze dan meer weten? Ik denk van wel. Je moet wel weten wie je voor je hebt. Is dat echt iemand van buiten die voor het eerst in contact komt met het evangelie? Dan opent het blad voor een aantal mensen zeker een deur. Paas hoopt dat het blad niet door theologen en kerkleiders gemillimeterd wordt. ‘Daar is dit blad niet voor bedoeld. Dit is gewoon een handvol zaad, zo de samenleving in.’

Belangrijk lijkt me de vraag voor wie de glossy is gemaakt. In onze immanente cultuur weten veel mensen helemaal niets meer van Bijbel en geloof af. Verder komt religie door allerlei extremistische bewegingen in een kwaad daglicht te staan. Hoe bijzonder dat er bij de kassa van de Albert Heijn dan een blad ligt waarin de persoon van Jezus op een respectvolle manier centraal staat en bepaalde kernwoorden van het Evangelie (vgl. twee helemaal witte pagina’s met #dit is vergeving) worden belicht.

ND
De spanning tussen Evangelie en cultuur is ook terug te vinden bij de EO. Filosoof Govert Buijs wijdt zijn maandelijkse column in het ND aan ‘een nieuwe of oude EO?’

Als ik het schematisch (en daarmee niet helemaal fair) weergeef, dan had de EO tot voor kort drie soorten programma’s. Ten eerste getuigende programma’s, waarin expliciet elementen van het christelijk geloof present zijn (…). Ten tweede zijn er de nieuws- en debatprogramma’s waarin uiteraard allerlei thema’s aan de orde komen, doorgaans degelijk en fair gedaan (…). Ten derde zijn er dan ‘seculiere’, niet-getuigende programma’s, die nauwelijks een relatie hebben met de eigen missie. Maar ja, zendtijd is beschikbaar, en die moet je een beetje fatsoenlijk vullen, zodat je je er als evangelische omroep geen buil aan valt, en tenminste wellicht slechtere programma’s van andere omroepen in die tijd van de buis houdt.

Buijs noemt dan natuur- en treinseries, die hij ‘eerder burgerlijk dan christelijk’ vindt, maar hij zou wat mij betreft ook heel goed aan het royaltyprogramma Blauw bloed kunnen denken; misschien wel het best bekeken EO-programma. Inmiddels signaleert Buijs een vierde categorie. Dat zijn spraakmakende programma’s waarin maatschappelijke problemen aan de orde worden gesteld met gastpresentatoren: prostitutie (Jojanneke van den Berge) en vluchtelingen (Dennis van der Geest).

Als ik zeg dat ik deze vierde categorie beter bij de missie vind passen dan de derde (en misschien ook beter dan de tweede), zitten we natuurlijk midden in de vraag wat de missie dan eigenlijk is. (…) De EO vertrok ooit vanuit een ‘evangelisatorisch-missionaire’ benadering: het evangelie moet uitgedragen worden in woorden, mensen dienen overtuigd te worden. Binnen de brede evangelicale beweging is er vanouds (…) ook een andere benadering geweest, geïnspireerd door John Stott. Die kan men eerder typeren als ‘integrale presentie’-benadering. Het christelijk geloof uitdragen heeft in deze visie betrekking op alle dimensies van het leven. Schaam je daarbij niet voor je inspiratie, maar uit dit net zo goed in daden als in woorden. Maatschappelijke betrokkenheid hoort dan voluit bij het evangelie.
Dit geeft wel een andere knoop: je komt direct tot de ontdekking dat er ook veel anderen maatschappelijk betrokken zijn, vanuit andere inspiratiebronnen. Kort gezegd: ook niet-gelovigen kunnen een, volgens christelijke inzichten, hoogstaande moraal hebben en vaak zelfs gelovigen in ernst en inzet te boven gaan (dat zag Paulus al in Romeinen 2). (…) Erken dat dan ook, en sluit coalities met, zoals het in de katholieke traditie heet, ‘alle mensen van goede wil’.
Als je dan binnenkort ook weer The Passion organiseert, draag je bij aan een integrale presentie van het evangelie. En bovendien ben je, essentieel voor een mediaorganisatie, ook nog eens voortdurend verrassend. De EO was in jaren niet zo spannend.


KONTEKSTUEEL
In de rubriek Kroniek van Kontekstueel komt het proefschrift van Remco van Mulligen over de ontwikkelingen bij organisaties als de EO aan de orde. Kort gezegd ging het van ‘wij tegen de rest van de samenleving’ naar een grotere openheid voor maatschappelijke ontwikkelingen. Dr. G.C. den Hertog schrijft:

Als ik een EO-programma zie of beluister (…) dan valt me op dat de militante antithese van vroeger heeft plaatsgemaakt voor een benadering die veel ruimte voor de eigen beleving van de gasten biedt en dat er nauwelijks tegenspraak geboden wordt. In ‘De kist’ kan iedereen de eigen kijk op de dood ventileren en bij Knevel en Van den Brink mag iedereen aanschuiven (…) en blijft het allemaal vooral prettig en gezellig. Kun je als je zo inzet, nog het ongemakkelijke, maar tevens bevrijdende van het christelijke geloof uitdragen? Zou het niet goed zijn dat we in deze tijden van ‘anything goes’ ook mensen te zien en te horen krijgen die iets weten van de stevigheid en kracht van het bijbelse spreken? Waarom moet je voor diepgaande documentaires, interviews, gesprekken over nieuw verschenen boeken vooral bij de VPRO zijn?

Wat opvalt is de rol van bekende Nederlanders in de communicatie van het Evangelie. Of het nu ‘The Passion’ is, de glossy Jezus, die bij RTL4 een halfuur lang werd aangeprezen door Leo Blokhuis en Arthur Japin, of bepaalde EO-programma’s, de Boodschap kan kennelijk alleen nog voor het voetlicht komen als deze wordt ‘gedragen’ door BN’ers. Sowieso is dat een tendens bij de publieke omroep. Zonder een bekende Nederlander verdwijnt je programma naar de randen van de nacht of erger.
Je kunt daar twee kanten mee op: De eerste is: wat fijn dat ook Bekende Nederlanders als ‘mensen van goede wil’ (Buijs) bijdragen aan de verspreiding van het goede nieuws! Het alternatief: wanneer Jezus salonfähig wordt, moet je oppassen. Voordat je het weet blijft er van Zijn ‘vreemdheid’ en heiligheid (RD) weinig over. In dat spanningsveld maken de EO en andere christelijke omroepen programma’s en verschijnt de glossy Jezus. In de hoop dat het zaad in goede aarde valt.


Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Evangelie en media

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's