Christus navolgen
Discipelschap [2]
Als het over discipelschap gaat, gebruikt de Bijbel ook het woord navolging. We lezen het vooral in de brieven. De vraag is wat hiermee wordt bedoeld. Gaat het om een oproep om te leven zoals Christus en de apostelen hebben geleefd?
Dat zou in de buurt komen bij het woord imitatio, een woord dat bij ons al snel de bijsmaak van imitatie heeft. Het is niet het echte, al lijkt het er misschien verdacht veel op. Die kant moeten we niet op. Een christen is geen lookalike van Jezus. Het gaat erom dat mensen leven zoals Christus en de apostelen zeggen dat een christen leven moet.
Als Paulus hierbij oproept tot navolging, betekent dit niet dat hij de belichaming van het ideaal van volgeling van Jezus is. Hij is zich juist bewust van zijn eigen onvolmaaktheid. Het gaat wel om het leven in nieuwe gehoorzaamheid te leven.
KOSTEN
Discipel zijn in de navolging van Christus behoort tot de kern van de bijbelse boodschap. Discipelschap heeft te maken met leerling zijn, en daarmee: met gehoorzaamheid. Dat is trouwens de doorgaande lijn van Oude en Nieuwe Testament. Tegelijk blijkt dat discipelschap alles kost: het vraagt bezonnenheid en bekering. Hetzelfde geldt natuurlijk voor navolging. Want het is wel navolging van Christus. Paulus vervulde in zijn lichaam de overblijfselen van de verdrukking van Christus en dat deed hij voor de gemeente van Christus (Kol.1:24). Wie zich bekent tot de Gekruisigde, die krijgt een klap van het kruis mee.
OP BLOTE VOETEN Wat betekent dit voor ons spreken over discipelschap en navolging? Ik geef een aantal overwegingen. In de eerste plaats heeft discipelschap niets te maken met een hype of met triomfalisme. Enkele jaren geleden schreef Stephen Cherry (Durham) het boek Barefoot Discipleship. Vrij vertaald betekent dat discipelschap op blote voeten. Alleen die titel geeft al te denken. Discipelschap is niet iets zweverigs. Je staat met beide benen op de grond. Dat is voor Cherry ook een teken van nederigheid. Zonder nederigheid geen discipelschap.
GEEN HOBBY
In de tweede plaats: discipelschap is geen hobby van een aantal betrokken gemeenteleden. Een christen is discipel of hij is niet. Het lijkt me belangrijk om dit te benadrukken, want de kerk heeft een lange traditie waarin discipelschap werd gereserveerd voor sommigen in de christelijke gemeente.
Dallas Willard (1935-2013), Amerikaans filosoof, spreekt over een scheiding tussen hen die hun leven aan God wijden en degenen die in de gemeente alleen consumeren. Discipelschap heeft niets te maken met een bijzondere roeping, en al helemaal niet met een liefhebberij van sommigen. Alle gelovigen zijn geroepen om discipel te zijn. Discipel in de navolging van Christus.
TOEN EN NU
De vraag is dan wel, ten derde, of het discipelschap van de twaalf volgelingen van Jezus zomaar doorgetrokken kan worden naar discipelschap vandaag. Het lijkt me dat we het heilshistorische aspect van het discipelschap van de twaalf niet uit het oog mogen verliezen. Wie zingt over Jezus die langs het water liep en Simon en Andreas riep, kan niet in één adem doorzingen: misschien komt Hij vandaag voorbij, en roept misschien ook jou en mij. Het ene heeft wel met het andere te maken, maar er is ook verschil. Dat maakt een directe doorvertaling van gegevens uit de evangeliën ook wel lastig. Moeten wij alles verkopen wat we hebben om Jezus te volgen, zoals de opdracht aan de rijke jongeling luidde? In de kerkgeschiedenis is er een pendelbeweging tussen de nieuwtestamentische polen van radicale navolging van Jezus en een bredere imitatio Christi.
CONCRETE NAVOLGING
Ik haast me om er een vierde opmerking bij te maken. Want navolging is meer dan het volgen van een idee of een ideaal. Het gaat om het volgen van Christus. Zij het dan niet meer Christus Die op aarde is, maar het is wel Christus volgen. Dit maakt navolging concreet. Bijna lijfelijk, zou ik zeggen. Navolging doet een appèl op onze hele persoon. Op hoofd en handen, maar laten we het hart niet vergeten.
Discipelschap haalt ons uit onze comfortzone. Voordat we er erg in hebben, komen we terecht in allerlei dilemma’s rondom navolging. Hoe krijgt het gestalte als je ook je studie doet, een gezin krijgt of werkt in kerk en samenleving.
Van de Canadees-Amerikaanse filosoof James Smith (1970) heb ik opnieuw geleerd dat discipelschap allereerst een zaak van liefde is. Daar doen hoofd en handen helemaal in mee, maar het is niet alleen een kwestie van ‘wat moet ik weten en geloven?’ en ‘wat moeten we doen?’. De taal van de liefde leert me om Christus te volgen, ook in de dagelijkse praktijk, in gebed en bijbellezen, in liefde en verantwoordelijkheid in mijn omgeving, in mijn werk binnen Gods Koninkrijk en bovenal in de lofprijzing van de grote Naam van God.
PERSOONLIJKE BAND
Dat moeten we echter wel leren. Op het eerste gehoor klinkt dit vooral cognitief, alsof het volgen van Jezus vooral met ons hoofd te maken heeft. Het is meer dan dat. De leerling deelt het leven met de Meester, heeft een persoonlijke band met Hem en leert van Zijn woorden en voorbeeld.
De vooraanstaande Engelse theoloog John Stott (1921- 2011) zegt dat niets meer belangrijk is voor gezond christelijk discipelschap dan een frisse, duidelijke en ware visie op de authentieke Jezus. Hoe armer onze visie op Jezus, des te armoediger ook ons discipelschap zal zijn, en hoe rijker onze visie op Christus, des te rijker ons discipelschap.
Dit gaat echter ons verstand, het cognitieve te boven. Kennen is gemeenschap hebben met, omgang hebben met. Het gaat niet alleen om informatie, maar om formatie. Discipelschap betekent voortdurend leren: allereerst van de Schrift, vervolgens van medechristenen en ten slotte van onze eigen ervaringen onderweg. Kerkbanken zijn daarom eigenlijk schoolbanken, zo schrijft de PThUethicus Frits de Lange (1955), verwijzend naar Calvijn.
NAVOLGING IN DE BRIEVEN
De Bijbel gebruikt het woord navolging vooral in de brieven. Paulus roept de Korinthiërs op om zijn navolgers te zijn, zoals Paulus het op zijn beurt van Christus is (1 Kor.11:1). Maar tegen de gemeente van Efeze zegt hij rechtstreeks dat ze navolgers van God moeten zijn (Ef.5:1). In de brief aan de Thessalonicenzen gaat het samen op: u bent onze navolgers en van de Heere (1 Thes.1:6). Daar blijkt trouwens meteen hoe dat gaat: door het Woord aan te nemen, bekeerd van de afgoden om de levende God te dienen en de Zaligmaker te verwachten. Maar die Thessalonicenzen worden ook navolgers van de gemeente Gods in Jeruzalem genoemd. Ze hebben hetzelfde geleden (2 Thes.2:14). In de brief aan de Hebreeën lezen we dat ze navolgers zijn van degenen die door geloof en lankmoedigheid de beloften beërven (Hebr.6:12). Petrus schrijft over gelovigen als navolgers van het goede (1 Pet.3:13), maar vooral over het navolgen van Christus Die ons een voorbeeld heeft nagelaten (1 Pet.2:21).
Dr. A.J. Kunz uit Katwijk aan Zee is docent godsdienst aan Driestar Educatief te Gouda.
Volgende week: bij discipelschap hoort gehoorzaamheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's