‘Neem mijn stenen hart’
Gebeden uit de Vroege Kerk [1]
Gebeden uit de Vroege Kerk kennen vaak een bijzondere diepgang en originaliteit. Ook de actualiteit ervan is opvallend; ze zouden vandaag geschreven kunnen zijn. Twee gebeden.
De kerkvader Ambrosius van Milaan (339-397) bidt om het hart dat van steen is weg te nemen en een hart van vlees hiervoor terug te geven. Dit naar aanleiding van Ezechiël 11:19: ‘Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven.’
NEEM MIJN STENEN HART WEG, O HEERE
O Heere, neem dit hart van steen [weg]
en geef mij een hart van vlees en bloed,
een hart om U lief te hebben,
een hart om U te vereren,
een hart om mij in U te verblijden,
een hart om U na te volgen,
een hart om U welgevallig te zijn,
om Christus wil! Amen.
AMBROSIUS
Lees Ezech.11:13-21; 2 Kor.3:1-11)
We zouden dit gebed wel duizend keer kunnen bidden. Het is zo bijzonder kernachtig; alles zit erin. Ik denk dat we er steeds door zouden worden opgescherpt. Hier is een heilsgeheim weergegeven: Het stenen hart van ons, dat niet geeft om de Verlosser, wordt door de hemelse Heelmeester vervangen door een hart van vlees en bloed, dat Hem dienen wil.
De volgende poëtische tekst is terug te leiden tot de Belijdenissen van Augustinus (354-430).
U KENT MIJN ZITTEN EN MIJN STAAN,
U KENT VAN VERRE MIJN GEDACHTEN
Heere, mijn God, mijn enige hoop!
Mag ik U leren kennen!
Mag ik mijzelf kennen!
U kent mij. U bent het, die mij oordeelt.
Want hoewel geen mens weet wat in de mens is,
dan de geest van de mens, die in hem is, toch is er in de mens iets,
wat de geest die in hem woont, niet kent.
U echter, Heere, U kent hem door en door.
U hebt hem geschapen.
U weet welke verzoekingen
ik kan weerstaan en welke niet.
Ik weet het niet, o Heere,hoe zou ik kunnen?
Mijn hoop is op Uw Woord, waarin U zegt:
‘Ik ben getrouw en beproef een mensenkind
niet boven zijn vermogen.’
U kent mijn kracht en mijn zwakheid.
Onderhoud mijn krachten, genees mijn zwakheid.
Mijn hele hoop rust alleen op Uw erbarmen.
Geef wat U beveelt en beveel wat U wilt!
Geef wat ik U bidden kan, want ‘ik ben
ellendig en arm’. U bent echter rijk.
U bent rijk voor allen die U aanroepen.
Als U onze sterkte bent, dan zijn we waarlijk sterk.
Steunen we op eigen krachten, dan zijn we krachteloos.
U bent ons eeuwig goed; ons leven ging verkeerd,
omdat we ons van U afkeerden.
Als iemand U verlaat, o Heere,
dan leidt dat alleen maar tot verlies. Want hij verliest U!
[Houd ons daarom vast, genadige God en wil mijn Vader zijn
en geef dat we ons steeds weer opnieuw tot U zullen wenden.]
AUGUSTINUS (Lees Jes.37:14-33)
In dit gebed staat de overgave centraal en ook wat we voor deze overgave terugkrijgen: alles. Hoop doet leven. Maar als we onze hoop op God mogen stellen, kijk dan eens wat Hij geeft.
Dr. M.A. van Willigen uit Apeldoorn is oprichter van de Stichting Bijbeluitleg Vroege Kerk. Van zijn hand verscheen ‘Bidden met Augustinus in de Vroege Kerk’ (2012), waarin hij gebeden vertaalde en van proza van kerkvaders poëtische tekst maakte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's