De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

6 minuten leestijd

C.M. van Driel
Het volk zonder applaus.
Uitg. de Vuurbaak, Barneveld; 182 blz.; € 19,90.

Een bijdrage aan de nog altijd schaarse geschiedschrijving van de hervormd-gereformeerden. Dat – evenals het vervullen van een lacune in de beschrijving van de ontvangst van de theologie van Karl Barth in Nederland – beoogt dr. C.N. (Niels) van Driel met Het volk zonder applaus. De receptie van Karl Barth in hervormdgereformeerde en christelijk-gereformeerde kring, een met vaart geschreven boek dat voortkomt uit en voortbouwt op enige artikelen uit Theologia Reformata.
Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog ontstond bij Barth een nieuw zicht op het christelijk geloof, een reactie op het feit dat Duitse theologen de belangen van het Duitse keizerrijk vereenzelvigden met die van God. Waar religie en nationalisme vermengd werden, werd God voor Barth ‘de gans Andere’. Hij zocht naar een nieuwe verhouding tussen Europese cultuur en christelijk godsgeloof. Was er hierdoor aanvankelijk enige sympathie voor Barth, nadat deze zich uitsprak over artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, had de christelijke gereformeerde J.J. van der Schuit het over ‘een aanranding van natuur en genade, een vervalsing van Schrift en openbaring’. Al werd Barth zelf aanvankelijk door weinigen gelezen, ds. M. van Grieken schreef in 1932: ‘Er zijn er die veel in Barth’s en Brunner’s werken lezen, doch maar zelden in de Institutie van Calvijn. Wij achten dit verschijnsel bedenkelijk.’ De agnostische cultuur waarin Barth leefde, verschilde zo veel van die van gereformeerde theologen die vonden dat hun levensbeschouwing er nog goed voorstond. Negatiever nog werd de toon toen Barth vanwege een focus op Gods werk kwam tot een afwijzing van christelijke scholen en christelijke politiek. De afdeling Utrecht van de Gereformeerde Bond hield zelfs een ‘anti-Barthavond’.
Ook over de periode van het begin van de oorlog tot 1951 valt Barth slechts een kritisch oordeel ten deel, in hervormde kring voor een nieuwe generatie verwoord door H. Jonker en J. van der Haar. Daarna raakte de Zwitserse theoloog uit de mode en werden de oordelen milder. Voor hervormd-gereformeerden en christelijke gereformeerden bleef Barth vooral een ‘verre grootheid’. Van Driel is een historicus die de geschiedenis niet alleen beschrijft maar ook weegt. Zo schrijft hij over een veertiendelige serie van ds. G. Salomons in De Wekker: ‘Het zijn de helderste, meest faire en inzichtgevende artikelen die in de vooroorlogse jaren in hervormd-gereformeerde en christelijk- gereformeerde kring aan Barths theologie zijn gewijd.’ Dat duiden van wat gebeurd is, maakt dit boek extra boeiend. Waarom was dr. C. Graafland meer dan generatiegenoten waarderend over Barth? Van Driel noemt het een eigentijds willen theologiseren en een projectie van zijn eigen ontwikkeling op zijn generatiegenoten.

Over de Barth-waardering van laatste jaren trekt de auteur slechts een paar voorzichtige lijnen, wijst hij op de noodzaak van vervolgonderzoek. Het valt buiten het bestek van zijn scopus; helaas, zodat we niets meer horen over de plaats van Barth in de dissertaties van E. van ’t Slot en A.J. Kunz.
De Kirchliche Dogmatik van Barth is als zware theologische kost getypeerd. Deze studie leest als een roman, vanwege de inhoud, de soepele stijl, de interessante informatie uit de voetnoten. En dan zeg ik nog niets over de sprekende zwart-witfoto’s.
P.J. VERGUNST


Maarten Luther
Gesprekken aan tafel.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 202 blz.; € 22,95.

De eerste uitgave van de Tischreden oder Colloquia verschijnt in 1566, twintig jaar na Luthers dood. De gesprekken vonden plaats over een periode van vijftien jaar (van 1531 tot 1546). Deze gesprekken geven vooral inzicht in het leven en denken van de late Luther. De plaats van de tafelgesprekken was meestal de eettafel in de zogenaamde Lutherstube (nog altijd te bezichtigen). De schrijvers wisselden hun notitieboeken uit om eventuele hiaten te vullen. De Gesprekken aan tafel zoals we die nu kennen, kregen aan het begin van de twintigste eeuw hun definitieve gestalte vanuit de zes omvangrijke banden in de Weimarer Ausgabe. We krijgen niet alleen inzicht in wat Luther te zeggen heeft, maar ook inzicht in de sfeer aan tafel, de stemming in huis en uiteraard ook in het humeur en het karakter van Luther. Wat dit laatste betreft was de rondborstige, maar ook ietwat lompe en plompe en nochtans briljante Duitser toch wel het tegenovergestelde van de beschaafde en welgemanierde Franse humanist Calvijn. Sommige uitspraken van Luther staan ‘unverfroren’ in dit boek, maar zijn hier eigenlijk niet voor herhaling vatbaar. De expliciete verwoording van persoonlijke ervaringen lag ook niet in het karakter van Calvijn, maar wel in dat van Luther, die als voormalig Augustijner monnik ook in dezen het spoor volgde van Augustinus in zijn Confessiones.

Het gaat hier om een bonte verzameling ernstige beschouwingen, persoonlijke ontboezemingen, pittige aforismen, maatschappijkritische en soms ook uitgesproken grappige uitspraken van de reformator Maarten Luther (1483-1546). Ze werden genoteerd door de vele tijdelijk inwonende kostgangers die allemaal aan de eettafel van de gastvrije familie Luther meeaten van het opgediste vlees en brood en meedronken van het rijkelijk geschonken bier. Ik kan me voorstellen dat de tafelgenoten van Luther zich wel eens verslikt zullen hebben, omdat sommige zaken wel erg rauw werden opgedist. En dat anderen opschrikten, omdat sommige noten wel erg hard werden gekraakt.

De centrale thema’s in deze selectie van tafelgesprekken zijn de aanvechting, de verborgenheid van God en de relatie tussen kerk en staat. In de Gesprekken aan tafel zegt Luther hierover: ‘Mijn geloofsleer is niet zomaar tot me gekomen. Ik heb haar steeds dieper moeten doorgronden, daartoe aangezet door aanvechtingen. Want je kunt de Heilige Schrift niet begrijpen zonder worstelingen en beproevingen te doorstaan.’
In deze uitgave is er gekozen voor een iets andere samenstelling van de oorspronkelijke teksten door binnen de hoofdstukken kleinere thematische eenheden te maken.
Luthers denken draait om de problematiek van de relatie van het subject tot zichzelf, de wereld en God. Daarmee blijkt de geboden stof in dit boek verrassend modern. Eigenlijk zien we hier al de moderne mens voor het eerst uit zijn schulp kruipen. Tegelijk schittert het licht van de door Luther hervonden Heilige Schrift. Beide componenten staan vandaag garant voor een goed kringgesprek in de gemeenten. Eigenlijk zit je aan tafel bij Luther. Buitengewoon gezellig! En leerzaam.
C.A. VAN DER SLUIJS, VEENENDAAL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's