‘Laten wij U liefhebben’
Gebeden uit de Vroege Kerk [2]
Gebeden uit de Vroege Kerk kennen vaak een bijzondere diepgang en originaliteit. Ook de actualiteit ervan is opvallend; ze zouden vandaag geschreven kunnen zijn.
In zijn Belijdenissen roept Augustinus op om de zielen van onze medemensen tot God te brengen. Het volgende gebed is een verdere uitwerking van deze gedachte en confronteert de lezer met zichzelf.
LATEN WIJ U VAN HARTE LIEFHEBBEN
Laten wij U, o Heere God, liefhebben.
Laten wij U beminnen [met ons hele hart],
[U de Schepper van hemel en aarde]
U die dit alles gemaakt hebt
en U die niet ver weg bent.
Want U hebt het [alles] niet gemaakt
om vervolgens daarna weg te gaan.
[Dat deed U niet,] maar uit U is alles in U.
Want waar woont U, [waar verblijft U]?
Waar wordt de Waarheid genoten?
[In het binnenste van ons hart.]
Want U bent in het binnenste van onze hart!
Maar dit hart is van U afgeweken,
[Heere, ik beken en ik belijd het U.
En wat zegt U dan tegen mij?
Wijst U mij af, omdat ik U verliet?
Nee, Heere God, dat doet U niet.
Maar U zegt tegen ieder die is afgedwaald van U:]
Sta met Mij
en je zult standhouden.
Rust in Mij
en je zult rust vinden.
Ik moet hier denken aan Maarten Luther, die de tekst: ‘Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad’ anders vertaalde, namelijk: ‘Laten we Hem liefhebben, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.’ Vanuit het Grieks zijn beide vertalingen mogelijk.
***
Het volgende gebed is een schuldbelijdenis en bede om bij de Heere God terug te mogen komen/keren. Aan het eind heb ik een strofe toegevoegd om de door Augustinus reeds aangegeven lijn verder door te trekken. Zonder deze toevoeging zou het gebed niet ‘af ’ zijn. Nu is het ‘rust vinden in God’, een typisch Augustijns thema, duidelijk verwoord. Denk aan de uitspraak van de kerkvader: ‘Mijn hart is onrustig, totdat het rust vindt in U, o God.’
HEERE, BRENG MIJ WEER TERUG BIJ U
[Heere, wij hebben Uw wet overtreden]
Mogen wij terugkeren tot U en U aanhangen,
U, die ons gemaakt hebt!
Mag ik met U [in dit leven] staan,
dan zal ik standhouden.
Mag ik in U rusten,
dan zal ik [werkelijk] rust vinden.
Waarom zouden wij naar het gebergte vluchten?
Het goede dat wij zoeken is toch bij U?
Slechts dat is goed, wat bij U vandaan komt.
Want terecht zal in bitterheid veranderd worden
alles wat ons van U overkomt als we U verlaten.
Waarom zouden we her- en derwaarts gaan op moeilijke wegen?
Er is geen rust waar wij die zoeken.
Wij zoeken rust, waar de dood heerst,
maar dáár is die rust niet [te vinden].
Hoe zouden we het zalige leven kunnen vinden
op een plaats waar de dood, dus waar geen leven, is?
Echte rust vinden we in U,
in U, de opgestane Levensvorst,
in U, de Eerstgeborene van de doden,
in U, Die zult oordelen over levenden en doden,
tot U komt mijn ziel, in angst gevloden,
tot U komt mijn ziel, in haar geween.
En zegt: ‘U bent mijn Heil alleen!’] Amen.
Dr. M.A. van Willigen uit Apeldoorn is oprichter van de Stichting Bijbeluitleg Vroege Kerk. In deze reeks presenteert hij gebeden van kerkvaders, waarbij hij een vertaling biedt alsook poëtische tekst gemaakt van proza.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's