Blik op voorbije tijd
Van der Graaf kijkt niet zonder weemoed en teleurstelling terug
Als algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond bevond dr.ir. J. van der Graaf zich in een ongekende netwerkpositie en heeft hij zich op talrijke plekken en over talrijke onderwerpen in het gesprek kunnen mengen. Zijn boek Deelgenoot van een kantelende tijd is een persoonlijke terugblik.
Tot de geschriften van Jan van der Graaf behoren twee boekjes met bijna dezelfde titel: (Ook) zij hadden wat te zeggen. Ze bevatten miniaturen van theologen, predikanten, spraakmakers en eenvoudige mensen die voor Van der Graaf belangrijk zijn geweest. Zij hadden hem en vele anderen wat te zeggen. Ten laatste, overreed door een uitgever, boekstaafde hij zijn eigen werk en ervaringen in kerk en samenleving. Want ook hij had wat te zeggen. Iets om dankbaar voor te zijn.
VOORBIJE TIJD
Van der Graaf was immers actief deelgenoot van een tijdperk waarvan de meeste vertegenwoordigers niet meer in leven zijn: de predikanten Boer en Tukker, de hoogleraren Severijn en Graafland, de eminenten Aalders en Berkhof, de domineesfamilies Vroegindeweij en Kievit. Als student maakte ik eind jaren tachtig nog iets van dit tijdperk mee, zodat ik veel in dit boek nog met vreugdevolle herkenning kon lezen. Wat heb ik, menselijkerwijs gesproken, veel te danken aan de voorgangers en voortrekkers uit de jaren tachtig en negentig. Maar wie na 2000 (en zeker na 2004) tot een kerkelijk bewustzijn kwam, zal met verbazing en soms zelfs vervreemding lezen over wat in de tweede helft van de twintigste eeuw nog (on)mogelijk was.
Van der Graafs terugblik is niet zuiver biografisch, wel persoonlijk en dus ook eerlijk subjectief. Eerlijk gezegd: niet helemaal vrij van weemoed en teleurstelling. Niet voor niets gewaagt de titel van een kantelende tijd. Een tijd valt om. Wij mensen vallen om. Het is een voorbije tijd.
EMANCIPATIE
Uit het boek, dat onderhoudend geschreven is, met de kenmerkende afwisseling tussen ernst en humor, licht ik vier elementen. Vooral om er van te leren.
Ik begin met wat ik het meest opvallend vind. Wat Van der Graaf nu een kantelend tijdperk noemt, is ooit begonnen als een hoopgevend tijdperk van de zich emanciperende gereformeerde gezindte. Van der Graaf zelf is een exponent van deze emancipatie, omdat hij als eenvoudige Ridderkerkse schooljongen een Delftse ingenieur kon worden, die bovendien op een van de frontposities in de kerk geroepen werd. De CSFR heeft een grote rol gespeeld bij de uiteindelijke participatie van de ‘kleine luyden’ van de gereformeerde gezindte op vooraanstaande plekken in kerk en samenleving.
Waar oude zuilen afbrokkelden, was een nieuwe zuil in aanbouw voor hen die de gereformeerde belijdenis liefhebben en maatschappelijk begonnen mee te tellen. Op het gebied van onderwijs, media, hulpverlening is in korte tijd een enorm netwerk aan eigen organisaties opgetrokken – een herhaling van Kuypers offensief in de negentiende eeuw. Deze zuil bracht ook het gesprek op gang tussen kerken en bonden die de gereformeerde belijdenis van harte liefhebben. Allerlei deuren openden zich. Gaf dat niet een zeker optimisme, of in ieder geval een sterke hoop dat de kerken van de reformatie blijvend samen zouden optrekken, tot zegen van elkaar en van de samenleving? Het kantelend tijdperk was het tijdperk van de emancipatie. Nu vragen we ons af: is er verband tussen de emancipatie en de kanteling? Begint de kanteling bij de voltooiing van deze emancipatie of voltooit de kanteling zich gedurende de emancipatie? Geëmancipeerd… en dan?
REFORMATORISCHE ZUIL
Hier stuit ik op wat ik in het boek het meest beschamend vind. Is het project van de reformatorische zuil niet mislukt? Na hoopvolle jaren en broederlijke contacten treedt de ontbinding van de zuil in. Het Samen op Wegproces heeft de positie van de hervormdgereformeerden in de gereformeerde gezindte nog gecompliceerder gemaakt. Het COGG spant zich al vijftig jaar in, mét een ecclesiologische consensus, maar kan slechts heel kleine stapjes zetten. Soms vooruit, soms achteruit. De geestelijke inhoud van het woord ‘reformatorisch’ is door sociologische inmenging diffuus geworden. En de secularisatie houdt geen halt voor de zuil, maar sijpelt door tal van kieren en gaten heen. Misschien wel omdat de zuil zélf een product van secularisatie is.
Ik proef bij Van der Graaf intense teleurstelling over verstarring en verwarring onder de gereformeerde belijders in ons land, al spreekt uit zijn slotwoord een blijvende hunkering naar een reveil als in de dagen vanouds. Verzuild… en dan?
SOW
Het meest verdrietig in dit boek zijn de pagina’s die gewijd zijn aan het proces van SoW. Ik lees er dingen die ik liever niet had willen weten. Dingen die nooit hadden mogen gebeuren: hervormde synodebesluiten die geen recht deden aan Schrift en belijdenis, een scheur in de kerk tussen broeders en zusters die beiden hervormd wilden blijven. ‘Hier komt nog vlees en wereld bij.’ De wrange vruchten zijn op zoveel plaatsen te vinden: matig bezette dorpskerken en fonkelnieuwe kerkgebouwen in één dorp, scheuring van de avondmaalsgemeenschap. Er lijkt geen kracht en moed te zijn om elkaar óver de scheur heen weer vast te grijpen. Gescheurd… en dan?
GETUIGENIS
Ik haast me om iets te schrijven over het meest ontroerende en hoopgevende in dit boek. Het meest indrukwekkend zijn de momenten waarop in het kantelend tijdperk een profetisch getuigenis klonk. ‘Het Getuigenis’ van 1971 is het hoogtepunt van Van der Graafs leven geweest. Hij was betrokken bij een breed gedragen getuigenis tegen de horizontalisering van het Evangelie, dat de pennen binnen en buiten de Hervormde Kerk stevig in beweging zette. Een ander gedenkwaardig getuigenis was de reactie van Van der Graaf in de hervormde synode in 1992 op een toespraak van de gereformeerde dr. H.B. Weijland. Over de kernnoties van Schrift en belijdenis onderhandel je niet – daar getuig je van. Kom ik om, dan kom ik om. Zulke momenten spreken van een heilige bezieling om van de Naam en het werk van de drie-enige God te getuigen. Getuigen… en dan!
LES
Uitgerekend dat laatste, het profetisch getuigen, is niet voorbehouden aan één tijdperk, kantelend of niet. De grote les die kerk, bond en christen uit dit boek (dat zorgvuldiger gecorrigeerd had moeten worden) ter harte moeten nemen, is dat we ons nooit voor de getuigenis van onze Heere en Heiland moeten schamen, zelfs in de kerk niet. Daar hebben we geen zuil voor nodig, hoeveel rugdekking zij ook lijkt te geven. Daar hebben we ook geen macht voor nodig, en nog minder kracht en geweld. Voor 21eeeuwers is het boek een aansporing om de goede strijd te strijden, profetisch in de tijd te staan, en vooral een goede en vaste hoop te hebben op het werk van God dat voltooid zal worden. Ons is ook voor de 21e eeuw een kostbare schat toevertrouwd: de rechtvaardiging van de geseculariseerde door het geloof in Jezus Christus.
Ds. A.J. Mensink is predikant van de hervormde gemeente (b.a.) te Krimpen aan den IJssel en voorzitter van de Gereformeerde Bond.
N.a.v. J. van der Graaf
Deelgenoot van een kantelende tijd. Een persoonlijke terugblik. Uitg. de Banier, Apeldoorn; 360 blz.; € 19,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's