Op weg naar Pasen
De tijd voor Pasen is een periode van inkeer en verootmoediging. Een tijd van voorbereiding op het hoge feest van de Opstanding. In veel gemeenten betekent dat – met name in de Stille Week – ruimte voor stilte en concentratie op Christus. De laatste jaren staat ook vasten meer en meer in de belangstelling van gemeenteleden. In het ND komt ds. Idelette Otten aan het woord. Zij is protestants predikant in Vleuten en schreef samen met Olga Leever een boek over vasten. Wat betekent vasten voor haar zelf?
ND
De vastentijd staat voor mij in het teken van het lijden, het sterven én de opstanding van Christus. Het is afzien en zwaar, maar doe het niet met een somber gezicht, want het is een tijd die je ook bij de Opstanding bepaalt. Dat zie je goed bij de voorgeschreven Schriftlezingen op zondag, die vanouds doopcatechese bevatten: de eerste zondag over de verzoeking in de woestijn, de tweede over de verheerlijking op de berg. Een beweging van heel zwaar naar heel licht.
Het is goed te vasten: het is verstandig alcohol te laten staan, minder vlees te eten, niet te roken. Vasten brengt discipline en structuur; concentratie en bewustwording ( je beseft weer hoe bijzonder wijn en vlees zijn); duurzaamheid en solidariteit (vasten gaat ook om weldoen voor anderen, het is bidden- vasten-geven); gezondheid en geestelijke kracht.
Persoonlijk zou ik in de vastentijd niet snel op vakantie gaan. Ik laat alcohol, vlees en allerlei extraatjes staan en probeer leeg te worden. Ook in mijn hoofd, door ‘lege tijd’ te maken: dan kruip ik niet achter de computer maar lees een preek van Augustinus. Het is leeg worden om te kunnen ontvangen.
Vasten beïnvloedt mijn geloof. Ik heb een leven lang vasten en feesten nodig om het mysterie van Pasen te doorgronden. Elk jaar krijg je door de vastentijd een herkansing daarbij stil te staan. Ik hoor veel protestanten zeggen: ik leef al zo sober. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom je te richten op Christus. (..)
DE NIEUWE KOERS
In de nieuwe Koers dat een themanummer wijdt aan ‘Leven met de Psalmen’, staat een mooi interview van Tjerk de Reus met psalmenuitlegger Benoît Standaert (1945). Hij is benedictijner monnik die samen met twintig andere monniken leeft in de Sint Andriesabdij in Brugge. Standaert is ook betrokken bij vieringen met gedetineerden waar de psalmen worden gebeden. Enkele fragmenten uit het gesprek.
De psalmen zijn meteen raak bij hen [de gedetineerden, GvM]?
‘Er is geen masker, zij hebben alles verloren in menselijk opzicht. Ze staan intens kwetsbaar voor dat intense woord van de psalm, maar zij schuwen die felheid niet. Ze hebben de felheid in het leven zelf ondervonden en herkennen dit. Maar de psalmen nemen hen ook mee tot een punt van dankzegging, aanbidding, erkentelijkheid. (…) De naaktheid van het psalmboek spiegelt hun eigen bestaan.’
Gevangenen zijn kwetsbaar en zijn hun maskers kwijtgeraakt. Maar als je het aardig voor elkaar hebt in het leven, zit je misschien niet te wachten op de schrille tonen uit het boek der psalmen…
‘Isaac de Syriër schreef ooit: als iemand geen ongeval, ziekte of beproeving leert kennen, dan zal hij een aantal dingen nooit verstaan. Gekwetste vogels zijn soms de sterkste vogels. Door tegenwind krijgt je bestaan diepgang en leer je om anderen in hun gekwetstheid nabij te zijn. Dat zei ook Ruusbroec. Een zekere geestelijke armoede kun je voortdurend toedekken, totdat er een scheur komt in die bedekking. Dan begin je het leven dieper te verstaan. Die ‘scheur’ kan van jezelf komen, dat je alert bent, maar ook van buitenaf: iemand die jou plots bevraagt op een diepte die je misschien wel gekend hebt in je kinderjaren, maar heel vlug met afschermingsmechanismen hebt toegedekt. De mens in zijn kern is arm en naakt, en hij dekt zich toe met van alles. Vroeg of laat moet ik toch alles weer prijsgeven en moet ik terug naar die naaktheid. Naakt zal hij sterven en anders niet.’ (…)
U gebruikt vaak het woord ‘omvorming’, om te typeren wat psalmen met je doen. Hoe werkt dat?
‘Een van de eerste regels die ik onderstreep, is het belang van het geheugen. Psalmen moet je in zekere zin al voor een deel uit je hoofd kennen om ze vlotter en vanzelfsprekender te bidden. Dan verbind je je met het psalmwoord dat je al kent. Dat woord trekt je mee, soms dieper dan waar je bent. Onlangs lazen we Psalm 88. Daarin zie je veel mistroostigheid en wanhoop. Er zit een afdalende beweging in die psalm, die verder gaat dan waar de meesten van ons staan. Maar het is niet uit de lucht gegrepen, deze intense verlatenheid. Ik heb wel naast mensen gestaan die er zo aan toe waren. En we hebben het verhaal van Jezus en Zijn kruisdood: Hij is die weg van verlatenheid tot het uiterste gegaan. Nu zo’n psalm opent een ervaring die dieper ligt dan mijn normale psychologie. Als ik het diepste getroffen ben, vermoed ik de hand van God meestal niet… Terwijl de psalm blijft zeggen: ‘Gij laat mij liggen in het stof des doods, dáár laat Gij mij liggen.’ Dus daarin is ook de hand van God. Dat te beseffen is een geloofsact, en de psalm nodigt mij daartoe uit – terwijl ik daar spontaan niet op zou komen.’
ONDERWEG
De tijd voor Pasen (of Palmzondag) is ook een periode waarin mensen zich voorbereiden op de belijdenis van het geloof in het midden van de gemeente. Godsdienstpedagoog dr. Jos de Kock, werkzaam voor de Protestantse Theologische Universiteit, schreef in OnderWeg, het nieuwe magazine voor gemeenteleden binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, een artikel over de praktijk van het belijdenis doen. Volgens De Kock is het afleggen van geloofsbelijdenis zowel een inwijding in de gemeenschap van de gemeente als een persoonlijke zoektocht.
Dat brengt ons bij de vraag: voor wie is het eigenlijk, belijdenis doen? Is het voor de ( jonge) gemeenteleden die netjes in de pas lopen? Of is het voor de ‘out of the box’-types? Voor wie?
Soms meldt zich een hele groep jonge mensen aan voor het doen van belijdenis. Jongeren van wie je denkt: Hoe kan dat nou? Zij waren toch niet allemaal zo serieus bezig met het geloof ? En ze lieten zich toch niet al te vaak zien in de kerkdiensten?
Toch komen ze. Om belijdenis te doen. Omdat ze kennelijk ruimte ervaren om er te zijn, met hun vragen en hun overtuigingen, en vooral met elkaar. Want deze jongeren voelen zich als vriendengroep zeer verbonden met elkaar. Ze vormen met elkaar een gemeenschap, die hun veiligheid biedt om persoonlijke, soms kritische vragen en getuigenissen in te brengen. Met deze groep staan zij in de grotere geloofsgemeenschap, waar van alles van te denken en op aan te merken is. Alleen zo, als groep, kan kennelijk de stap naar belijdeniscatechese gemaakt worden.
Het lijkt mij hierom de belangrijkste uitdaging voor kerken om rondom belijdenis doen het idee van ‘inwijding’ in balans te houden met de individuele zoektocht en het individuele getuigenis van ( jonge) mensen. Belijdenis doen heeft aan de ene kant alles te maken met het onderdeel worden van een kerk, een geloofsgemeenschap, inclusief het kennisnemen van de gebruiken en de verwachtingen.
Aan de andere kant heeft belijdenis doen ook alles te maken met een persoonlijke weg en een persoonlijk getuigenis, inclusief de ‘aanklacht’ tegen gebruiken en praktijken die niet passen bij de roeping van de christelijke gemeente en inclusief andere, soms conflicterende verwachtingen ten aanzien van de geloofsgemeenschap. De uitdaging is om ook die laatste kant voluit te honoreren bij belijdenis doen. Belijdeniscatechisanten zijn een belangrijke spiegel voor de gemeente. Wordt er ook op deze manier uitgezien naar hen die belijdenis willen doen? (…)
Ten slotte – ook in OnderWeg – een persoonlijk verhaal van Cindy Vonk, die in 2014 belijdenis van het geloof deed. Bij die gelegenheid werden ook haar drie kinderen gedoopt:
Drie jaar geleden begon mijn zoektocht. Ik vroeg me af: wat doen al die mensen op zondag in de kerk? Ze zeggen dat je er rust vindt… Aan die rust heb ik behoefte, maar vind ik die daar in de kerk, bij God? Na de Alpha- en de Bètacursus wist ik: God is er voor me als ik Hem nodig heb! En Hij heeft Zijn Zoon gegeven om ook mijn zonden te vergeven. Mijn beslissing om ja te zeggen tegen God en de gemeente geeft me houvast. Ik voel me één met andere christenen. Wel voel ik me nog heel groen in het geloof. De Bijbel is voor mij soms nog moeilijk te volgen, maar ik merk dat ik alles als een spons in me opneem. Ik ga graag naar bijbelstudies en de wijkkring om te leren van God en hoe anderen God in hun leven laten delen!
Een mooi voorbeeld waarin de persoonlijke weg en de inwijding in een gemeente samen op gaan. En waarin de gemeente kennelijk uitziet naar wie God op haar weg brengt.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's