Globaal bekeken
Ds. J.C. Terlouw (1904-1987) was hervormd-gereformeerd predikant en medeoprichter van de IZB. Zoon Jan was ooit minister van Economische Zaken. Diens dochter Sanne, wonend in Deventer, is schrijfster. Ze vertelt in Kerk & Israël onderweg over haar levensgang:
‘Mijn vader komt uit een heel streng Veluws christelijk milieu. Mijn moeder komt uit een familie van rabbijnen. Mijn ouders zijn allebei niet religieus. Wat ze gemeen hebben is het belang van het woord; van taal, discussie en argumenteren. (…)’
Hoe is de behoefte aan het vormgeven van je Joodse identiteit ontstaan?
‘Ik ben vroeger een keer naar Israël gegaan en was verpletterd door de ervaring me daar thuis te voelen, en hoe gek dat was. (…) Maar ik vond het irritant dat ik geen letter kon lezen en dat ik de kinderen niet kon verstaan. Weer thuis ben ik Hebreeuws gaan leren. Daar ben ik nog steeds mee bezig, want het is moeilijk. Doordat ik de taal ging lezen, ben ik meer in contact gekomen met de cultuur. Ik ben naar sjoel gegaan en ik ontdekte steeds meer mijn Joodse kant. Intussen ben ik al vaak naar Israël teruggekeerd.’
Nu ben je actief in de synagoge. Hoe ben je daarmee bezig?
‘(…) Ik vind het fijn om naar sjoel te gaan omdat ik dan veel herken, Hebreeuws kan lezen en kan zingen, en het gevoel heb: Hitler heeft niet gewonnen, we zijn er nog. Ik vind de tradities erg mooi.(…). Inmiddels zijn we met een substantiële groep mensen. Eens in de drie weken is er een dienst (…) Religie kan een samenbindende factor zijn, troost bieden en een aanknopingspunt zijn om te praten over dingen waarover je met vrienden niet zo makkelijk gaat. Een kerk of synagoge biedt plaats daaraan. Net als aan het zoeken naar verdieping en de tradities van je voorouders in ere houden, zodat je niet vergeet waar je bij hoort.’
De lijn van Joodse voorouders is dus kennelijk doorgetrokken, niet die van het ‘strenge Veluwse milieu’.
***
Ds. A.J. Zoutendijk is 25 jaar verbonden aan de Jacobikerk in Utrecht. Gemeenteleden stelden een boekje samen. Hier volgt een stukje van Beatrice de Graaf, hoogleraar in Utrecht. ‘Met een dominee aan de lijn vanuit Berlijn’.
‘Dag dominee, wat leuk dat u belt! U zit toch in Berlijn?’ ‘Ja, en raad eens waar ik ben? (…) vanochtend waren we nog in de Berliner Dom! Ben je daar wel eens geweest? Wat een prachtig interieur. En eigenlijk was de crypte dicht, maar ik wist natuurlijk dat je daar moest zijn, want daar staan de graftomben van de koningen en keizers van het huis Hohenzollern. Dus, ik sprak even zo’n suppoost aan en toen kwamen we er alsnog wel in. Geweldig! Wat een sfeer. Maar weet je wie daar nu niet ligt begraven?’ ‘Ja, eh, dat is Kaiser Wilhelm II, want die ligt in Huis Doorn…’ ‘Ja, natuurlijk, samen met zijn honden. Maar goed, we beleefden daar dus een prachtige kerkdienst. Je zag wel dat ze wat met hun tijd probeerden mee te gaan. Keurige preek, prachtig, echt prachtig orgelspel. Heerlijk vinden wij dat. Toen moest er natuurlijk ook nog zo’n combo wat spelen, van die liedjes. Die kon niemand zingen, dus dat moest nog geoefend worden. Met de dirigent en koorleider, voor de dienst. Nou ja. Voor ons hoeft dat niet, maar verder was het echt prachtig. En weet je wat ze daar hoog in die koepel in de vorm van heiligenbeelden op sokkels hebben staan? Nou?’ ‘Ja, Calvijn, Luther, Bucer…’ ‘Heel goed! Ja inderdaad. Dat is toch wel geestig. Dat had Calvijn zelf waarschijnlijk maar zozo gevonden.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's