De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods Naam willen belijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods Naam willen belijden

Bert: Nu begrijp ik de uitdrukking ‘Welkom in de strijd’

8 minuten leestijd

Amen zeggen op Gods beloften en Jezus volgen, dat was en is hun hartelijk verlangen. Drie generaties gemeenteleden gaan met elkaar in gesprek over het doen van belijdenis.

In het Betuwse dorp Lienden ontmoeten mevrouw N. Boekhoudt-Kamerbeek (75, Rhenen), Marian van Beusekom-van Ingen (47, Lienden) en Bert Peterman (23, Ingen) elkaar. Alle drie deden ze als jongere belijdenis. Ze delen hun ervaringen, momenten van strijd en twijfel, vreugde en vertrouwen. Mevrouw Boekhoudt: ‘Ik had zeven jaar met vreugde catechisatie gevolgd. Ik heb er veel geleerd en na zoveel jaar groei je ernaartoe om belijdenis te doen. De predikant stimuleerde dat ook, maar dat gaf zeker niet de doorslag. Er was liefde tot de Heere en Zijn dienst en begeerte om Zijn Naam te belijden.’
Marian: ‘Wat mooi om te horen. Je hoort ook weleens dat jongeren helemaal geen zin hebben om naar catechisatie te gaan. En je merkt aan ouderen soms dat ze belijdenis deden om van de catechisatie af te zijn.’
Bert: ‘Toen ik een jaar of zestien was, ging ik alleen nog naar catechisatie uit gewoonte en omdat mijn kameraden er waren. Pas rond mijn achttiende veranderde dat en ging ik omdat ik graag wilde. Bij mij ging het roer radicaal om toen mijn vader ernstig ziek was; hij is nu voor de vijfde keer ziek. Ondanks alles vertrouwt hij op de Heere. Als je dat niet hebt, heb je niets.’
Marian: ‘Ja, de Heere wil moeilijke dingen in je leven soms gebruiken om je dichter bij Hem te brengen.’
Bert: ‘Als ik terugkijk, kan ik alleen maar verwonderd zijn over de weg die de Heere met mij ging. Ik heb vorig jaar, samen met mijn vriendin, belijdenis gedaan. Ik mocht het jawoord van mijn ouders bij mijn doop overnemen.’

WOLKEN
Marian: ‘Ik ben hervormd gedoopt, maar groeide onkerkelijk op. Ik kreeg een vriendin uit de Gereformeerde Gemeenten en op haar werd ik jaloers. Bij haar thuis hadden ze iets wat ik miste. Ik wilde er meer van weten en ben toen met de hervormde predikant gaan praten. Van het een kwam het ander: ik volgde belijdeniscatechisatie, deed belijdenis, kreeg een christelijke man en we mochten onze kinderen laten dopen. Bijzonder is dat mijn moeder op latere leeftijd ook belijdenis deed en dat mijn ouders weer naar de kerk gaan.’
Marian vond haar belijdenisdienst ‘heel bijzonder. Ik had het gevoel dat ik op wolken liep. Ik hoefde niet zelf ‘ja’ te zeggen, maar de Heere gaf het in mijn hart.’
Mevrouw Boekhoudt: ‘Van de belijdenisdienst weet ik niet zoveel meer, je had toen nog geen bandjes of cd’s. Toen ik belijdenis deed, besefte ik niet volledig wat het allemaal inhield. Later zag ik dat er niets van mezelf bij was, alles is genade. Maar het is wel een heel proces geweest om zover te komen. Dat ik zag: Heere, ben ik zó, zo’n zondaar? Het boekje De droefheid naar God van ds. G. Wisse heeft in een moeilijke periode veel voor mij betekend. Daar stond precies in beschreven hoe ik me voelde, wat ik meemaakte. Er was liefde tot God en ik had het werk van de Heere Jezus nodig.’

STRIJKPLANK
Bert moet even nadenken waarover de preek tijdens zijn belijdenisdienst ging. Hij heeft deze week de dienst nog eens beluisterd. ‘Ja, ik weet het weer: ‘Hij Die in u een goed werk begonnen is…’ Hij in u. Dát is het!’
Mevrouw Boekhoudt: ‘Dan hoef je het niet zelf te doen. Daar mag je op vertrouwen.’
Bert: ‘Maar het blijft wel een strijd. Ik had het gevoel dat ik toen zó dicht bij de Heere leefde. Dat wil je graag vasthouden.’
Marian: ‘De relatie met de Heere is als een huwelijk. In het begin is er verliefdheid, maar die slaat als het goed is om in liefde. Dat is een proces met ups en downs. Het komt op trouw aan. De Heere is altijd trouw, ook als wij ontrouw zijn. Als het goed is, wil je Hem steeds beter leren kennen. Daarom ben ik ook zo blij met mijn strijkplank. Tijdens het strijken kan ik via internet heerlijk luisteren naar een preek en meer leren van de Heere.’

HEILIG AVONDMAAL
Bert: ‘Na het doen van belijdenis mag je aan het heilig avondmaal, maar dat is voor mij nog een strijd. Ik kan het niet goed uitleggen. Aangaan durf ik niet, maar afblijven kan ik eigenlijk ook niet.’
Mevrouw Boekhoudt: ‘Ik denk dat je steeds meer zicht moet krijgen op wat Jezus heeft willen doen. Hij wilde onze schuld dragen, de dood sterven, opdat wij zouden leven. Hij voor jou!’
Marian: ‘Als je naar jezelf kijkt, kan het nooit. Het kan alleen door het volbrachte werk van de Heere Jezus.’
Mevrouw Boekhoudt: ‘Er zijn de laatste jaren veel goede boekjes verschenen over het heilig avondmaal. Die kunnen je helpen en richting geven.’

Gaan jongeren anders om met vragen rond de toe-eigening van het heil dan de oudere generatie?
Bert: ‘Ik spreek weleens jongeren die bijvoorbeeld naar een jongerendienst gaan, en daar lijkt het allemaal wel makkelijker. ‘Jezus is voor mij gestorven, klaar.’ En toch… Je weet dat je een kind van God mag zijn, je hebt de zekerheid van het geloof. Maar om dat zomaar hardop te zeggen? Dat zou ik niet zo gauw doen. Misschien moet je een andere vraag stellen: Kun je de Heere Jezus missen?’
Mevrouw Boekhoudt: ‘Alleen als je steeds weer afziet van jezelf en ziet op de lijdende Borg, Die ook in jouw plaats wilde lijden en sterven, dan mag je in het geloof zeggen: het is ook voor mij. Vanbinnen zeg je het ook wel tegen jezelf, maar om dat in het openbaar en hardop te doen, vind ik nog weleens moeilijk. Als je het zelf zegt, word je er zo gauw wat mee. Toch moet aan deze kant van het graf duidelijk zijn of je het eigendom bent van de Heere Jezus. Als ik me afvraag: ‘Is het Lam dan niet genoeg voor mij?’, dan zeg ik: Natuurlijk!’

ROMMELMARKT
Bij het belijdenis doen wordt gevraagd of je je Heiland wilt volgen in leven en sterven, Hem wilt belijden voor de mensen en met blijdschap wilt arbeiden in Zijn koninkrijk.
Marian: ‘Iedereen doet dat op zijn eigen manier, met de hem geschonken gaven. Ik heb zondagsschoolwerk gedaan en 12+- club. Mijn man kreeg een burnout en werd huisman, ik ben kostwinner. We hebben gekeken waarin we samen op dit moment dienstbaar kunnen zijn voor de gemeente en we maken nu de kerk schoon.’
Bert: ‘Ik ben geen type om leiding te geven op een club of zo. Ik help mee met de rommelmarkt en snoei de bomen die rond de kerk staan.’
Marian: ‘Het gaat er niet om wát je doet, maar hóe je het doet.’
Mevrouw Boekhoudt: ‘Als het goed is, doorstraalt de liefde en genade van God je hele leven. Ik heb zelf veel bestuursfuncties gehad, dat vond ik fijn om te doen, juist omdat het werk van de Heere ermee gemoeid was. Na je belijdenis mag je je gaven inzetten in de dienst van de Heere.’
Bert: ‘Als boomkweker kun je door eerlijk en betrouwbaar te zijn iets uitstralen van je christen zijn.’
Marian: ‘Al het werk dat je doet, mag je doen uit liefde voor Hem. Dat merken mensen aan je.’

STRIJD
Bert: ‘Ik wist nooit wat mensen bedoelden met de uitdrukking ‘Welkom in de strijd’. Maar nú weet ik het wel. Je staat als gelovige midden in de strijd en moet dagelijks keuzes maken. En je hebt last van dingen waar je vroeger niet eens over nadacht.’
Marian: ‘De tijd na mijn belijdenis heb ik ervaren als de tijd van de eerste liefde. Ik mocht zó dicht bij de Heere leven. Maar dan komen er tijden waarin je het heel zwaar hebt. Echter, ook in beproevingen is de hand van de Heere. En ze drukken mij dichter aan Zijn hart.’
Mevrouw Boekhoudt: ‘En dan kun je je kruis zelfs met blijdschap dragen. Die tijd van de eerste liefde waar jij het over had, Marian, had ik na het overlijden van mijn eerste man, met wie ik tien jaar getrouwd was. De Heere was toen zó dichtbij. Ik had die tijd voor geen goud willen missen. Maar dan ga je weer verder en is dat gevoel soms weer meer op de achtergrond.
Maar als het gevoel weg is, komt het aan op het Woord en het geloof. De zekerheid ligt niet in je gevoel, maar de vastheid ligt in Hem.’
Bert: ‘Is de strijd nu heftiger dan vroeger? Elke dag hoor je van oorlog, moord, vervolging…’
Marian: ‘Het egoïsme is groot en de duivel gaat rond als een briesende leeuw. Tekenen van de eindtijd. Maar het houdt een keer op. Nu is er ook nog de strijd tegen mijn eigen vlees, dat altijd maar de verkeerde kant op wil. Wat kun je verlangen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop je niet meer kunt zondigen.’
Mevrouw Boekhoudt: ‘Dan bidden we: Maranatha, kom Heere Jezus!’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 2015

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

Gods Naam willen belijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 2015

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's