Belijdenis en avondmaal
Bij elke viering vraagt de nodiging om een antwoord
Belijdenis én avondmaal. Alleen al het woordje en is veelzeggend. Tussen die twee bestaat blijkbaar een verbinding. Maar aan het avondmaal gaan is geen automatisme.
De verbinding tussen belijdenis en avondmaal komt ook tot uiting in één van de belijdenisvragen: Wilt u in de gemeenschap van de Protestantse Kerk in Nederland en onder haar opzicht, getrouw zijn onder de bediening van het Woord én de sacramenten…?
AUTOMATISME
Op deze vraag hopen de belijdeniscatechisanten binnenkort ja te antwoorden, of ze deden dat al. Door het doen van openbare belijdenis van het geloof krijgen en vragen we maar niet alleen toegang tot het avondmaal, maar we spreken ook uit te zullen toegaan tot de tafel van de Heere.
Krijgt daarmee het vieren van dit sacrament samen met anderen die de Heere Jezus liefhebben iets vanzelfsprekends? Ja, maar niet in de zin van iets automatisch. Kenmerkend voor een automatisme is dat je er niet of nauwelijks meer bij nadenkt. Terwijl het overdenken, het zelfonderzoek van hart en geweten bij de voorbereiding en viering van dit sacrament juist een centrale plaats inneemt. Zoals je niet ‘zomaar’ belijdenis doet, vier je niet ‘zomaar’ avondmaal. Zowel het één als het ander is en blijft hoogst bijzonder, niet gewoon, maar genade.
BRUG
Belijdenis van het geloof staat tussen de doop ervoor en het avondmaal erna in. Het is als het ware de brug tussen deze twee sacramenten, verbindt het één met het ander.
In de doop legde de HEERE zichtbaar Zijn hand op ons leven, sprak Hij Zijn ja – Zijn liefde en trouw, de stelligheid van Zijn beloften – tot ons.
Door ons ja bij de belijdenis antwoorden we Hem: ‘Ik heb U lief, omdat U mij eerst hebt liefgehad.’ We spreken uit de Heiland te willen volgen, buiten Hem niet meer te kunnen.
Dit jawoord is niet eenmalig. Het zal, als het goed is, blijken in de uitgesproken dagelijkse navolging en in de gang naar Christus’ tafel. Zo is avondmaal vieren telkens opnieuw als zondaar belijdenis doen van je geloof in de Heere Jezus Christus, Wiens bloed reinigt van alle zonden.
DUBBELE VERKONDIGING
Aan de tafel des Heeren vindt een ‘dubbele’ verkondiging plaats. In de eerste plaats wordt ons er zichtbaar het Evangelie verkondigd. Het evangelie van verzoening door voldoening, van het ‘Ik voor u, in jouw plaats, omdat u, jij anders de eeuwige dood zou moeten sterven.’
Wat zondag aan zondag tot ons komt door middel van de prediking, de blijde boodschap van het plaatsbekledende werk van onze Heiland, wordt ons aan Zijn tafel zichtbaar voor ogen gesteld. De inhoud van de prediking is hetzelfde, ‘slechts’ de vorm waarin dit geschiedt verschilt.
Maar niet alleen wórdt ons Jezus’ lijden en sterven verkondigd, wij verkondigen door het nemen van het brood en het drinken uit de beker zelf ook. Wij verkondigen de dood van de Heere (1 Kor.11: 26), het ‘Hij voor mij’.
Wat we op de dag van onze belijdenis met ons jawoord uitspraken, belijden we dan opnieuw: Ik ben in mezelf totaal verloren en daarom geheel en al aangewezen op U, op Uw offer. ‘Jezus, Uw verzoenend sterven is het rustpunt van mijn hart.’
De keerzijde: de nodiging om te komen tot Zijn tafel afslaan, is ook een belijdenis: Christus’ reinigend bloed te kunnen missen. Een belijdenis die, omdat hij zich op geen enkele wijze laat verenigen met ons eenmaal gegeven jawoord, om bekering vraagt.
GEDENKEN
In sommige gemeenten is het de gewoonte dat belijdeniscatechisanten de predikant een brief schrijven waarin ze vertellen waarom ze belijdenis van hun geloof willen afleggen. Het is goed om dat voor onszelf te verwoorden. Zo is het ook van belang om voor onszelf duidelijk te hebben waarom we het avondmaal (willen) vieren. Het is immers, als het goed is, meer dan een kerkelijk gebruik.
We gedenken bij brood en beker het plaatsvervangend lijden en sterven van onze Heere Jezus Christus. Bij het bijzondere van dit eenmaal geschiede offer stilstaan is van blijvend belang. Van en uit dit offer leven wij immers. Ons leven is een leven bij het kruis. Dit kruis komen wij nooit voorbij. Vanuit dit besef vierden de eerste christenen wekelijks het avondmaal. Terecht. In het avondmaal oefenen we, zoals het formulier het verwoordt, de heerlijke gedachtenis van de bittere dood van Jezus Christus. Avondmaal vieren is op Jezus zien. Op wie anders?
NODIG
We vieren het ook omdat we – klein- en zwakgelovigen die we zijn – het nodig hebben. In dit sacrament komt de Heere ons, die onze ogen eerder geloven dan onze oren, in onze zwakheid te hulp. Hij stelt ons in de tekenen van het gebroken brood en de vergoten wijn Zijn heil zichtbaar voor ogen, laat het ons proeven en smaken.
Hij verzegelt ons hierdoor dat wij door het geloof deelhebben aan de vergeving van zonden en het eeuwige leven. De hemelse Gastheer reikt ons dan ook geen brood en wijn aan, ómdat we zo geloven, maar ópdat ons zwakke geloof versterkt zal worden, we al meer op Christus zullen zien. Ik las ergens: ‘Er is geen plaats waar de neerbuigende liefde van Christus zo groot is als aan de avondmaalstafel.’
We zitten ook aan Zijn tafel omdat we zonder Hem, Die Zelf in de tekenen geestelijk aanwezig is, niet langer kunnen. Samen met onze broeders en zusters hebben we gemeenschap met Christus en met elkaar. Zo vormen we één lichaam. Dat is Zijn uitdrukkelijke wil.
GEHOORZAAMHEID
Daarmee zijn we bij het aspect van de gehoorzaamheid. Tot Zijn discipelen – bepaald geen voorbeeldige gelovigen, gezien het feit dat ze Hem allen verlieten, iets dat Hij had voorzegd – zegt Jezus: ‘Doet dat tot Mijn gedachtenis.’ Hoewel de deelname aan dit sacrament niet mag verstenen in een koude plicht, zal niet ons gevoel doorslaggevend mogen zijn. Het geloof durft Christus niet ongehoorzaam te zijn, Hem Die verlangt met zondaren aan te zitten.
LIEFDE
En ten slotte nemen we plaats aan Zijn tafel om Hem te loven en te prijzen, Hem Die ons liefgehad heeft toen wij nog vijanden waren. Deze liefde, die je beleed in de belijdenisdienst, wil je toch keer op keer uitspreken? Deze liefde is en blijft een wonder. Ze is immers onverdiend. We zíjn dan ook nooit waardige tafelgenoten van Hem, maar Hij hóúdt ons ervoor, uit genade, omwille van Zijn offer. Onwaardigen keurt Hij waardig. Wat Jezus verweten werd, is nu juist het vreugdevolle van het Evangelie: Hij ontvangt zondaars – niet: zondaars plus nog wat – en eet met hen.
EERSTE AVONDMAALSGANG
Binnenkort klinkt namens de Heere ook tot de nieuwe lidmaten de nodiging: ‘Kom, want alle dingen zijn gereed, de Meester is daar en Hij roept je.’ Dit roepen vraagt om een antwoord. Het vraagt opnieuw om een antwoord. Wanneer we in afhankelijkheid van Christus ons jawoord gaven, kan het antwoord niet anders zijn dan: Heere, ik kom tot U. Immers avondmaal vieren is – steeds weer – belijden het leven niet in jezelf te hebben en het daarom te zoeken bij Hem, Die zegt: Ik ben de Opstanding en het Leven.
WAT KOMT
Door Hem komen we eenmaal Thuis, om plaats te nemen aan het grote avondmaal. Daar leven we heen. Elke avondmaalsviering is een moment van rust en versterking op weg naar die dag. Deze toekomst op de nieuwe aarde onder de nieuwe hemel lokt. Vaak, te vaak sluimert het verlangen hiernaar. Ook daarom hebben we het heilig avondmaal nodig. Het richt ons op wat komt, op Hem Die komt: onze Heere, het Lam Dat onze zonden op Zich nam, Wiens bloed ons heeft geheiligd.
Om Hem gaat het. In het uur van onze belijdenis, aan Zijn tafel, en straks volkomen.
Ds. F. Hoek is predikant van de hervormde gemeente te Alblasserdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 2015
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 2015
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's