Ambt, preek en profetie
Er zijn nog maar weinig kerkelijke media waarin stevige robbertjes worden gevochten. In de Waagschaal vormt daarop een gelukkige uitzondering. In het februarinummer schreven de predikanten W. ten Boom en W.M. Dekker een bijdrage over het ambt. Daarin doen zij naar eigen zeggen een poging om de persoon en het ambt van de predikant te onderscheiden, juist in een tijd waarin het gezag van het ambt wordt verstaan als gezag van de persoon. Het ambt representeert Christus naar de gemeente, zo stellen zij. En: ‘doordat het bijzondere ambt zijn eigen plaats verliest, verliest het Woord aan gezag in de gemeente. Dit kan de gemeente uiteindelijk alleen maar schaden.’
IN DE WAAGSCHAAL
In het maartnummer staan verschillende scherpe reacties op dit artikel, onder anderen van dr. Maarten Wisse, docent aan de VU, onder de titel: ‘Christus heeft geen representanten nodig’. Dr. Wisse is het niet eens met de grote nadruk op het predikambt voor het eigene van het kerkzijn. In veel gereformeerde belijdenissen is daarvan geen sprake aldus Wisse.
Naar mijn overtuiging kan Christus niet gerepresenteerd worden en zeker niet door een mens. Ten principale gesproken is een representatie van Christus een vorm van afgoderij omdat de dienaar van het Woord zich in de positie van Christus plaatst en zich iets van zijn gezag aanmeet om zijn eigen positie, opvattingen en handelingen kracht bij te zetten en te legitimeren. Het is wel belangrijk daarbij helder te zijn over de betekenis van de term ‘representatie’. Representatie is iets anders dan ‘symboliseren’. Als je iemand representeert, vervang je die persoon en handel je tot op zekere hoogte op diens gezag.
Als een directeur zijn secondant naar een vergadering stuurt om een bepaalde besluitvorming gedelegeerd af te wikkelen, representeert de secondant de directeur. Ik heb met die gedachte, zeker als ze wordt gemaakt tot kern van het ambt van predikant en zelfs kern van het ambt in de kerk, heel veel moeite.
Wisse baseert zijn weerwerk onder andere op de opvattingen van de reformator Heinrich Bullinger (1504-1575) in de Tweede Helvetische Confessie. Bullinger stelt ‘dat Christus zelf reëel present is door de Geest in de gemeente en de gemeente dus in het geheel geen vervanger van Christus nodig heeft’. In zijn reactie maakt Wisse duidelijk dat hij ook moeite heeft met de visie van Ten Boom & Dekker vanuit bezorgdheid over machtsmisbruik.
Er is maar één Heer die wij te gehoorzamen hebben en dat is Jezus Christus. Met de woorden van de decaloog gezegd: Gij zult u geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Daarom was de Reformatie tegen het gewijde priesterambt! Machtsmisbruik is er niet alleen in de grote boze wereld, bij grote multinationals of dictators, maar is er overal, in de kleine huiskamer, in de kerkenraadskamer, waar ook maar. Het neemt evidente vormen aan, maar even zovele impliciete, gelegaliseerde maar daarom niet minder kwalijke vormen. Macht kun je misbruiken op een openlijke manier of omgeven met zalvendheid. Het is allemaal even erg. Overal moet je je stem ertegen verheffen.
Mijn moeite is ook existentieel omdat ik zelf regelmatig voorga in diensten en niet uitsluit ooit nog als predikant een gemeente te dienen. Ik kan dat alleen als mens en kan me niets voorstellen bij een rol als representant van Christus. Het hoeft niet en het kan niet. Ik ben zondaar en ik kan de woorden van God niet spreken. Ik hoef ze ook niet te spreken. Ik hoef alleen maar trouw aan mijn zender naar hem te verwijzen. Christus staat tussen mij en de gemeente in. Ik strooi maar wat zaad in de rondte, hoe strak gestructureerd de preek ook moge zijn. Niet ik sta tussen Christus en de gemeente, tenminste, dat moge God verhoeden! (…)
Dit debat krijgt vast nog wel een vervolg − althans dat hoop ik. Belangrijk lijkt me of Wisse zich terecht op Bullinger beroept.
Prof. S. van der Linde schreef ooit een mooi artikel over diens kerkleer, waarin hij ook spreekt over ambtsdragers die Christus representeren (!). En hoe zit het met de beroemde woorden −ook uit de Tweede Helvetische Confessie – ‘De prediking van het Woord van God is het Woord van God’? Zegt dat toch niet iets over het ambt van de predikant?
RD
De kersverse doctor D. Timmerman, Nederlands gereformeerd predikant die cum laude op Bullinger promoveerde, kan wellicht ook aan deze discussie bijdragen. Hij deed onderzoek naar de visie van Bullinger op de profetie en het ambt van profeet in de kerk. Maarten Stolk sprak met hem voor het Reformatorisch Dagblad:
‘In de kerkelijke praktijk speelden profetie en profetische Schriftuitleg een belangrijke rol. Zo organiseerde de eerste reformator van Zürich, Huldrych Zwingli, dagelijkse studiebijeenkomsten rond de grondtekst van het Oude Testament, later aangeduid als ‘Prophezei’. Zwingli zag de profeet vooral als uitlegger van de Schrift en als wachter over de christelijke samenleving.
De bijeenkomsten hadden iedere morgen plaats, behalve op zondag en op marktdag, vrijdag. Aanwezig waren de predikanten en de docenten en studenten van de Latijnse school. Ze lazen een gedeelte uit de Hebreeuwse Bijbel, dat de studenten vervolgens in het Latijn vertaalden. Een van de docenten gaf vervolgens een uitleg en wees op grammaticale bijzonderheden. Aansluitend werd er – in het Duits – een preek gehouden. Dit gedeelte van de ‘Prophezei’ was in principe voor iedereen toegankelijk. (…)’
Bullinger, Zwingli’s opvolger zette deze praktijk voort:
Volgens Bullinger was een profeet iemand die met gezag Gods Woord uitlegde, zo mogelijk met kennis van de grondtalen, tot opbouw van de gemeente en waar nodig met een kritische spits. ‘De genadegave van de profetie, waarover 1 Korinthe 14 spreekt, sloot volgens hem nauw aan bij de natuurlijke gaven van iemand en kon door studie en gebed worden ontwikkeld. Profetie was dus niet zozeer de gave om iets over de toekomst te zeggen of verborgenheden te openbaren, maar om de Schrift uit te leggen en toe te passen.’ (…) ‘Net als Zwingli had hij daarbij een positieve inschatting van de mogelijkheid dat gelovigen, door de leiding van de Geest, tot het juiste verstaan van de Bijbel konden komen.’
Volgens Timmerman stelde Bullinger vanuit die profetische invalshoek misstanden aan de kaak: ‘zoals het armoedebeleid van de stad Zürich of een bondgenootschap met het roomskatholieke Frankrijk’. Waarschuwen behoorde volgens Bullinger tot het bisschoppelijk- profetisch ambt.
Binnen de gereformeerde kerken lijkt het thema profetie een beetje te zijn ondergesneeuwd.
‘Ik heb de indruk dat de aandacht voor profetie weer groeit. En dan in de zin van: hoe leren we luisteren naar de stem van God, Die vandaag door Woord en Geest tot ons spreekt?
Van Bullinger kunnen we leren dat kennis van en leven uit de Schriften de basis van profetie zijn. Dat de Heere vrij is om deze gave op het gebed te geven. Ik geloof wel dat profetie breder is dan de uitleg van de Bijbel in het Hebreeuws en Grieks door een predikant, al wordt ze altijd vanuit de Schrift gevoed.
Als iemand op het juiste moment iets vanuit het Woord weet te zeggen – bijvoorbeeld in een pastoraal gesprek – dan kan dat een vorm van profetie zijn. Profetie mag echter nooit als een op zichzelf staande gave worden gezien, want dan wordt ze oncontroleerbaar. Profetie is een zaak van de gemeente, die moet kunnen onderscheiden wat wel en wat niet van de Heere komt. Een belangrijk principe blijft: onderzoek alle dingen, behoud het goede.’
VOLZIN
Over het nut en de noodzaak van de (profetische) preek gaat het ook in een artikel in Volzin. Daar wordt ds. C.M.A. van Ekris uit Zeist aan het woord gelaten, die onderzoek doet naar de ‘profetische dimensie’ in de prediking. Hij bestudeert onder andere preken van Desmond Tutu, Martin Luther King en Dietrich Bonhoeffer.
In het profetische prediken zitten twee lijnen, vertelt Van Ekris: het visionaire, maar ook het maatschappijkritische. Zijn onderzoek naar die traditie in de preekkunde kan predikanten kracht geven nu hun preekarbeid onder druk staat. ‘Ja, dat denk ik zeker. De homiletische traditie van de kerk heeft (…) deze basislaag: dat er in alle eeuwen en alle tijden en culturen – of je het nou hebt over Indonesië, de DDR, Amerika, Zuid-Afrika of Latijns-Amerika – steeds momenten zijn waarin de impasses van een tijd worden verwoord door enkelingen.’
Ds. Van Ekris onderstreept dat die enkelingen voortkomen uit de grote preektraditie van de kerk, die niet zomaar stopt. Met andere woorden: de kracht van woorden, en van het Woord in het bijzonder, is niet dood. Dat mag de kerk vandaag moed geven.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 2015
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 2015
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's