Zondag 1 in de prediking
Dr. Verboom: Piëtisme geeft verschuiving in denken over geloof
Opnieuw verrast prof.dr. W. Verboom ons met een studie over Heidelbergse Catechismus. In Kostbaar en breekbaar gaat hij na hoe de catechismus sinds zijn ontstaan in 1563 heeft doorgewerkt in de prediking en in het leven van de gemeente. Hij beperkt zich tot de uitleg van Zondag 1.
Die beperking betekent een concentratie. Immers, zeg mij hoe u over Zondag 1 preekt, en ik weet hoe u over de andere 51 Zondagen zult preken. Ook beperkt de auteur zich in het aantal. Dat is onvermijdelijk: er bestaan honderden verklaringen van Zondag 1. Dr. Verboom is deskundig genoeg om een representatieve greep te doen. Hij kiest ervoor om 27 predikers aan het woord te laten. De lezer wordt meegenomen in een onderzoek dat begint bij J. Bastingius (1591) en doorloopt tot F. Mallan (1973).
SENSOR
De uitleg van Zondag 1 werkt als een sensor: je komt te weten hoe er werd en wordt geloofd in de gemeente. Welke ontwikkelingen zijn er geweest? Hoe hebben die doorgewerkt tot op vandaag toe? Verboom zoekt verheldering. Het is een boeiende speurtocht door eeuwen theologiegeschiedenis.
De schrijver leidt de lezer als een gids, zodat je niet verdwaalt in een woud van gegevens. Hij kiest vooraf een aantal onderzoeksvragen. Deze zijn opgekomen uit Zondag 1 zelf. Bij elk van de 27 predikers gebruikt hij die set vragen om te komen tot een analyse.
Daardoor krijgt deze studie een overzichtelijke structuur en wordt het mogelijk om vergelijkingen te maken. Eerst komen de volgende vijf onderwerpen aan de orde, onder het kopje ‘Gedachten over Zondag 1’: de vraag en antwoordmethode, de troost, de bewaring, de verzekering en de drie stukken. Daarna, onder het kopje ‘Gedachten achter Zondag 1’, volgen vier onderwerpen: kinderen, geloven, wedergeboorte en bekering. Steeds worden deze onderzoeksvragen als een peillood neergelaten in de onderzochte preken.
TWEE LIJNEN
Dr. Verboom ontdekte dat er globaal genomen twee lijnen zich aftekenen. Allereerst is er een serie predikers die de theologische bedoeling van de Heidelbergse Catechismus van binnenuit verstaat. Zij proberen deze in hun eigen context door te geven. Onder hen zijn beeldbepalende figuren als Beeltsnyder, Ouboter, Kohlbrugge, Molenaar en Knap. Daarnaast is er een lijn predikers die afwijkt van de oorspronkelijke bedoeling van Zondag 1. Soms welbewust, meestal onbewust. Predikers als Poudroyen, Van der Kemp, Kuyper, J. Bavinck, Kersten en Mallan zijn afgedreven, zoals een zwemmer die in zee wordt meegenomen door een gevaarlijke onderstroom.
Historisch gezien is die tweede lijn volgens dr. Verboom ontstaan onder invloed van de Westminster Confessie en de Westminster Catechismi (1647). Daar liggen de bronnen van het piëtistische puritanisme in Nederland. Inhoudelijk gaat het om een verschuiving van de rechtvaardiging van de goddeloze naar een wedergeboortetheologie. En dan gaat er van alles mis. Zondag 1 wordt onder het raster van de wedergeboortetheologie gelegd. De betekenis van de kinderdoop komt onder druk te staan. Het verbond wordt opgevat als een verbond met de uitverkorenen. De drie stukken (ellende, verlossing, dankbaarheid) worden een theologischchronologische mal waarin het geloof wordt geperst. Dit is mede het gevolg van culturele veranderingen in Europa, maar deze laat Verboom buiten beschouwing.
GEDOOPTE KINDEREN
De catechismus is ontworpen als een leerweg. De vraagsteller is de (vertegenwoordiger van de) gemeente, het gedoopte kind geeft antwoord. Al lerend eigent het kind zich toe: ik ben het eigendom van Christus. De leraar legt het kind dit op de lippen en de Heilige Geest verzegelt het in zijn hart. Daarom staat de catechismus in de kerkorde van de Palts tussen de formulieren van doop en avondmaal in: het kind wordt van de doop naar het avondmaal geleid. Catechese is per definitie doopcatechese. Op welke grond mogen de gedoopte kinderen zich Christus toe-eigenen en zo belijden dat zij kinderen van God zijn? Niet op basis van hun (veronderstelde) wedergeboorte maar op basis van Gods belofte, die Hij geeft aan de kinderen. Dr. Kuyper kijkt in de wieg en zegt: het kind is behouden totdat het tegendeel lijkt. Ds. Mallan kijkt in de wieg en zegt: het kind is verloren totdat het tegendeel blijkt. In hun dwaling komen ze merkwaardig overeen. De dwaling is: de doop zegt niet iets over wat er in kind al of niet aanwezig is. De doop zegt iets over de God van het kind. Hij verzegelt dat Hij als een Vader voor mij wil zorgen, dat Hij om Christus’ wil mijn zonden wil vergeven en dat Hij mij door Zijn Geest deze dingen wil leren. Daarheen wijst ons de doop. Daar mogen wij op pleiten.
Dat roept ons ook om met geloof en vertrouwen Christus te zoeken. Verboom maakt duidelijk welke onderstromen er kolken wanneer de kinderdoop ter discussie komt. Dat heeft te maken met een verkeerde visie op het verbond, de verkiezing, de kerk en de rechtvaardiging van de goddeloze. Het piëtisme heeft ons geleerd dat de wedergeboorte plaatsvindt, en plaats moet vinden, vóór het geloof. De Heidelbergse Catechismus leert ons nu juist dat de wedergeboorte plaatsvindt dóór het geloof.
BRUGGENBOUWERS
De analyse van dr. Verboom laat aan duidelijkheid niets te wensen over, maar hij polemiseert niet. Hij spreekt niet van dwalingen, maar van ‘verschuivingen’. Expliciet verwerpt hij alleen de visie van de Gereformeerde Gemeenten op het verbond, maar dan nog alleen in voetnoten. Het is hem om iets anders te doen. Hij voert uit meer recente tijd ds. R. Kok, ds. C. Blenk en ds. C.G. Vreugdenhil op als bruggenbouwers tussen de twee genoemde lijnen. Als een vader vermaant dr. Verboom ons om elkaar vast te houden ‘met de bewogenheid van Kok, de wijsheid van Blenk, en de pastorale liefde van Vreugdenhil’.
Polariseren is niet zo moeilijk. Het is beter samen leerling te worden en te blijven van de Heidelberger. Dr. Verboom oppert dat het COGG kan dienen om bruggenbouwers met elkaar in gesprek te brengen. Ik ben zo vrij daar de suggestie aan toe te voegen: laat dat gesprek gevoerd worden op basis van hoofdstuk 1 uit dit boek. Zelden heb ik in zo weinig woorden zo veel goeds gelezen. Verboom doet uit de doeken waar het in Zondag 1 om draait, en hoe Zondag 1 functioneert in het geheel van de catechismus. Als we de inhoud van hoofdstuk 1 ons werkelijk eigen maken, verwacht ik een geestelijke opleving in de kerk.
Ds. J.A.W. Verhoeven is predikant van de hervormde gemeente te Leerdam.
Dr. W. Verboom
Kostbaar en breekbaar. Zondag 1 in Catechismuspreken door de eeuwen heen.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 288 blz.; € 19,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's