Twee heilgeheimen
Goede Vrijdag en Pasen in de belijdenis van de kerk
De uitdrukking Goede Vrijdag komt in onze belijdenis niet voor, maar het heilsfeit van het lijden en sterven van de Heere Jezus des te meer. Het heilsfeit van Pasen neemt een veel minder grote plaats in.
Hoe worden de heilsfeiten van Goede Vrijdag en Pasen in de belijdenis van de kerk der eeuwen beleden? Vanuit het belijden van de Vroege Kerk luisteren we naar de drie gereformeerde belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561), de Heidelbergse Catechismus (1563) en de Dordtse Leerregels (1619). We letten eerst op het heilsfeit van Goede Vrijdag en daarna op dat van Pasen.
GOEDE VRIJDAG
Hoewel de uitdrukking ‘Goede Vrijdag’ in onze belijdenis niet voorkomt, merken we al lezende dat het gebeuren van de Goede Vrijdag een centraal heilsfeit is in onze confessie. Het is een gouden draad die door het hele netwerk van de geloofsbelijdenis heenloopt. Het is het kloppende hart van het geloof van een christen. Vinden we in de Rooms-Katholieke Kerk het kruis zichtbaar in de kerk, bij protestanten vinden we het hoorbaar in de belijdenis. Het is het fundament van de belijdenis. Wie erop let hoe het lijden en sterven van onze Heiland wordt genoemd, kan een veelvoud van uitdrukkingen noteren. Genoemd worden zelfstandige naamwoorden als bloed (bloedstorting), dood, offer, kruis en werkwoorden als het leven geven, het oordeel of de vloek dragen, vergieten van bloed en soortgelijke bewoordingen.
BLOED
De term die het meest voorkomt is het woord ‘bloed’. We lezen deze uitdrukking ongeveer veertig keer. Het belijden van het werk van Christus is een lied over de kracht van Zijn bloed en daarachter over de oneindige liefde van God. Gods Zoon gaf Zijn bloed voor mensen die verdienen dat hun bloed vergoten wordt.
Wanneer we letten op de vraag wat Jezus door Zijn bloedstorting tot stand bracht, dan merken we dat met een specifieke term telkens ook een specifiek aspect van de verlossing wordt genoemd. Dan gaat het om het betalen van schuld, het loskopen uit slavernij, het dragen van de straf of de vloek, het stillen van de toorn van God, het aanbrengen van verzoening, het geven van genoegdoening en het bedekken van ongerechtigheid.
WELDADEN
Wat betekent dit lijden en sterven op de Goede Vrijdag voor ons? Antwoord: door het geloof in de Heere Jezus mogen we delen in de weldaden, die Hij daardoor voor ons heeft verworven.
Ook hiervoor gebruikt de confessie een reeks van heilrijke woorden. Ik noteer de volgende weldaden: verlossing (algemene term), reiniging/vergeving van zonden, verzoening, genade, vrijspraak, vrijgekocht worden, zalig worden. En ook daarvan afgeleide weldaden, zoals troost vinden, vrijmoedig tot God gaan, blijdschap ervaren, het vlees kruisigen, offers brengen.
Het snoer van het lijden en sterven van Jezus in onze belijdenis is bezet met de kostbaarste bloedkoralen. Zij vormen het sieraad van de kerk.
BETALING
Men heeft de belijdenis verweten dat zij leert dat God bloed wil zien. Bloed als betaling voor onze zonden. Daaraan wordt de gedachte verbonden: wat is dat voor een ‘God’ Die bloed wil zien! De vraag is of het waar is dat God bloed wil zien. Ja en nee. Ja, want er moet betaald worden voor de schuld van onze zonden. Dat is een zaak van recht. Zonder bloedstorting geen verzoening. Het is een lijn die vanaf de eerste offers van verzoening in het Oude Testament tot het offer van Christus aan het kruis zichtbaar is.
Maar dan de tweede vraag. Wie brengt dat offer van verzoening? Wie geeft dat bloed? Dat is… God Zelf, in Zijn Zoon Jezus Christus. God eist dus geen bloed van ons, maar Hij Zelf gééft Zijn bloed voor ons. God wil dus Zijn eigen bloed zien als betaling voor onze zonden en Hij wil ons in dat bloed aanzien, evenals hadden wij zelf ons bloed gegeven. Onvoorstelbare liefde.
ONTROEREND
Ik noem een paar ontroerende uitdrukkingen in onze belijdenis in verband met de Goede Vrijdag. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26 staat: ‘Want er is niemand in de hemel of op de aarde onder de schepselen, die ons meer liefheeft dan Jezus Christus’. In de Heidelbergse Catechismus, vraag en antwoord 79: ‘Al Zijn lijden en gehoorzaamheid zijn even zeker ons deel alsof wij zelf in eigen persoon alles geleden en aan God voor onze zonden genoegdoening gegeven hadden’. In de Dordtse Leerregels, II,9: ‘Er is een kerk van gelovigen (…), die haar Zaligmaker – Die voor haar, als een bruidegom voor zijn bruid, aan het kruis Zijn leven gegeven heeft – standvastig bemint, onafgebroken dient en hier en in alle eeuwigheid prijst’.
PASEN
Het valt onmiddellijk op dat het heilsfeit van Pasen kwantitatief gezien een veel minder grote plaats inneemt in onze belijdenis dan dat van Goede Vrijdag. Het zal ermee te maken hebben dat de opstanding van Jezus destijds geen omstreden onderdeel van het geloof was, maar overal geleerd is in de katholieke kerk der eeuwen.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels komt het heilsfeit van de opstanding nauwelijks ter sprake. Een enkele aanduiding in de artikelen 19 en 20 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis wijst erheen. In vraag en antwoord 45 van de Heidelbergse Catechismus wordt het vijfde artikel van het Apostolicum kort en krachtig uitgewerkt. Het heilsfeit van de opstanding zelf wordt niet verdedigd of toegelicht. De catechismus belijdt direct het nut ervan.
Dat nut is drieërlei. Ten eerste heeft Christus de dood overwonnen, om ons te laten delen in de gerechtigheid die Hij door Zijn dood had verworven. Ten tweede worden ook wij door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. Ten derde is voor ons de opstanding van Christus een betrouwbaar onderpand van onze eigen opstanding in heerlijkheid. Verder komt de opstanding van Jezus in de Heidelbergse Catechismus nauwelijks voor. Of we moeten in de belijdenis dat Christus Koning is ook impliciet zijn opstanding lezen.
NIEUW LEVEN
Hoe moeten we hierover denken? Men heeft wel gezegd dat door de geringe nadruk op de opstanding in de belijdenis te eenzijdig alleen de rechtvaardiging in beeld komt en te weinig de heiliging. Dat lijkt zo. Maar is het ook zo?
Het nieuwe leven door het geloof in Christus komt wel voluit ter sprake wanneer het gaat over het werk van de Heilige Geest. We lezen nogal eens over de verbinding tussen ‘het bloed en de Geest van Christus’. Met het bloed van Christus wordt de verzoening verbonden en met de Geest van Christus de vernieuwing, bekering of wedergeboorte. Het is naar mijn waarneming zo dat hoe dieper je doordringt in de confessie, hoe meer je ziet dat het leven van de Opgestane Heiland het gehele weefsel van het belijden doortrekt. Als we het geloof in en het leven met de Opgestane Heiland uit de belijdenis weghalen, valt heel ons belijden uit elkaar.
Wanneer het over de directe verbinding tussen de opstanding van Jezus en ons nieuwe leven gaat, is het wel zo dat de notie van Romeinen 6 over het opstaan met Christus minder nadruk krijgt. Alleen in zondag 33 gaat het over de opstanding van de nieuwe mens. De verbinding zou, zoals dat in Romeinen 6 gebeurt, bij de betekenis van de doop in de zondag 26 en 27 prominent uitgewerkt hebben kunnen worden.
ZACHT REFREIN
Uit deze kleine leeservaring wordt vooral duidelijk hoezeer Goede Vrijdag en Pasen in de belijdenis met elkaar verbonden zijn. Voor het heil van de Goede Vrijdag worden veel woorden gebruikt. Voor het heil van Pasen weinig. Het lied van Goede Vrijdag is als een zacht refrein dat telkens herhaald wordt. Het lied van Pasen is als een krachtige trompetstoot. Voor beide heilgeheimen schieten onze eigen woorden tekort. Daarom zingen we er zo graag van.
Dr. W. Verboom uit Harderwijk is emeritus hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's