Een unieke gebeurtenis
Opstanding van Jezus en Lazarus zijn niet te vergelijken
Drie keer verhaalt het Nieuwe Testament een dodenopwekking door Jezus. Een jongeman uit Naïn (Luk.7), de twaalfjarige dochter van Jaïrus (Luk.8) en Lazarus (Joh.11) komen weer tot leven. Dat zijn regelrechte wonderen.
Aan de ene kant laat Jezus zien dat het Koninkrijk van God is aangebroken: Hij maakt een begin met het herstel van alle dingen naar Gods bedoeling. Aan de andere kant laat Hij zien dat dit Koninkrijk nog niet volledig gekomen is. Immers, niet alle doden worden opgewekt, net zomin als alle zieken genezen worden.
TEKENEN
In de Bijbel ligt er alle nadruk op dat de wonderen tekenen zijn. Van het eerste wonder dat Johannes beschrijft – Jezus verandert water in wijn – wordt gezegd: ‘Dit heeft Jezus gedaan als begin van de tekenen, te Kana in Galilea, en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard’ (Joh.2:11).
De opwekking van Lazarus, het laatste en zevende wonder dat Johannes verhaalt, vormt de climax. Meer nog dan bij de andere wonderen, wordt hier voor het geloof Gods glorie zichtbaar. Tegelijk is het een voorteken: ‘Hij zal de dood voor altijd verslinden, de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen’ (Jes.25:8).
LAZARUS
De opstanding van Lazarus wordt uitvoerig en aanschouwelijk beschreven. Zijn lichaam is neergelegd in een grafspelonk, vermoedelijk een zogenaamd schachtgraf, afgedekt met een langwerpige steen. Kortweg beveelt Jezus de grafsteen te lichten en roept dan met luide stem: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ En dan gaat letterlijk in vervulling wat Jezus eerder heeft gezegd: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven’ (Joh.5:25). Gods Zoon roept Lazarus terug in het leven. Even later zien de verblufte omstanders Lazarus schuifelend tevoorschijn komen. Hij kan zich niet vrij bewegen. Naar Joods gebruik was zijn lichaam niet gemummificeerd, maar gewikkeld in doeken, om het in de juiste houding te bewaren. Deze zwachtels om zijn armen en benen belemmeren hem in zijn bewegingsvrijheid. Ze laten hem net voldoende ruimte om uit het graf te komen; de zweetdoek die om zijn hoofd was geknoopt, hangt hem nog half voor de ogen. Anderen moeten hem helpen deze ‘banden van de dood’ (Ps.18; 116) te ontbinden. Daarom zegt Jezus: ‘Maak hem los en laat hem weggaan’ (Joh.11:44).
JEZUS’ OPSTANDING
Wordt de opwekking van Lazarus breedvoerig en beeldend beschreven, geen van de evangelisten vertelt hoe Jezus Zelf tot leven wordt gewekt, bevrijd wordt van de grafdoeken en het graf verlaat. Geen mens is er ooggetuige van geweest. Het lege graf is het eerste teken van Zijn opstanding.
De Bijbel spreekt overigens zowel over opwekken (o.a. Matt.17:9) als over opstaan (o.a. Luk.24:46). Opwekken legt de nadruk op de opstanding als een daad van de Vader: Hij gééft de Zoon het leven en keurt zo Zijn werk goed. Opstaan legt de nadruk op de opstanding als een daad van de Zoon Zelf: Hij néémt het leven. Beide zijn even waar.
Jezus had gezegd dat Hij drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zou zijn (Matt.12: 40). Toen die voorbij waren, stond Hij op, vroeger dan vroeg, nog voordat er een mens bij het graf kon zijn. ‘Toen het licht begon te worden, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria om naar het graf te kijken’ (Matt. 28:1). Op dat moment is er een grote aardbeving. Een engel daalt neer en rolt de steen van de opening weg (28:2).
Niets wijst er echter op dat de opstanding op dát moment plaatsvindt. Al voor dag en dauw moet Jezus zijn opgestaan, toen de wereld nog sliep en de vrouwen nog niet op pad waren. Geen steen hield Hem tegen en niemand hoefde Hem van de grafdoeken te ontdoen.
UNIEK
De opstanding van Jezus is een unieke gebeurtenis, niet vergelijkbaar met de opstanding van Lazarus. Lazarus kon onmogelijk opstaan in eígen kracht. Hij wérd opgewekt. Bovendien belemmeren de zwachtels hem in zijn bewegingsvrijheid. Hij blijft gebonden aan de dood. Jezus daarentegen stond wél op in eigen kracht en ontdeed Zich hoogstpersoonlijk van de lijkwade. Deze vormde voor Hem géén belemmering. Lazarus stond op aan déze kant van de dood. Hij kwam weer terug in het aardse leven en had de dood opnieuw vóór zich. Eenmaal moest hij opnieuw sterven. Jezus stond echter op aan ‘de andere kant’ van de dood. Hij is door de dood heengegaan en had die voor altijd achter Zich.
Het lichaam van Lazarus begon weer te functioneren zoals het daarvoor gefunctioneerd had. Hij kreeg zijn oude lichaam weer terug, onderhevig aan dezelfde kwetsbaarheid als daarvoor. Jezus echter stond weliswaar op met Zijn eigen lichaam (Hij werd herkend), maar het was een nieuw lichaam, een opstandingslichaam, een hemels lichaam, met nieuwe eigenschappen: Onsterfelijk, niet meer vatbaar voor ziekte en pijn, honger en dorst.
NIEUWE LICHAMELIJKHEID
Het was een lichaam met ongekende mogelijkheden. Hij is ‘zomaar’ verrezen uit de door de zalf stijf geworden zwachtels, die achterbleven als een lege huls – als een cocon die wel leeg was, maar niet stuk (naar P.H.R. van Houwelingen in commentaar Johannesevangelie).
En blijkbaar hoefde de steen voor Hem niet weggerold te worden om het graf achter Zich te kunnen laten. ’s Avonds kon Jezus plotseling verschijnen aan Zijn discipelen zonder een deur te hoeven openen en even plotseling kon Hij zo ook weer verdwijnen.
Berichten uit het slot van de evangeliën maken duidelijk dat Hij Zich zonder moeite over grote afstanden kon verplaatsen. De zwaartekracht was voor Hem geen belemmering meer: op de dag van Zijn Hemelvaart komt Hij vanaf de Olijfberg los van de grond en verdwijnt achter een wolk.
Kortom, Jezus had na Zijn opstanding een verheerlijkt lichaam, een totaal vernieuwde lichamelijkheid, die voor ons niet voor te stellen is.
EERSTELING
‘Lazarus was een voorteken, Jezus is de Voorloper. Lazarus was een uitzondering, die de regel bevestigt, namelijk dat de dood definitief is. Jezus is de Eersteling die een nieuwe werkelijkheid inaugureert, namelijk dat de dood overwonnen is’ (J. Hoek).
Paulus schrijft in 1 Korinthe 15:20: ‘Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.’ Met andere woorden: zoals in Israël de eerstelingen van de oogst op Pasen de tempel werden binnengebracht – als een belofte voor de hele oogst – zo belooft de opstanding van Eersteling Jezus de oogst, de verrijzenis van allen die Hem toebehoren, die in Hem ontslapen. In Hem is dat gegarandeerd. Goddank. En ook wij zullen een vernieuwd, een hemels lichaam ontvangen. Wel herkenbaar, maar anders dan we hadden: een lichaam als van Jezus.
Paulus schrijft: ‘(…) Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam (…)’ (Filip. 3:21). We worden niet ván ons lichaam verlost, maar mét ons lichaam. Het zal niet meer behept zijn met zwakheden, gebreken of handicaps. Het zal niet langer afgebroken kunnen worden door ziekten. Er zal geen doodsdreiging zijn.
VOORUITZICHT
Met de lichamelijke opstanding in het vooruitzicht weten we ons al in dit leven getroost en verzekerd van een leven – een eeuwig leven – waarin zonde, ziekte en dood afwezig zullen zijn en het leven ten volle geleefd kan worden, zoals God dat bedoeld heeft. Het beste komt nog.
Ds. J.A. Brussaard is predikant van de hervormde gemeente te IJsselmuiden/Grafhorst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's