De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

6 minuten leestijd

Tom Wright
Pleidooi voor de Psalmen. We kunnen niet zonder.
Uitg. Van Wijnen, Franeker; 128 blz.; € 12,95.

Wat gebeurt er wanneer een nieuwtestamenticus zich waagt aan de studie van de Psalmen? Bij Tom Wright levert dat een prachtig boekje op, een hartstochtelijk en aanstekelijk pleidooi om het zingen en mediteren van de psalmen in kerk en persoonlijk erin te houden. In het sterk persoonlijk getinte Pleidooi voor de Psalmen. We kunnen niet zonder worden behartigenswaardige dingen gezegd, die het overwegen dubbel en dwars waard zijn.
De hoogleraar aan de universiteit van St. Andrews, Schotland, schuwt daarbij stevige uitspraken niet. Wright veroordeelt nieuwe liederen niet zonder meer, maar noemt het negeren van het meest originele liedboek van de kerk ‘ronduit gekkenwerk’. Niet wij moeten proberen om de psalmen in onze (belevings)wereld in te passen, het is precies andersom: wij willen ons maar niet voegen in de bevinding van de psalmen. Wanneer we ons de moeite getroosten ons in het landschap van het psalmboek te begeven, zullen we ondervinden hoe de psalmen ons leven transformeren zodat wij de dingen om ons heen op Gods manier zullen bekijken. Meer naar het einde van het boek acht de nieuwtestamenticus het zelfs onmogelijk om een groeiende en volwassen wordende kerk te zijn (of individuele gelovige) zónder de psalmen. Wright benadert de psalmen vanuit de drie gezichtspunten van tijd, ruimte en materie. Een herkenbaar stramien voor wie inmiddels meer van Wright gelezen heeft. Het gaat om de voortdurende confrontatie op het snijvlak van onze tijd en Gods tijd, Zijn ruimte en de onze en het kruispunt in de geschapen materie. Resultaat van deze benadering is dat Wright de psalmen diep het leven in kan trekken; de lezer van de psalmen staat voortdurend op het kruispunt waardoor hij Gods werkelijkheid in kan blikken. Een positieve bijkomstigheid is dat we door deze benadering niet vermoeid (en verveeld) worden door historisch-kritische beschouwingen over het Psalter en dat Wright op een innemende manier het psalmboek christologisch duidt.
Ik las dit boekje als een hartverwarmend pleidooi om te leven uit de (spiritualiteit van de) psalmen. Het doet denken aan een woord van Bonhoeffer die, ook in een boekje over de Psalmen, klip en klaar stelt: ‘De christelijke gemeente laat met het Psalter een onvergetelijke schat verloren gaan en met herinvoering zullen onvermoede krachten haar weer binnendringen.’ Hier en daar hamert Wright vrij nadrukkelijk op het hem geliefde aambeeld van het onvermoeibaar benadrukken dat de nieuwe wereld reeds begonnen is. Deze insteek kan ik niet altijd volgen, temeer daar juist de psalmen het ‘nog niet’ in alle weerbarstigheid en ruwheid uitzingen. Nog één ding: Wright pleit er nadrukkelijk voor de psalmen niet selectief te zingen. Dat is een waardevol appèl aan de psalmminnende gereformeerde gezindte; laten we vooral alle psalmen zingen en wel helemaal.
C.H. HOGENDOORN, KATWIJK AAN ZEE


Tom Wright
Hoe God koning werd. De kern van het evangelie herondekt.
Uitg. Van Wijnen, Franeker; 286 blz.; € 24,95.

Het boek Hoe God koning werd. De kern van het evangelie herontdekt is van een heel ander kaliber dan Pleidooi voor de Psalmen, een echt Wright-boek. Eerlijk gezegd een boek dat enigszins vermoeit. In terugkerende grote woorden wordt gesteld dat de kerk tot dusver de evangeliën verkeerd gelezen heeft. Nu is kritiek uiteraard toegestaan, mits er een (kern van) waarheid in zit. Die laat zich mijns inziens maar moeilijk aanwijzen, soms wordt de plank zelfs behoorlijk mis geslagen. Een veelvuldig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden maakt een betoog dikwijls niet sterker, het krijgt gemakkelijk iets van overschreeuwen. Wordt de pretentie die de ondertitel suggereert nu ook waargemaakt?
Volgens Wright is de zwakke plek in de christelijke kerk dat ze het middengedeelte van het Evangelie verwaarloost. We weten en preken wel over de heilsfeiten, maar we laten gemakshalve links liggen wat er tussen Kerst en Hemelvaart plaatsvindt. De belijdenisgeschriften krijgen hierbij ook een flinke veeg uit de pan; daarin is volgens Wright sprake van dezelfde ‘lacune’. We nemen het Evangelie niet meer serieus, enkel en alleen om Paulus kracht bij te zetten, ofwel: we fixeren ons meer (of alleen) op de verzoening en rechtvaardiging, een exclusief lezen van de evangeliën vanuit de Reformatie. De Britse hoogleraar daarentegen komt op voor een herwaardering van Jezus’ leven op aarde. In Jezus is Gods Koninkrijk op aarde gekomen. Dat is een realiteit die zich nu reeds laat gevoelen, waar we als kerk en individuele gelovigen meer uit hebben te leven. Tot zover kunnen we instemmen. Lastiger wordt het wanneer door de nadruk op Gods Koningschap hier en nu de grens naar het komende Koninkrijk vloeiender wordt, soms (bijna) verdwijnt. Ook in dit boek wordt de traditionele gedachte aan een hemel flink op de korrel genomen. Nu is een zekere continuïteit tussen nu en straks op grond van de Schrift verdedigbaar, echter toch niet zonder het crisismoment. Dat laatste lijkt Wright te negeren, terwijl uitgerekend hij zijn lezers voortdurend inwrijft dat we de Schrift tota scriptura moeten lezen. Voor wie de geschiedenis van de uitleg van het Nieuwe Testament een beetje overziet, met name wanneer het gaat om de duiding van het begrip Koninkrijk der hemelen in de evangeliën, ziet al snel dat Wright zich positioneert ergens tussen Johannes Weiss en Albert Ritschl in, waarbij laatstgenoemde dicht in de buurt van Wright komt. Zo heel nieuw en opzienbarend is alles wat ter berde gebracht wordt dus niet.
Mijns inziens is dit niet het boek en de benadering die ons vertelt hoe het nu echt zit. Voor theologen die zich op een fundamentele(re) wijze in deze materie zou willen verdiepen, is de bundel The Kingdom of God onder redactie van Christopher W. Morgan en Robert A. Peterson een beter alternatief. Hierin wordt betoogd dat het begrip Koninkrijk der hemelen een zekere gelaagdheid heeft, vanuit het Oude Testament doorlopend in het Nieuwe Testament. Bovendien wordt een en ander in een helder systematisch kader gezet. Me dunkt dat zelfs De Komst van het Koninkrijk (1950) van H. Ridderbos in dezen nog niet gedateerd is. De lezer oordele echter zelf.
C.H. HOGENDOORN, KATWIJK AAN ZEE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's