De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hemel en hel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hemel en hel

8 minuten leestijd

Jarenlang konden mensen volhouden dat ze niet meer naar de kerk gingen omdat daar alleen maar hel en verdoemenis werd gepreekt. Het wordt in onze dagen moeilijker dat standpunt geloofwaardig te verdedigen. De betekenis van het laatste oordeel, van hemel en/of hel komen rond Goede Vrijdag en Pasen verschillend aan de orde.

VOLZIN (I)
Volzin wijdt een heel nummer aan ‘Hemel Ja! – Hel nee?’ en laat onder anderen godsdienstsocioloog Joep de Hart aan het woord. Hij stelt vast dat het traditionele geloof in hemel en hel is versmald tot een pretpakket:

Eeuwig leven: ja, graag – maar zonder apocalyps of scheiding van de schapen en de bokken op de jongste dag. De erfzonde, de verleidingen van het kwaad en de voortdurende dreiging van verdoemenis werden gaandeweg uit de geestelijke inboedel verwijderd. (…) Niet zelden versmalde het geloof zich tot een soort knuffelspiritualiteit en de christelijke traditie tot een pretpakket. De dood wordt daarin niet als het natuurlijke eindpunt van het leven, maar als een spelbreker gezien. Is het feestje lekker op gang, klinkt alweer de bel voor de laatste ronde. (…)

De Hart stelt dat hoe wij tegen de dood aankijken samenhangt met hoe wij het leven ervaren. Vandaag de dag, zegt hij, is er ‘massale bijval voor het uitgangspunt dat je de zin van het leven zult moeten vinden in jouw unieke innerlijke ervaring en het ontwikkelen van jouw eigen vermogens’.

Wie een begraafplaats bezoekt ziet onmiddellijk het verschil tussen de recentere en de oude grafstenen. Waar ooit de naam van de overledene volstond, voorzien van geboorte- en sterfdatum en misschien een bijbelcitaat, daar ogen veel moderne graven als een volledig opgetuigde Facebookpagina. (…) ‘De hemel is naar beneden gekomen en ligt om ons heen, in scherven op aarde’, aldus, kort voor zijn dood, Kees Fens. In heel veel moderne rouwadvertenties, begrafenisplechtigheden en graven, liggen die scherven opgetast.

VOLZIN (II)
In hetzelfde nummer gaat theoloog dr. Erik Borgman (Tilburg) in op de betekenis van de hel. Vanuit de traditie werd de hel gezien als ‘de ruimte van Gods afwezigheid, en gevolglijk van afwezigheid van waarheid en goedheid, compassie en betrokkenheid’. Daarin geloven velen niet meer, omdat wij als moderne mensen geen verlossing meer nodig denken te hebben, stelt Borgman. Dat is echter een vergissing.

Een cultuur die de hel afschaft, maakt het moeilijk om met de realiteit van het kwaad te leven. Hier komen we bij het aspect van de hel dat hedendaagse mensen het meest problematisch vinden, maar dat in mijn visie fundamenteel is: de hel als oord van definitieve verbanning. Volgens de christelijke traditie is met de overwinning van Jezus op de dood ook het kwaad, en de duivel als personificatie van het kwaad, verslagen. Dit is weliswaar niet volledig zichtbaar en het kwaad oefent nog wel macht uit, maar deze macht is dankzij Jezus fundamenteel ingeperkt. Standvastigheid in de keuze voor het goede is van belang, maar diepe angst voor het kwade is niet langer nodig.
Het kwade zal het uiteindelijk niet halen en degenen die zich tot vertegenwoordigers ervan maken, zijn voor zover ze dat doen met het kwaad verworpen. De machten van het kwaad worden overgelaten aan de hel, de plaats waar God, aan wie de toekomst toebehoort, per definitie niet is.
Ik vind het vreemd dat een cultuur, die terecht de gedachte moeilijk kan verdragen dat de verkrachte vrouw haar verkrachter bij de supermarkt kan tegenkomen, deze logica niet kan plaatsen. (…)


ONDERWEG
Niettemin ziet Borgman wel een probleem, namelijk of God mensen wel volledig en definitief (voor eeuwig) kan verwerpen. Over die vragen gaat het interview dat Koos van Noppen hield met de Nederlands gereformeerde emeritus predikant H. de Jong in OnderWeg. Hier volgen enkele passages. De argumenten die de interviewer hanteert zijn afkomstig uit het boek van Jan Bonda Het ene doel van God, waarin hij de alverzoening verdedigt. Ds. De Jong geeft aan dat de vragen naar het ‘verloren gaan’ zich in onze tijd toespitsen.

’En daar is een reden voor. Wij kennen de geloofsafval, die door alle families en gezinnen heengaat. Als er een hel is, komt hij wel heel dichtbij. Dan gaat het over je eigen kinderen, kleinkinderen of ouders. Vroeger was het ver van ons bed. Nu raakt het je in je eigen vlees. Daardoor ontstaat een belang om er genuanceerd of afgezwakt over te denken.’

Verandert daardoor ons Godsbeeld? Of is het omgekeerd, beïnvloedt ons Godsbeeld de gedachten over eeuwige straf ? ‘Ik denk dat het een met het ander samenhangt. We hebben vandaag een veel softer Godsbeeld. Maar het heeft ook te maken met ons mensbeeld. Er wordt minder zwaar getild aan de menselijke verantwoordelijkheid in religieuze zaken


Laten we een paar veelgebruikte argumenten langslopen (…): Een eeuwigdurende straf zich niet laat rijmen met een God die allen liefheeft.
‘God kan niet méér van zijn liefde tonen dan door zijn enige Zoon te geven. Dat is zijn liefde. Maar dan komt het aan ons: ‘... opdat iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’. De mogelijkheid van verloren gaan wordt niet weggenomen doordat God zijn liefde heeft geopenbaard. Zo horen wij het in de bekendste tekst van de Bijbel, Johannes 3:16.


Over de gave van zijn Zoon gesproken, nog een citaat: ‘Als er maar één mens niet gered zou worden, zou dat een devaluatie zijn van het offer van Christus.’ ‘Dat is een vreemde redenering. In de Schrift wordt de verantwoordelijkheid van de mens nooit uitgeschakeld. Je moet rekening houden met de hoge plaats die de mens in de schepping gekregen heeft. ‘Gij hebt hem bijna goddelijk gemaakt’ zegt de psalm (Ps.8:6). Het is een woord waarop we ons graag beroepen, maar deze grootheid heeft ook een keerzijde: ‘Aan wie veel is gegeven, van die zal ook veel worden gevraagd’ (Luc. 12:48). (…)’

Wie wil afdingen op uitspraken als ‘uiteindelijk wordt iedereen zalig’, of ‘we hopen dat de hel leeg is’, laadt de verdenking op zich minder gul te zijn voor de medemens.
‘Daarom heeft mijn standpunt het in deze tijd moeilijk. Ik kan natuurlijk zeggen dat ook ik hoop dat de hel leeg is. Het gaat me er niet om de hel te vullen. Daarom: je zegt gauw te veel. Nog eens, ik ga daar niet over. Soms troost ik me met de gedachte dat wellicht een schare die haast niemand tellen kan, nog vlak voor sluitingstijd binnenglipt. Maar voorwaarde daarvoor is wel dat de kerk het evangelie onverkort blijft bedienen in de wereld, inclusief de mogelijkheid van verloren gaan. De weg tot behoud moet algemeen bekend blijven. Met uitzondering van de moordenaar aan het kruis zullen wij dat binnenglippen van niemand weten en misschien is dat maar goed ook. Strijdt gij om in te gaan, zei Jezus (Luc.13:24).’

Is dit hele veld van vragen voor uzelf ooit een ‘worstelpunt’ geweest?
‘Ik heb er onder mijn kinderen die niet geloven. En toch kan ik niet zeggen dat deze vragen me nu naar de keel zijn gevlogen. Mijn kinderen zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze met hun opvoeding doen. Dat is hun zaak. Natuurlijk bid ik voor ze. En ik zeg: ze geloven nóg niet, in de hoop dat ze dat zullen doen, en dat is geen lege hoop. Dat wordt ook wel eens door feiten bevestigd. Maar mijn uitgangspunt is dat ieder mens staat voor zijn eigen verantwoordelijkheid.’

‘Een christen die bij de Schrift als bron en norm leeft, hoort een zwak te hebben voor de leer van de alverzoening’, schreef u indertijd (…). Met andere woorden: het is een open zenuw.
‘Ja. In Romeinen 5:18 en 19 staan afwisselend de woordjes ‘allen’ en ‘zeer velen’. Paulus maakt onbekommerd gebruik van dat woordje ‘allen’: ‘Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven.’ Het is een goede redenering die zegt dat ‘allen’ daar niet staat tegenover ‘weinigen’, maar tegenover die Ene, Christus. Maar het is toch een verrassende spreekwijze van Paulus. Met ‘zeer velen’ ben je eerder klaar dan met ‘allen’. Maar heeft de apostel niet het recht de nieuwe mensheid als een compleetheid voor te stellen: allen? Dat verklaart voor mij dat ik er een zwak voor heb.’ (…)


Elders schreef ds. De Jong dat over datgene wat ons het meest bedreigt in het Evangelie gesproken wordt door Hem Die ons het meeste heeft liefgehad. Dat is de enige troost: Jezus, Hij redt van de toekomende toorn.


Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Hemel en hel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's