Wat de kerk is
Bonhoeffer hecht te veel waarde aan wat mensen doen
De Duitse hoogleraar Georg Huntemann (1929-2014) stelt in Der andere Bonhoeffer (1989) Bonhoeffer voor als kerkvader van bijbelgetrouwe christenen. Of die voorstelling juist is, willen we bezien aan de hand van enkele van Bonhoeffers gedachten over de kerk.
Vanaf zijn eerste publicatie tot aan zijn gevangenisbrieven is het denken over de kerk bij Bonhoeffer prominent aanwezig. Die eerste publicatie is zijn (eerste) proefschrift, dat hij op 21-jarige leeftijd verdedigt met als titel Sanctorum Communio (gemeenschap der heiligen). Volgens de ondertitel is het een dogmatisch onderzoek naar de sociologie van de kerk. Hoewel hij in latere geschriften veel dingen anders en vaak ook kritischer zegt, komen verschillende uitgangspunten steeds terug. Eén daarvan is: Christus Die als gemeente bestaat.
DIEPERE BEZINNING
Waar komt Bonhoeffers blijvende belangstelling voor de kerk vandaan? Mogelijk wilde Bonhoeffer, opgegroeid in cultuurchristendom, weten wat de kerk volgens bijbelse uitgangspunten is. Zeker is dat de Duitse kerkstrijd hem tot diepere bezinning over de kerk dwong. Tenslotte voorzag hij in zijn laatste levensjaren het naoorlogse nihilisme, waarbij hij zich afvroeg hoe de kerk in die situatie kerk kan zijn. De antwoorden die hij in de verschillende fasen geeft, zijn steeds nogal radicaal.
DUITSE KERKSTRIJD
Die radicaliteit bracht mee dat Bonhoeffer in de Duitse kerkstrijd weinig medestanders vond. Die kerkstrijd werd gevoerd binnen de Duitse Evangelische Kerk over de vraag of de ariërparagraaf, die de nazi’s Duitsland oplegden, ook voor de kerk moest gelden.
Voor Bonhoeffer, op dit punt eensgeestes met de Duitse theologen Karl Barth en Martin Niemöller, was duidelijk dat de kerk zich niet tot instrument van de overheid mocht laten maken. Als de kerk zich door de overheid liet voorschrijven hoe ze met haar (gedoopte) Joodse gemeenteleden en voorgangers moest omgaan, zou ze ophouden kerk te zijn. Voor Bonhoeffer gold deze kwestie dan ook de status confessionis (wat het belijden raakt).
Toen de synode van de Pruisische kerk in september 1933 besloot dat de ariërwetgeving (die sinds april van dat jaar van kracht was voor overheidsfuncties) ook voor de kerk moest gelden, riep Bonhoeffer op tot een predikantenstaking. Toch lukte het Bonhoeffer niet om zijn medestanders binnen de protestbeweging, de Bekennende Kirche, te overtuigen. Barth was het met hem eens, maar meende dat niet zij de kerk moesten verlaten. Als er een schisma komt, moet het van de anderen komen, aldus Barth.
VOOR ANDEREN
In Het wezen van de kerk stelt Bonhoeffer de vraag of we de kerk nodig hebben en zo ja, hoe die kerk er uitziet. Dat brengt hem tot nadenken over het wezen van de kerk. In dat verband valt de uitspraak die hij van begin tot eind heeft volgehouden: Christus als gemeente bestaand. Wij weten immers niet Wie God in Zichzelf is.
Wie God met betrekking tot ons is, weten wij aan Christus, Die mens is geworden. In deze menswording leren wij God kennen als God voor ons. Maar dan heeft de kerk (als plaats van God in de wereld) alleen bestaansrecht als ze kerk is voor anderen. Niet in binnenkerkelijke, maar in buitenkerkelijke betekenis.
Met het oog daarop moet de kerk wereldlijk worden: afzien van alle bezit en privileges en alleen met het Woord van Christus en de vergeving van zonden in de wereld staan. Als de kerk helpend meewerkt aan de wereldlijke taken van het gemeenschapsleven, bestaat Christus in de gemeente. In dit verband noemt Bonhoeffer de daad de eerste belijdenis naar de medemens. En als de daad zeggingskracht krijgt, verlangt de wereld er vanzelf naar dat de kerk belijdt met het Woord. Tot deze radicale inzichten komt Bonhoeffer in zijn gevangeniscel in Tegel, hoewel aanzetten in die richting in eerdere geschriften al aanwezig zijn.
GODS ONMACHT
Bonhoeffer voorzag het naoorlogse nihilisme. Dat zou de kerk niet voorbijgaan en ten slotte leiden tot een religieloos christendom. Met het oog daarop acht hij het nodig dat bijbelse kernwoorden opnieuw en niet-religieus worden geïnterpreteerd.
Bij deze herinterpretatie is de uitdrukking ‘onmacht van God’ een sleutelbegrip. Zo heeft God Zich immers aan ons bekendgemaakt in de geschiedenis van Jezus, Die ‘mens voor anderen’ werd tot in de dood. Ergens schrijft Bonhoeffer: ‘God is onmachtig en zwak in de wereld en juist en alleen zo is Hij bij ons en helpt ons.’ Als plaats van God (Die Zich in Christus in Zijn onmacht openbaart) kan de gemeente op geen andere manier in deze wereld aanwezig zijn.
Voor Bonhoeffer is het dan ook verloochening van de gekruiste Jezus als de kerk het zoekt in zichtbare gestalten. Alleen in haar afzien van bezit, privileges en wat dies meer zij, kortom in haar onmacht, en zo in navolging van Christus, heeft de kerk betekenis voor de wereld.
De kerk is pas kerk als zij er is voor anderen
Met Bonhoeffers gedachten wat betreft de kerk in het vizier, herhaal ik de vraag of we hem kunnen zien als kerkvader voor bijbelgetrouwe christenen. Op voorhand is mijn overtuiging dat we hem daarmee te hoog neerzetten. Wel kunnen we in allerlei opzicht van Bonhoeffer leren. Ook de indringende vragen die Bonhoeffer aan de naoorlogse kerk stelt, laten zich vandaag niet verdringen. Juist omdat Bonhoeffer als met een profetische blik de situatie heeft voorzien waar wij als kerk middenin zitten.
Er zijn echter minstens zoveel bezwaarpunten tegen zijn zienswijze in te brengen. Ten aanzien van zijn denken over de kerk wil ik er twee noemen.
NAVOLGING
In zijn visie dat de kerk voor anderen bestaat, vallen bij Bonhoeffer Woord en daad zo goed als samen. Leerpunt voor ons is dat we rechtvaardiging en heiliging nooit los van elkaar mogen zien. Beide zijn immers in Christus geschonken. Over de verhouding van beide is in de (recente) geschiedenis van het gereformeerd protestantisme genoeg te doen geweest.
Bonhoeffer heeft echter de navolging van Christus uiterst serieus genomen. Hij is ervoor in de gevangenis gegaan en heeft het ten slotte met de dood moeten bekopen. Heeft de navolging van Christus bij ons de plaats die deze bij Bonhoeffer had?
Toch blijven er vragen. Zoals: verliest de rechtvaardiging zich ten slotte niet in de heiliging? Komt de wet niet in plaats van het Evangelie? Valt er van de genade niet meer te zeggen dan dat een mens de roep tot navolging als genade herkent?
SCHRIFTBESCHOUWING
Centrum van Gods openbaring is de vleeswording als demonstratie van Gods onmacht. De kerk is slechts kerk in zoverre zij deze onmacht van God representeert. In deze visie op de kerk komen lijnen van Bonhoeffers Schriftbeschouwing samen. Enerzijds was hij als leerling van Barth voluit openbaringstheoloog. Maar Bonhoeffer was ook leerling van de Berlijnse liberale theologen voor wie de Bijbel een boek van beneden was.
DOOR CHRISTENEN
Brandende vraag voor Bonhoeffer is nu hoe de openbaring van God in onze werkelijkheid landt. Dat ziet hij gebeuren in Christus. Terwijl de vleeswording van Christus een vervolg vindt door middel van navolging van Hem in de gemeente. Feitelijk geschiedt bij Bonhoeffer openbaring van God door het handelen van christenen.
Maar de Schrift brengt toch haar eigen geloofwaardigheid mee, ongeacht of mensen Christus navolgen of niet? Daarom kunnen we op het punt van zijn Schriftbeschouwing Bonhoeffer onmogelijk volgen, willen we niet het gevaar lopen om het gereformeerde Schriftgeloof op te geven.
Ds. P. van der Kraan uit Arnemuiden is emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's