De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ambtelijk gezag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ambtelijk gezag

7 minuten leestijd

Heb je meer gezag omdat je als ouderling of diaken bij iemand aan tafel zit? Dat is nog maar de vraag. Ook hier geldt: ambtelijk gezag is niet meer vanzelfsprekend, je krijgt het door de wijze waarop je de taak uitvoert.

Het ambt spreekt vandaag de dag niet echt tot de verbeelding. Biedt het ambt een steun in de rug? Als je een afspraak maakt voor een bezoek, dan doe je dat als ouderling, diaken of predikant. Maar als je uiteindelijk aan tafel zit, dan zit je daar wel als mens, als persoon zo en zo. Dan komt het erop aan hoe je overkomt en wat je zegt.

KERKENRAAD
Binnen de gemeente is het ambtelijk gezag van de kerkenraad evenmin vanzelfsprekend. Soms zijn de ontwikkelingen in een bepaald segment van het kerkenwerk al zo ver gevorderd dat besluiten van een kerkenraad worden ervaren als mosterd na de maaltijd.
Of juist andersom: weer die remmende factor van de ambtelijke vergadering. Ontwikkelen we eindelijk iets waardevols voor de jeugd of voor een groep enthousiaste gelovigen en dan trapt de kerkenraad weer op de rem. Worden kerkenraden door de gemeente ervaren als sturende, richtinggevende, beleid ontwikkelende organen? Of worden kerkenraden juist lam gelegd door interne spanningen, door machtsinvloeden van personen of belangengroepen? In dergelijke situaties is de verleiding groot om te proberen buiten de vergadering om iets voor elkaar te krijgen.

CLASSIS EN SYNODE
En de vergaderingen van de classis en de synode? Laten we ons nog iets gelegen liggen aan de besluiten van een meerdere vergadering, zoals classis of synode? Het is veelzeggend dat bij geschillen waar de meerdere vergadering een uitspraak doet, een betrokken gemeente of ambtsdrager dat gezag maar moeilijk accepteert en snel geneigd is naar de wereldlijke rechter te stappen. We hebben alle sores rond de kerkscheuring in 2004 nog vers in het geheugen. Wie is de synode dat haar bepalingen gezaghebbend zouden zijn? Tal van gemeenten verwierpen de besluiten van de generale synode als onwettig. Met alle gevolgen van dien.

REFORMATIE
Brak de Reformatie met het kerkelijk gezag? De kerken van de Reformatie hebben gebroken met de kerkelijke hiërarchie van paus en bisschop. Een belangrijke reden daarvoor was de kritiek op het misoffer (de eucharistie) dat door de priester sacramenteel wordt voltrokken in de liturgie. In de kerken van de Reformatie kwam de Woordverkondiging centraal te staan en de priester werd predikant. Het is dus niet zo dat met de afwijzing van de paus en de bisschop het apostolisch gezag buiten de deur wordt gezet. Immers de apostolische verkondiging, het getuigenis van kruis en opstanding, van Jezus Christus als Zaligmaker, blijft het fundament van de kerken van de Reformatie.
Die verkondiging gaat niet zonder overlevering en gezag.
Dat is al zo binnen het Nieuwe Testament. Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe: ‘Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus is gestorven voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften…’ (1 Kor.15:3-4). In deze tekst is sprake van overlevering en traditievorming. Zelfs Paulus kan niet alleen maar teren op de openbaring van Jezus Christus die hem ten deel viel op de weg naar Damascus.

OVERLEVERING
De kerk staat of valt met het getuigenis van het leven, sterven en de opstanding van Jezus Christus. Zowel voor de verkondiging als voor het geloofsleven van de gemeente is de gezaghebbende overlevering van de apostelen doorslaggevend. De reformatoren hebben inderdaad de apostolische successie, zoals die tot uitdrukking komt in het Petrusambt in de Rooms-Katholieke Kerk, verworpen. De rol van de apostelen was in de ogen van de reformatoren eenmalig. Ze worden niet opgevolgd.
Maar ontstaat er op die manier dan geen gezagsvacuüm in de kerkelijke overlevering? Wie staat dan garant voor de waarheid van het getuigenis aangaande Jezus Christus? Zij waren toch de ooggetuigen? Wat is dan het gezag waarmee de kerk in de tijd na de apostelen het Evangelie verkondigt?

PREDIKANT
In het klassiek-gereformeerde formulier voor de bevestiging tot predikant wordt de predikant herder en leraar genoemd. Opvallend is dat er op bepaalde punten een overeenkomst wordt geschetst tussen de opdracht van de predikant en de opdracht van de apostelen.
Een belangrijke taak voor het ambt van predikant is bijvoorbeeld ‘de bediening der verzoening’. Op dat punt worden de herders (predikanten) in één adem genoemd met de apostelen: God ‘heeft ons (namelijk de apostelen en de herders) de bediening der verzoening gegeven’ (2 Kor. 5:17). En even verderop: ‘De dienaren hebben met de apostelen gemeen wat deze zeggen: ‘Wij zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord’ (Hand.6:4).’
En bij de bediening van de sacramenten wordt uitdrukkelijk gezegd dat de opdracht (doopbevel) die aan de apostelen gegeven is ‘ook de dienaren van het Woord aangaat’.

WOORDVERKONDIGING
De opstellers van het klassiekgereformeerde formulier hebben beseft dat de opvolging van de apostelen op de een of andere manier zijn beslag krijgt in de dienaar van het Woord. De prominente rol van de predikant in de kerken van de Reformatie is dus geen overblijfsel van de Roomse hiërarchie, maar een bewuste en noodzakelijke keuze: het gaat om de prediking van het Evangelie als fundament van de kerk.
Dit is trouwens helemaal in het spoor van Calvijn, die van mening is dat de herders en leraars ‘in de plaats van de apostelen opvolgen’ en net als de apostelen de taak hebben om het Evangelie te verkondigen en de sacramenten te bedienen. ‘Wat de apostelen aan de ganse wereld gedaan hebben, dat moet iedere herder doen aan zijn eigen kudde, voor welke hij bestemd is.’ (Institutie IV.3.6.)

OUDSTEN
In het Nieuwe Testament kunnen we, naast de lijn van het apostolisch gezag, nog twee andere sporen ontdekken. Ten eerste zijn er teksten die er blijk van geven dat er oudsten werden aangesteld. Zo lezen we in Handelingen 14:23 dat Paulus en Barnabas oudsten (presbyters) aanstellen. ‘En toen zij in elke gemeente, door het opsteken van de handen voor hen ouderlingen gekozen hadden en onder vasten gebeden hadden, droegen zij hen op aan de Heere, in Wie zij nu geloofden.’
En Paulus geeft zijn medewerker Titus de opdracht om op Kreta van stad tot stad ouderlingen aan te stellen. In datzelfde gedeelte wordt ook de term opziener (bisschop) gebruikt. En uit 1 Timotheüs 5:17 blijkt dat er ook oudsten zijn die ‘arbeiden in het Woord en in de leer’.

GAVEN EN DIENSTEN
Ten tweede wordt er in de vroeg gedateerde brieven van Paulus uitdrukkelijk gesproken over gaven (charismata) en diensten (diakoniai) als spontane uitingen van het werk van de Heilige Geest. Deze geestesgaven kwamen vooral voor in de beginperiode en het lijkt er op dat dit spontane werk van de Heilige Geest bijdroeg aan de opbouw van de gemeente. ‘Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere.’ (1 Kor.12:4-5) Ook in Romeinen 12:6. ‘En nu hebben wij genadegaven (charisma), onderscheiden naar de genade die ons is gegeven (…); hetzij dienstbetoon (diakonia) in het dienen (…)’

DISCUSSIES
Wat zien we in de discussies over het ambt? De zojuist genoemde twee sporen worden vaak tegen elkaar uitgespeeld. Sommigen suggereren dat de opkomst van de ouderling en opziener (bisschop) een latere ontwikkeling is in het Nieuwe Testament, een ambtelijke verzakelijking en verstarring, een voorloper van de rooms-katholieke ambtsleer. Dat zou ten koste gaan van de spontane, charismatische uitingen van de Heilige Geest, zoals dat plaatsvond in het vroege begin van het christendom. Pinksterkerken beroepen zich op de directe, spontane leiding van de Heilige Geest en hebben niet zo veel op met de ambtelijke structuur.
Maar ook binnen de gevestigde protestantse kerken waren er vaak stemmen te horen die de opkomst van het ambt toch min of meer opvatten als een ‘verval’ ten opzichte van het allereerste charismatische begin.

NIET OVERBODIG
Het apostolisch getuigenis, de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus, de bediening van de verzoening – hoe we het ook formuleren – blijft het fundament van de kerk. Het ambt van Woord en sacrament geeft daar uitdrukking aan. ‘Charisma’ en ‘dienst’ geven uitdrukking aan de dynamische werking van de Heilige Geest, maar maken de ambten beslist niet overbodig.


Dr. F.G. Immink uit Driebergen is hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit.


Volgende week deel 2, over de kerk als instituut.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 2015

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Ambtelijk gezag

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 2015

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's