De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbesprekingen

6 minuten leestijd

Piet Murre, Bram de Muynck & Henk Vermeulen (red.)
Vitale idealen, Voorbeeldige praktijken 2.
Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; 136 blz.; € 16,90
Ewald Mackay
Een venster op de hemel.
Uitg. De Banier, Apeldoorn, 247 blz.; € 14,95.

Docenten van de lerarenopleiding Driestar Educatief betonen zich productief in het vervaardigen van lesmateriaal dat dienstig is voor de lerarenopleiding zelf, maar ook gebruikt kan worden voor permanente (zelf ) educatie van onderwijzers en docenten. Ze verdienen daarvoor lof en waardering. De financiële drempel tot het uitgeven van (eigen) lesmateriaal mag dan tegenwoordig redelijk laag liggen, de inspanning die nodig is om goed lesmateriaal te ontwikkelen wordt licht onderschat, evenals de behoefte aan dergelijk lesmateriaal.
De beide hier te bespreken boeken verschaffen een goede illustratie van de twee kanten die een goede lerarenopleiding kenmerkt: de vakspecialistische inhoud en de pedagogischdidactische presentatie. Het vinden van een goed evenwicht in de opleiding tussen deze twee kanten van de lerarenmedaille blijkt nog niet zo eenvoudig. Zo worden veel universitaire lerarenopleidingen in een nogal ongelukkige structuur aangeboden: nadat de student een volledige masteropleiding in een specialisme (zoals wiskunde, economie of Engelse taal en literatuur) heeft afgerond, moet hij zich opnieuw opladen om een tweede masteropleiding te volgen, die geheel aan algemene en vakspecialistische pedagogiek en didactiek is gewijd. Een dergelijke tweede masteropleiding wordt door veel studenten, die zich vooral specialist in een bepaald vakgebied weten, veelal niet als erg motiverend tot het beroep van docent ervaren. In het boek Vitale idealen, Voorbeeldige praktijken 2, passeren achtereenvolgens Erasmus, Comenius, Koelman, Francke, Rousseau, Pestalozzi en Waterink de revue, elk beschreven door docenten die hun sporen in het onderwijs hebben verdiend. Elk van de zeven beschreven pedagogen heeft een geheel eigen bijdrage geleverd aan de doordenking van opvoeding en onderwijs en behoort als zodanig deel uit te maken van de basisbagage van een ieder die opvoeden en lesgeven tot zijn vak wil maken. Na een korte levensbeschrijving volgt een bondige bespreking van de specifieke kenmerken van de visie op de pedagogiek. Het boek wordt afgesloten met enkele briefwisselingen tussen de auteurs over aspecten die hen bij de zeven besproken pedagogen zijn opgevallen.
Het boek zal, naar mijn verwachting, zeker in een behoefte voorzien, aangezien het, samen met het eerder uitgebrachte eerste deel, een mooie caleidoscoop biedt van de pedagogiek van de zestiende tot en met de twintigste eeuw.
Het boek Een venster op de hemel gaat niet uit van de pedagogiek, maar kiest juist het uitgangspunt in de vakinhoudelijke kant van het onderwijs. De auteur heeft zestien collegae uit basis-, voortgezet en hoger onderwijs uitgenodigd op hun vakgebied een eigen les of serie van lessen te beschrijven waarin het christelijk perspectief op een herkenbare wijze naar voren komt. Het resultaat is geslaagd: een mooi scala van goed doordachte lessen over een grote breedte van vakgebieden, variërend van wiskunde tot taalverwerving, van theologie tot scheikunde en van Engelse literatuur tot kunstbeschouwing. Het is de initiatiefnemer van het boek er vooral om te doen te waarschuwen voor een dualistische benadering van het christelijk onderwijs, waarin vakinhoud en geloof te weinig met elkaar worden verbonden. Daarom heeft hij elk van de auteurs de opdracht meegegeven vanuit hun specifieke onderwijscontext een venster op de hemel te openen. Zoals gezegd leidt dat tot een rijke schakering van tot de verbeelding sprekende en tot navolging uitnodigende lessen.
De titel van het boek acht ik minder gelukkig gekozen en vormt daarmee het zwakste onderdeel van het boek. De slotzin in ieder bijdrage dat er in de gepresenteerde les een venster op de hemel is geopend lijkt de auteurs te zijn voorgeschreven en doet daarom doet nogal geforceerd aan. Dat is jammer, temeer daar we in het onderwijs juist behoefte hebben aan docenten die zich op originaliteit en spontaniteit willen laten aanspreken. Bovendien openen de auteurs helemaal geen venster op de hemel, maar laten ze zien dat in het kijken naar de werkelijkheid met alleen de ogen van verstand en wetenschap slechts een deel van de werkelijkheid wordt gezien. De ogen van het geloof voegen aspecten en dimensies toe die de verwondering over die bestudeerde werkelijkheid doen toenemen. En daar gaat het in het onderwijs ten diepste om: kinderen, leerlingen en studenten tot verwondering brengen en verbanden leren leggen, verbanden ook tussen geloof en de werkelijkheid om ons heen, die ons zicht op de werkelijkheid verdiepen.
F.A. VAN DER DUIJN SCHOUTEN, RIDDERKERK


Maarten ’t Hart
Magdalena.
Uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam; 250 blz.; € 19,99.

Zo elke zes, zeven jaar lees ik een boek van Maarten ’t Hart, niet alleen als herinnering aan mijn studietijd waarin dit moest, niet alleen omdat hij een buitengewoon vaardige stilist is wiens pen prachtige zinnen voortbrengt, ook om weer scherp te hebben hoe via een literator als ’t Hart het christelijk geloof bespot en ondermijnd wordt. Hoe hij dat laatste doet? Bijvoorbeeld door te tonen dat gelovigen zelf niet naar de norm leven. Mijn moeder ‘was voorstander van een blij geloof, je moest de hele dag in juichstemming verkeren omdat je verlost was door de Here Jezus en gewassen in zijn dierbaar bloed. Spijtig genoeg was ze zelf desondanks niet in staat om die blijdschap vanwege de verlossing uit te stralen.’ Bijvoorbeeld door de doorgaande boodschap van Gods Woord niet te laten staan, maar te zoeken naar niet te vinden concretiseringen. ‘”Dus je wilt geen geloofsbelijdenis doen?” vroeg hij. “Er is geen enkele Bijbeltekst te vinden die zo’n potsierlijke vertoning aanbeveelt of zelfs maar rechtvaardigt,” zei ik.’
In zijn (christelijke) familie laat hij heftige emoties een bepalende rol spelen, zo aantonend dat naar vruchten van de Geest niet gezocht hoeft te worden: ‘Mijn vader haatte zijn vader ook, mogelijk heeft ook dat ertoe bijgedragen dat mijn vader en moeder elkaar vonden, maar de haat van mijn vader stond in geen verhouding tot de haat van mijn moeder.’

Drie jaar na haar dood komt Maarten ’t Hart met een roman over zijn moeder, volgens haar kinderen zachtmoedig, zachtaardig, zorgzaam en bescheiden, zij het behept met de waan dat haar man bij elke gelegenheid naar andere vrouwen lonkte. Mooi is de roman in de beschrijving van het familieleven. Helaas is de auteur in zijn ridiculiserende verwoording van het christelijk geloof in veertig jaar geen stap gevorderd.
P.J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's