Kwetsbaar mensenwerk
Ambten zijn een bijbelse zaak, maar gemeenteleden aanvaarden soms met de nodige schroom een ambt of deinzen er zelfs voor terug. Het ambt brengt immers een verzwaarde verantwoordelijkheid met zich mee.
In de gereformeerde traditie kennen we drie typen ambtsdragers: predikanten, ouderlingen en diakenen. In de Lutherse kerken spreekt men over ‘het openbare ambt van Woord en Sacrament’.
In de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland zijn die twee tradities gecombineerd.
‘Om de gemeente bij het heil te bepalen en bij haar roeping in de wereld te bewaren is van Christuswege het openbare ambt van Woord en Sacrament gegeven.
Met het oog op deze dienst onderscheidt de kerk
het ambt van predikant,
het ambt van ouderling,
het ambt van diaken.’
De Rooms-Katholieke Kerk heeft een bisschoppelijke structuur, met priesters die onder het gezag van de bisschop de plaatselijke parochie bedienen. In feite hanteert ook de Rooms-Katholieke Kerk een drievoudige structuur, waarbij priester en diaken direct onder de bisschop vallen en de diaken (anders dan in de gereformeerde traditie) voornamelijk een liturgische functie heeft.
DIAKENEN
Is de gereformeerde ambtelijke structuur de meest Schriftuurlijke? De Kerkhervorming besloeg veel terreinen van het kerkelijke leven: niet alleen de eredienst en het belijden, maar ook de kerkorde en de ambten.
Het ambt van diaken staat meestal het minst ter discussie. In Handelingen 6 krijgen de diakenen de zorg voor de weduwen (in die tijd een groep behoeftigen) toebedeeld. En de apostelen zeggen dan: ‘Wij zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord.’ (Hand.6:4)
Er is dus sprake van een duidelijke taakverdeling, waarbij de diakenen aandacht hebben voor de behoeftigen. Maar of de diakenen zich strikt beperkten tot de zorg aan behoeftigen, is de vraag. Immers, Stefanus, één van de diakenen, is een belangrijke geloofsgetuige en van Filippus wordt expliciet verteld dat hij Christus verkondigt. Ook in de brieven van Paulus vinden we aanwijzingen voor de diaconale dienst.
DRIEDELING
Dat de predikant een centrale rol krijgt, zowel bij de lutheranen als bij de gereformeerden, is niet zo verwonderlijk. Het gaat immers om de centrale rol van de prediking van het Evangelie. Het echt nieuwe van de gereformeerde Reformatie is de opkomst van de ouderling.
Omdat de bisschop als centrum van de kerkelijke hiërarchie terzijde is geschoven, ontstaat er een vacuüm op het gebied van het opzicht. Welnu, die leegte vult de gereformeerde Reformatie op met de ouderling. De ouderling wordt belast met het opzicht over de kudde. Dat past goed in de opvatting van Calvijn met zijn nadruk op de levensheiliging. Opzicht en pastoraat zijn taken van de ouderling. Zo gaat tegelijkertijd de regeermacht van de eenhoofdige leiding (bisschop) over naar de ambtelijke vergadering (consistorie).
Dus ook de gereformeerde Reformatie kent een driedeling: de predikant is primair de dienaar des Woords (de herder en leraar), de ouderling heeft het opzicht over de gemeente en heeft de pastorale zorg voor de kudde, en de diaken is werkzaam in de hulpverlening.
DE OUDERLING
De Reformatie was een diepingrijpende kerkelijke hervorming in de nood van de tijd. De hervormers stonden voor de grote opgave om het kerkelijke leven praktisch vorm te geven en ze hebben dat gedaan in een intense omgang met de Heilige Schrift. De ordening van het kerkelijke leven wilden ze niet overlaten aan menselijke willekeur, noch aan geestdrijverij. Maar hoe moest dat vorm krijgen?
De bisschop was besmet, de diaken stond buiten kijf. Voor het opzicht bood de ouderling, de presbyter uit het Nieuwe Testament, uitkomst.
In het Nieuwe Testament heeft de oudste in toenemende mate een leidinggevende rol gekregen in de plaatselijke gemeenten. Joodse achtergronden hebben daarbij wellicht een rol gespeeld. Het lijkt erop dat er twee soorten oudsten (ouderlingen) waren. Die indruk krijgen we althans uit 1 Timotheüs 5:17. ‘Laat ouderlingen die goed leiding geven, dubbele eer waard geacht worden, vooral diegenen die arbeiden in het Woord en in de leer.’
Dit bracht Calvijn ertoe om de predikant en de ouderling allebei af te leiden van de oudste: de predikant arbeidt voornamelijk in het Woord en in de leer, en de ouderling heeft het pastorale opzicht over de kudde. Deze opvatting is vervolgens terechtgekomen in het klassieke formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen.
Is dit een klip en klaar Schriftbewijs voor de gereformeerde ambtsleer? Nee, maar het is wel duidelijk dat in de gegeven omstandigheden de Schrift deze keuze rechtvaardigde.
DE PRAKTIJK
Uiteraard kunnen we vragen stellen bij het functioneren van de kerkelijke ambten. Ambtsdragers zijn ook maar mensen, met hun kwaliteiten en hun beperkingen. Dat beseft de gemeente maar al te goed. Ouderlingen blinken niet altijd uit in wijsheid als ze met ingewikkelde pastorale problemen in aanraking komen. Diakenen kunnen de plank wel eens misslaan als ze iemand weer op de rails willen zetten.
Predikanten zijn lang niet altijd boeiende sprekers. Sommigen bouwen een goede band op in het pastoraat, anderen weten het jeugd- en jongerenwerk te stimuleren. Maar uitblinken op alle terreinen? Nee, echt niet. En dat hoeft gelukkig ook niet.
Meestal zijn we als ambtsdrager iemand van gemiddelde kwaliteit. Laten we vooral beseffen dat het ambt ons niet onschendbaar maakt. Ambtsdragers maken fouten en het siert ons wanneer we dat onder ogen kunnen zien en erkennen. Helaas zijn er ook situaties waarin het zo misgaat dat iemand het ambt moet neerleggen. Meestal zijn de gevolgen dan desastreus.
VERANTWOORDELIJKHEID
Het is dan ook goed voorstelbaar dat gemeenteleden met de nodige schroom een ambt aanvaarden of er zelfs voor terugdeinzen. Het ambt brengt immers een verzwaarde verantwoordelijkheid met zich mee.
In een gesprek of in een vergadering zit je niet als privépersoon, maar vanuit je ambtelijke verantwoordelijkheid. Uiteraard moet je ook als privépersoon integer zijn, maar als ambtsdrager tikt het toch net iets zwaarder aan. Het ambt vraagt een hogere mate van integriteit. Dat betreft zowel de sociale interactie als het geloof.
BESCHERMING
Aan de andere kant biedt het ambt bescherming, omdat je niet alles met je persoon waar hoeft te maken. Je gaat op pad met een specifieke taak en verantwoordelijkheid, met het instituut kerk in de rug.
De ouderling gaat het gesprek aan over het geloof, over de doorwerking van het Evangelie in het leven van alle dag. Dat geeft richting aan het gesprek en menig ouderling heeft ervaren dat juist de kerkelijke opdracht ruimte schept. De diaken doet mee in een project vanwege de barmhartigheid en de gerechtigheid die Jezus Christus ons heeft geopenbaard.
ZICHTBAAR
Het lijkt me van belang dat we de drie ambten zichtbaar houden in de zondagse kerkdienst. Hoewel de predikant een belangrijke rol speelt in de eredienst, is het beslist geen oneman- show. De drie ambten zijn vertegenwoordigd en hebben ook alle drie een taak.
Allereerst is daar de bijeenkomst in de consistorie. De dienstdoende ouderling gaat voor in gebed en draagt bij de aanvang van de dienst de leiding van de dienst met een handdruk over aan de predikant.
Meestal worden voor de aanvang van de dienst in de consistorie de voorbeden doorgenomen. Niet alleen pastorale zaken komen daarbij aan de orde, maar ook de diaken heeft zijn inbreng bij de voorbeden (voor de nood van de wereld).
Tijdens de collecte maken zowel de ouderlingen-kerkrentmeester als de diakenen een zichtbare rondgang door de kerk. Als het goed is, staan de voorbeden en het inzamelen van de gaven in de liturgie dicht bij elkaar en wordt er ook een verband gelegd.
AVONDMAALSVIERING
Ook bij de avondmaalsviering hebben de drie ambten elk hun eigen taak. De collecte op de avondmaalstafel is per definitie een diaconale collecte. In de Vroege Kerk werden de gaven in natura aangedragen en op de tafel gelegd, en na afloop werden ze uitgedeeld aan de behoeftigen. Daarom is het niet vreemd dat de diakenen de predikant bijstaan bij het gereedmaken van de tafel (brood en wijn klaarzetten). En bij de nodiging kunnen de ouderlingen een rol spelen en de rijen langsgaan om alles ordelijk te laten verlopen om op die manier het opzicht uit te beelden.
RIJKE AMBTSTRADITIE
In de drieslag predikant, ouderling en diaken hebben we een rijke ambtstraditie. In de gereformeerde traditie zijn we ons ervan bewust dat de Heilige Geest werkt door de dienst van mensen. Maar al te vaak ervaren we dat het kwetsbaar mensenwerk is. Toch geloven we dat God het rijk wil zegenen.
Dr. F.G. Immink uit Driebergen is hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's