Met eer gekroond
Indringend appèl om Jezus niet uit het oog te verliezen
Aan ons natuurlijk oog is Jezus sinds Zijn hemelvaart onttrokken. Maar in het geloof zien wij Jezus, gekroond met eer. Door het geloof blijft Hij in beeld: wij zien Hem. En hoe: gekroond met eer.
De woorden ‘Wij zien Jezus, gekroond met eer’ geven treffend weer hoe de gelovige Jezus sinds de dag van Zijn hemelvaart ziet. Ze komen uit Hebreeën 2:9. Volledig luidt deze tekst: ‘Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven.’
SPECIFIEKE PERIODE
Aan het begin van de tekst wordt nadrukkelijk het woordje ‘maar’ vermeld. En na de constatering dat ‘wij Jezus zien, gekroond met (heerlijkheid en) eer, volgt geen punt maar een komma. Dat woordje ‘maar’ aan het begin en die toevoeging aan het eind zijn veelzeggend. Het ‘Jezus zien, gekroond met eer’ duidt op een bepaalde specifieke periode in de heilshistorie van God.
We zien Hem nu gekroond met eer, aldus het slot van het vers, nadat Hij zich eerst voor ons vernederd heeft, zelfs tot in de dood. Die eer waarmee Jezus gekroond is, is een vorm van erkenning. Hij heeft de verzoening tot stand gebracht, de overwinning op de zonde en de dood behaald. Hij is gekroond. De fase van de vernedering is definitief voorbij. Toch is deze fase ‘tijdelijk’. Het ‘Jezus zien, gekroond met eer’ is nog niet het laatste.
AAN DE RECHTERHAND
Zeker, Hij heeft Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen (Hebr.1:3b). Met allerlei citaten uit het Oude Testament wordt de superieure positie van Jezus Christus onderbouwd. In hoofdstuk 1 worden onder andere Psalm 2 en Psalm 110 geciteerd. Tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten’ (Hebr.1:13)? Tegen wie? Tegen geen enkele engel. Zit aan Mijn rechterhand. Het is de Vader Die het tegen de Zoon zegt.
Inderdaad, wij zien Jezus, gekroond met eer. Zo mogen wij sinds de dag van de hemelvaart ons geloof belijden: Jezus regeert. Maar – met dat woordje begint Hebreeën 2:9 – en wellicht komt dat woordje ‘maar’ op dit moment ook bij ons boven. Zeker, Hij heeft Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. Maar als we om ons heen kijken, zien we de brede stroom van vluchtelingen, de rampen die gebeuren, de gelovigen die wereldwijd vervolgd worden.
PSALM 8
Aan het begin van hoofdstuk 2 brengt de schrijver Psalm 8 ter sprake. Het is de psalm die de hoge roeping van de mens vertolkt: hij is geroepen om de aarde te onderwerpen, om namens God te heersen. Lukt de mens dat? Niet bepaald. Het is in deze wereld een en al chaos en ontwrichting. De mens is daar de oorzaak van. Kijk maar om je heen, maar kijk vooral ook in je eigen hart. Op de dag van de hemelvaart heeft Christus Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. Trekt Christus Zich niets (meer) aan van al de ellende op deze aarde?
In hoofdstuk 1 staat nadrukkelijk vermeld (v.4a) dat Hij boven de engelen staat. Maar in hoofdstuk 2 lees ik dat Hij Zich een korte tijd onder de engelen heeft gesteld. Ik als mens met heerlijkheid en glorie gekroond? Vergeet het. Heerst er door mij gerechtigheid op deze aarde? Het tegendeel is het geval. En nu, zo lees ik aan het begin van Hebreeën 2, heeft Christus Zich tijdelijk vernederd om mij te verlossen. Hij laat Zich vernederen. Hij neemt mijn schuld op Zich, neemt zelfs mijn dood op Zich. Hij sterft in mijn plaats en proeft voor mij de dood (Hebr.2: 9b).
Ben ik de mens van Psalm 8, die alles onder controle heeft, die met eer en heerlijkheid is gekroond? Nog niet. Maar Hij is het wel. Hij heeft voor een korte tijd het lijden ondergaan, mijn schuld gedragen. Maar Hij is opgestaan. Hij is opgevaren. Hij is met heerlijkheid en eer gekroond.
NOG NIET AF
We zien nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn. Nog niet. Er is nog veel wat niet af is in deze wereld en in ons eigen hart. Dat vecht ons aan. Is het offer van Christus tevergeefs? Is Zijn lijden en sterven voor niets geweest? Zijn de machten in deze wereld sterker dan Christus? Wacht, zegt de schrijver, wij zien nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn. Maar ondertussen zien wij wel Jezus, gekroond met eer en heerlijkheid.
Hij heeft de eer al. Ik nog niet. Door Hem zal ik die eer ontvangen. Zeker weten. Achter de schermen is Hij bezig. Hij zit immers aan de rechterhand van de Vader ‘totdat Hij al Zijn vijanden neergelegd zal hebben als een voetbank voor Zijn voeten’.
TIJDELIJK
Dit ‘zien van Jezus’ is tijdelijk. Is het zoiets als nog een laatste glimp? Is het wat we in onze cultuur waarnemen, dat de herinnering aan Jezus steeds verder wordt uitgewist? Kortom, nog even en niemand ziet Hem meer? Is het zoiets?
Deze brief is geschreven aan Joden-christenen die hun toewijding aan Christus dreigen kwijt te raken. Hij raakt uit beeld. En dat is te merken. Ze raken uit de koers (Hebr.2:1). Ze gaan hun eigen gang. Ze geloven wel, maar niet specifiek in Jezus.
Dit spanningsveld is ook voor ons herkenbaar. Velen vandaag de dag vinden ‘geloven in Jezus’ te exclusief. Exclusief denken is verdacht. En in het religieuze landschap is Jezus een van de figuranten. Deze brief aan de Hebreeën is een indringend appèl om Jezus niet uit het oog te verliezen, om Hem centraal te blijven stellen. Door Hem heeft God in deze laatste tijden gesproken (Hebr.1:1). Het laatste en het diepste wat God te zeggen heeft, heeft Hij uitgesproken in Zijn Zoon. Hij weerspiegelt Gods heerlijkheid. Hij is God.
EXTRA DIMENSIE
In het geloof zien wij Jezus nú met eer gekroond. Waar is Christus nu? In de heerlijkheid van God. Is dit aanwijsbaar? In Genesis 1 wordt gesproken over de hemel en de aarde. Laten we het de kosmische hemel noemen. Maar daarnaast kom je in de Bijbel ook de theologische hemel tegen. Die is vanuit onszelf niet te vinden, qua plek door ons niet te lokaliseren.
Is dit een verzinsel? Is dit ‘zien’ van Jezus terecht tussen aanhalingstekens geplaatst, omdat het gewoon een verzonnen idee is?
Wij zijn begrensd. Wij denken driedimensionaal. Maar wie zegt dat er maar drie dimensies zijn? Zijn er vier, vijf, zes? Door de Heilige Geest komt er een dimensie bij in mijn leven. Ik ga Jezus zien, met eer gekroond. Zo houden onze broeders en zusters die verdrukt worden het vol: ze zien Jezus. Gekroond. Zeker, voor het oog is er nog veel tegenstand, maar ondertussen…
WERKELIJKHEID
Nu moeten wij het nog doen met het zien van de met eer gekroonde Jezus. Straks komt Hij terug, met eer en heerlijkheid. Dan zal blijken, voor ieders oog, dat het geloof in deze Jezus maar geen illusie was, geen fata morgana, maar werkelijkheid.
Dan zal zelfs de laatste vijand aan Hem onderworpen worden: de dood. Nu is Christus al gekroond met eer en heerlijkheid. En straks ik ook, door Hem.
Ds. C. van Duijn is predikant van de hervormde gemeente te Delft en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's