De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat maakt een held?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat maakt een held?

7 minuten leestijd

Het tijdschrift van het wetenschappelijk instituut van het CDA, Christen-democratische verkenningen (uitg. Boom), bracht een rijk nummer uit over het thema angst. Daarin biedt onder andere psychiater prof. Gerrit Glas een ‘kleine geschiedenis van de angst’ en gaat dr. H. Klink, predikant te Hoornaar, diepgravend in op de angst bij Kierkegaard. In deze rubriek wil ik echter aandacht vragen voor het opstel van dr. Theo de Wit, die politieke filosofie doceert in Utrecht. Hij schrijft over de noodzaak van een nieuw soort burgermoed ter verdediging van de democratische rechtsstaat en de open samenleving in onze dagen. De Wit begint met woorden van Levinas.

CDV
‘De menselijke vrijheid is wezenlijk niet-heldhaftig’, zo constateert de filosoof Emmanuel Levinas in een van zijn teksten. Levinas spreekt hier niet alleen als vakfilosoof: als jood verloor hij in de Tweede Wereldoorlog zijn beide ouders, zijn twee broers en zijn schoonouders, en zelf zat hij vier jaar lang in krijgsgevangenschap, terwijl zijn vrouw de oorlog overleefde door onder te duiken. Zijn werk, dat pas vanaf de jaren zestig in bredere kring werd opgemerkt, is tegen de achtergrond van de ineenstorting van moraal en beschaving in Europa te lezen. Zijn oeuvre kan worden gelezen als een meditatie op de Bijbelpassage waar het verbod om het bloed te vergieten van je medemens wordt afgeleid uit het gegeven dat ‘God de mens als zijn evenbeeld heeft gemaakt’ (Genesis 9,6), maar óók als een uit ontsteltenis voortgekomen reactie op de wereld van de jaren dertig, waarin de angst voor de moorddadige ander alomtegenwoordig was geworden.

Men kan het verzet van de menselijke vrijheid en van het vrije oordeel volgens Levinas namelijk breken door de tirannie, die vele middelen tot haar beschikking heeft: intimidatie, geld en liefde, zwijgen of juist welsprekendheid, foltering en honger. Het is zelfs mogelijk gebleken om ‘slavenzielen’ te maken: dan wordt de tirannie niet eens meer als zodanig ervaren, omdat dan ‘liefde tot de meester de ziel zozeer vervult dat deze geen afstand meer neemt’. Zo leert onze geschiedenis. En Levinas voegt er pessimistisch aan toe dat de mogelijkheid van de slavenziel, die bij uitstek in het twintigsteeeuwse totalitarisme werkelijkheid is geworden, ‘misschien wel de weerlegging van de menselijke vrijheid’ genoemd moet worden. (…)’


Ter illustratie van de niet-heldhaftigheid van de mens voert dr. De Wit de held op sokken ten tonele: Een held op sokken ben ik wanneer ik mijn gebrek aan heldhaftigheid tracht te verbloemen. Dat kan ik doen door achteraf de rechte rug of het moedige verzet te claimen die feitelijk ontbraken, of door mee te liften op de ervaringen en de moed van anderen. (…) De Wit noemt dat ‘heldendom achteraf ’ en ‘geleend heldendom’. Helden achteraf waren er vele, onder andere na de Tweede Wereldoorlog.

In zijn roman over de eerste maanden na de Duitse nederlaag in 1945 geeft de Duitse schrijver Hans Fallada daarvan vele voorbeelden. Nadat de hoofdpersoon in zijn roman – die de veelzeggende titel Een waanzinnig begin draagt – door een reeks toevalligheden burgemeester is geworden van een net door de Russen bevrijd Duits stadje en belast is met de denazificatie, ontdekt hij dat bijna alle leden van Hitlers NSDAP plotseling halve verzetsstrijders bleken te zijn geweest. ‘Ze verklaarden allemaal heilig verontwaardigd of met tranen in de ogen dat ze alleen onder dwang of hoogstens om economische redenen tot de partij waren toegetreden. Ze waren allemaal bereid dat schriftelijk te verklaren, het liefst hadden ze alles meteen met een heilige eed voor de wereld en voor God bezworen. Onder al die twee- of driehonderd nationaalsocialisten was er niet één uit ‘innerlijke overtuiging’ tot de partij toegetreden.’ ‘Onderteken die schriftelijke verklaring nou maar’, zei de nieuwe burgemeester dan vaak korzelig en ongeduldig, ‘wij in dit kantoor weten allang dat er op de hele wereld maar drie nationaalsocialisten hebben bestaan: Hitler, Göring en Goebbels – Klaar, de volgende!’ Deze burgervader kende zijn pappenheimers. In Duitsland gebruiken ze voor mensen die zich hiervan bedienen de term Wendehälse; draaikonten, zouden wij in Nederland zeggen: zij die nauwgezet meewaaien met de nieuwste politieke wind. Ook na de ontmanteling van de latere DDR is dit een veelvoorkomend verschijnsel geweest: Stasi-informanten claimden plotseling verzet tegen de alomtegenwoordige overheid. Een ander voorbeeld is de houding van vele blanke Afrikaners net na het Apartheidsregime. (…)

IN DE WAAGSCHAAL
Iemand die zeker niet tot de categorie ‘helden achteraf ’ gerekend kunnen worden, is dr. Jan Koopmans, die op 24 maart 1945 om het leven kwam. Ds. C.C. (Niels) den Hertog, christelijk gereformeerd predikant te Surhuisterveen, bereidt een proefschrift voor over ds. Koopmans. In in de Waagschaal gaat hij in op Koopmans’ heldenstatus aan de hand van een liedje van cabaretier Freek de Jonge: ‘wat maakt een mens een held?’ Aan het sterven van ds. Koopmans was niets heldhaftigs. Deze begaafde theoloog kwam op 39-jarige leeftijd ‘zomaar’ door een verdwaalde kogel aan zijn eind.

Maar ook zijn leven was niet het leven van een klassieke held. Niemand zal op het idee komen zijn leven te verfilmen, want zijn verzet werd niet zichtbaar in grootse daden. Het was geestelijk verzet. Verzet vanaf de preekstoel en via het geschreven woord. Al voor de bezetting van Nederland had hij herhaaldelijk gewaarschuwd tegen het Nationaalsocialisme en vergeefs getracht de kerk tot een belijdenis te brengen. Tijdens de bezetting schreef hij illegale brochures (behalve Bijna te laat! ook Wat wij wel en wat wij niet geloven en Geloof en leven) waarmee hij lezers bewust wilde maken van de vragen die speelden. Met de werkgroep Kerk en overheid van de Hervormde synode bereidde hij het eerste Herderlijk schrijven van september 1941 voor en verschillende stukken die namens de synode aan de bezetter verzonden zijn, waren door hem geconcipieerd. Hij was erbij toen de groep rond Vrij Nederland vaststelde dat een rechtstreeks contact met de regering in Londen nodig was en toen Hebe Kohlbrugge de eerste reis in dit verband maakte, had zij een brief van Koopmans aan Barth bij zich, alsmede enkele vragen namens de Nederlandse christenheid waar hij ook nauw bij betrokken was geweest.

Ds. Den Hertog vervolgt:
Het indrukwekkendste stuk vind ik het afgemeten request naar aanleiding van de sterilisatie van gemengd-gehuwde Joden. Het was 1943 en Nederland was in de ogen van de bezetter zo goed als ‘Judenrein’. De gedane toezegging dat gemengd-gehuwde Joden niet gedeporteerd zouden worden werd nu een hindernis bij het bereiken van het doel en daarom besloten de Duitsers deze groep voor de keus te stellen: sterilisatie en dan in Nederland blijven (zelfs ontslagen van de plicht een ster te dragen) of onmiddellijke wegvoering naar het oosten. Toen Koopmans er van hoorde – hij had als scriba van de Amsterdamse kerkenraad vanaf de zomer van 1942 enorm veel gedaan voor de zaak van de (gedoopte) Joden en berichten aangaande Joodse zaken bereikten hem in de regel daarom snel – wierp hij een ongemeen fel stuk op papier dat namens de verschillende kerken die participeerden in Kerkelijk Overleg rechtstreeks aan Seyss-Inquart werd gestuurd. Het is een gedesillusioneerd stuk met de volgende strekking: Na drie jaren bezetting weten we wel wat we van U kunnen verwachten, maar in de kerk geloven we in een God die mensen kan bekeren en die dus ook U kan veranderen. Daar bidden we om.

Wat maakte ds. Koopmans nu tot de principiële tegenstander van het nazisme? Ds. Den Hertog schrijft:
Voor een deel zal het met karakter en inzicht te maken hebben. Maar dat is het belangrijkste niet. Onder zijn handelen lag een stevige theologie, die uiteen wist te houden, wat mensen zo graag ineen denken. Hij had geleerd van Luther, Calvijn, Barth en Noordmans. (…) In het bovengenoemde request aan Seyss-Inquart argumenteerde hij niet vanuit algemeen toegankelijke kennis en deed niet een beroep op common sense, maar redeneerde strikt vanuit de Schriften. Hij dacht vanuit het rijk van Jezus Christus dat komt en vanuit de kritiek die van daaruit over onze rijken en idealen gaat. Een stoere theologie.


Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wat maakt een held?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's