De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een woud van vragen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een woud van vragen

10 minuten leestijd

Rondom miskraam en vroeggeboorte dringen de vragen zich op in veelvoud. Waarom kan dit gebeuren? Waarom wij? Maar ook vragen van geheel andere orde, zoals: Heeft een beginnend leven ook al een ziel?

Vroeg of laat dringt zich de vraag naar het ‘waarom’ aan rouwenden op. In het kielzog daarvan komen allerlei afgeleide vragen mee. ‘Waarom ging het mis?’ ‘Wanneer precies?’ ‘Wat deed ik verkeerd?’ Of: ‘Maakten anderen fouten?’ Lang niet altijd is de doodsoorzaak vast te stellen.

VERWIJTBARE FOUTEN
Aan informatiehonger is op zichzelf niets verkeerd. Het is menselijk. Begrijpelijk. Er kunnen vermijdbare en dus verwijtbare fouten aan het licht komen. Zijn ze veroorzaakt door anderen? Wat doe je er dan vervolgens mee? Een klacht indienen tegen degene(n) die een steek liet(en) vallen? Maar wat wil je daarmee bereiken? Is het niet zinvoller te kiezen voor een gesprek met degene(n) die jij primair verantwoordelijk houdt voor het verdriet dat jouw leven binnenstroomde? Verwijtbaar gedrag maakt rouwen ondertussen wel extra zwaar en emotioneel.

ZONDEN
Niet zelden maken mensen zichzelf verwijten. ‘Had ik maar zus of zo gedaan...’ Vaak gaat het om niet-reële en zelfs irrationele gedachten. Ontzenuw ze. Hoe? Door ze kritisch onder handen te nemen.
Is er een verband tussen verdriet en zonde? In zijn algemeenheid wel. We leven in een gebroken werkelijkheid. Door roekeloos gedrag kunnen we onszelf en het ongeboren leven in gevaar brengen. Het is alom bekend dat alcoholconsumptie en roken een negatieve uitwerking hebben op de ontwikkeling van het kindje in de baarmoeder. Lastiger wordt het als het gaat om moraliteit. Om zonden die gedaan zijn of gekoesterd worden. Een lezer stuitte op Exodus 23:26 en Deuteronomium 7:14. Daar wordt een relatie gelegd tussen het dienen van de HEERE en het uitblijven van misgeboorten. Kan een miskraam, een vroeggeboorte, een oordeel van God zijn, zoals we ons ook aan het avondmaal ‘een’ oordeel kunnen eten en drinken?

LOUTERING EN STRAF
Eerst de genoemde teksten maar. Lezen we die in hun verband, dan belooft de HEERE Israël, dat op weg is naar het beloofde land, rijke zegen wanneer het Hem gehoorzaam blijft. Zelfs misgeboorten en onvruchtbaarheid zullen afwezig zijn. Gaat het hier om een blijvende of om een tijdelijke toezegging?
Mijns inziens om het laatste in bijzondere omstandigheden. De Bijbel maakt meer dan eens duidelijk dat de HEERE ook lijden en ziekte kan gebruiken om tot geloof en versterking daarvan te brengen. Tegenslag kan bedoeld zijn om ons te louteren en ons des te meer op de HEERE te werpen.
De tweede bijbelplaats (Deut.7:14) heeft wel een duidelijk oordeelskarakter. Michal ergert zich aan het in haar ogen bespottelijke gedrag van David bij de intocht van de ark in Jeruzalem. Ze laat dat overduidelijk merken. Daarop wordt zij zelf vernederd. De rest van haar leven zal ze kinderloos blijven (2 Sam.6:23). Het verband tussen schuld en straf is evident. Het huis van Saul is vanwege Michals wangedrag zonder toekomst.
Leerzaam zijn in dit opzicht de geschiedenis van de blindgeborene (Joh.9:2,3) en die van de doodzieke Lazarus (Joh.11:4). Beide keren wijst de Heere Jezus het verband tussen handicap of ziekte en zonde van de hand. Iemand schreef: ‘Wij hebben onze verlegenheid in het gebed bij de Heere neergelegd. Wij vroegen Hem ons duidelijk te willen maken of Hij ons iets speciaals wilde leren (...). Dat was eigenlijk hetgeen ons bij deze miskramen bezighield.’

BEZIELD
Heeft een ongeboren kind ook een ziel? Zo ja, wanneer is die dan in het embryo? Deze vraag werd enkele keren direct of indirect aan de orde gesteld.
De predikant die in het kader wordt aangehaald – een man van onverdacht orthodoxe ligging – huldigt een standpunt dat in zijn dagen vrij algemeen gedeeld lijkt te worden. Als Rik Valkenburg een kleine kwarteeuw geleden ds. P. Honkoop jr., docent ethiek en dogmatiek aan de theologische school van de Gereformeerde Gemeenten in Rotterdam, vraagt of een foetus bezield is, lijkt die vraag hem even in verlegenheid te brengen. Er zijn verschillende opvattingen, aldus ds. Honkoop. ‘Een nogal sterk verbreid gevoelen is dat de ziel een maand of vier, vijf na de conceptie wordt ingeplant. (...) In onze kringen bestaat echter ook de opvatting dat de ziel pas wordt meegedeeld bij de geboorte. (...) Maar er zijn ook verklaarders die (...) ervan uitgaan dat de ziel er al is – of ontstaat – bij de samensmelting van de zaadcel en de eicel. Ik denk dat ik daar meer voor voel.’ (Het leven in eigen hand?, p.129)

PSYCHISCH ZWAAR
Een lezer schreef mij het volgende: ‘Wij zijn in onze gezindte wel tegen abortus, maar als het om een miskraam gaat, weten we opeens niet meer of zo’n kindje wel een ziel heeft.’ De bedroefde ouders hoorden dat het beter was zich niet te veel in deze kwestie te ‘verdiepen, omdat het een verborgenheid is’. Zij moesten er maar ‘niet te veel over nadenken, want dat maakt het psychisch zo zwaar.
En zie, dát maakte ons eenzaam, verward en onzeker en we konden onze troost ook niet meer vinden in de Dordtse Leerregels’.
Nog een reactie geef ik door: ‘Toen wij een voldragen levenloos geboren kind kregen, waren de reacties heel anders. Toen kwamen er hogere dingen. Waar is het kind nu? Iedereen om ons heen besefte: hier is een mens van ons heengegaan.
Maar zodra wij een miskraam kregen (óók kindjes met een compleet lichaampje, maar dan klein), was er vrijwel niets van dat alles.
Er waren zelfs mensen die hardop ontkenden dat zo’n kindje een ziel had. Want dan zou zo’n kindje ook deel hebben aan de opstanding en dat was onmogelijk.’

BESCHERMWAARDIG
Terug naar de vraag of een ongeboren kind een ziel heeft. De bekende theoloog Wilhelmus à Brakel schrijft in De Redelijke Godsdienst: ‘Met dat God hem de adem des levens inblies, gaf hij hem ook de ziel. De adem was van het eerste oogenblik af een teeken en bewijs van de aanwezigheid der ziel. (...) Ziel veronderstelt een lichaam. Nergens spreekt de Schrift van zielen der engelen, want dezen zijn geesten, zonder lichaam. (…) Zoo ook waar in het lichaam de ziel haar eigenlijke zetel hebbe, is voor ons verborgen. Vruchteloos heeft men het plaatsje gezocht, waar de ziel zou zitten…’ (deel I, hoofdstuk X,9) ‘Door zijn geest is ieder mens één van Gods geslacht’, aldus Paulus in Handelingen 17:28.
Volgens de vroege kerkvader Origenes zijn alle zielen tevoren tegelijk geschapen en worden ze later met het lichaam verbonden. In Moreel beraad schrijft dr. J. Douma dat de kerk zich eeuwenlang met vragen omtrent deze kwestie heeft beziggehouden. ‘In aansluiting bij de heidense filosoof Aristoteles beweerden veel theologen dat een jongen pas na de veertigste een meisje pas na de negentigste dag en ziel ontving. De mannelijk vrucht zou dan pas na de veertigste dag be-zield of gevormd zijn, bij de vrouwelijke vrucht zou dit tijdstip nog later liggen.’
Is de vrucht zonder ziel dan wel een mens? Voor ds. Honkoop ligt het criterium voor de beschermwaardigheid van embryo en foetus overigens niet bij de aan- of afwezigheid van de ziel, maar bij wat gebeurt bij de conceptie. Dan ontstaat een menselijk individu dat onze bescherming verdient.
Ná de Middeleeuwen werd de (over)heersende mening dat de foetus van meet af aan be-zield was. Dat werd in ieder geval het standpunt van gereformeerde, Grieksen Romeins-katholieke theologen.

PSALM 139
Is de teneur van Psalm 139 niet dat ziel en lichaam een onlosmakelijk verband vormen en als schepping van God niet gescheiden kunnen worden? Niet dat daarmee alle onze vragen zijn opgelost. Van de honderd bevruchtingen zetten er maar zo’n veertig door in een (voor de moeder herkenbare) zwangerschap. Heel vaak gaat het direct na de bevruchting al mis, of tijdens de innesteling. Als vrouw merk je daar verder niets van.
Ook komt het voor dat het vruchtje reeds in een heel vroeg stadium is afgestorven, terwijl het vruchtzakje nog een aantal weken doorgaat. Er kan dan na bijvoorbeeld zes, zeven of acht weken een miskraam ontstaan waarbij geen vruchtje meer gevonden wordt. Was er in dit stadium ook al sprake van bezieling? In Jeremia 1:5 zegt de HEERE van de profeet: ‘Voordat Ik u in de moederschoot vormde, heb Ik u gekend, en voordat u uit de baarmoeder tevoorschijn kwam, heb Ik u geheiligd.’ Een moeder schreef mij: ‘De omschrijving ‘uit de baarmoeder naar buiten komen’, vond ik heel typerend. Er was bij ons geen geboorte, maar er komt wel een kind-in-wording naar buiten, uit de baarmoeder. En daarvoor door God geheiligd.’

MOEDERSCHOOT VAN MARIA
Het kind in antwoord 36 van de Heidelberger spreekt ook over de eigen ontvangenis. Die is in zonden. Precies de reden waarom de Heere Jezus ook op dat punt begon met Zijn schuld- en zondenverzoenend werk. Hij begon in de moederschoot van Maria.
Op die geweldige troost wijst ons ook de Utrechtse theoloog dr. A.A. van Ruler in zijn bundel Dichter bij Markus. Jezus ‘heeft het menszijn volledig aangenomen. Naar lichaam en ziel. In de volle tijdelijkheid. Met een begin en een einde. Hij is geboren en hij is gestorven. Hij was in de moederschoot van Maria. Hij was ook in de schoot van de aarde. Hij was mens van foetus tot lijk.’ Ook dit is een stukje van het Evangelie.


HANDVATTEN
• Wat doe je met verwijtbare fouten van anderen?
• Het kan helpen wegwijzers te vinden in de Bijbel.
• Willen we alles begrijpen of verlangen we vooral te vertrouwen op de Heere? Het laatste heeft een positieve uitwerking op ons psychisch welbevinden.
• Blijvende boosheid leidt tot verbittering.
• Zelfbeklag maakt eenzaam.
• Leestip: Anja den Otter, Gedragen voor Hem. Een persoonlijk verhaal over de levenloze geboorte van onze tweeling; uitg. De Banier, Apeldoorn; 188 blz.; € 16,95.


ZONDER NAAM
‘In 1964 verwachtten we ons tweede kindje. Na een voldragen zwangerschap werd ons meisje levenloos geboren, op 8 november. In die tijd was het niet de gewoonte om een naam te geven. Het bleef een naamloos kindje. Ons tweede kindje noemden we het. In onze kerkelijke gemeente werden in één jaar tijd vier kinderen levenloos geboren.
Had zo’n kindje een ziel? Toen onze dominee op bezoek kwam zei hij: ‘Maak je daar geen zorgen over, want ik geloof niet dat het een ziel had.’ Wij waren toen nog jong, maar zelf geloofde ik dat ons kindje bij de HEERE was en Hem groot mocht maken. Alles wat geschreven werd over dat onderwerp, las ik intensief.
Het is jaren later. Bij onze oudste zoon werd een kindje verwacht dat levenloos geboren werd na een voldragen zwangerschap. Het was ook een meisje en het verdriet en de smart kwam in alle hevigheid weer boven. Zij kreeg een naam en werd thuis opgebaard. We hoorden inmiddels bij een hervormde gemeente. De pastorale begeleiding was zeer liefdevol. Dat hebben wij in 1964 erg gemist.
Het wordt door buitenstaanders weinig begrepen, en dat kan ook niet. Maar u begrijpt nu wel dat iemand van 77 jaar het niet vergeten kan, als het goed is. Het heeft ons leven gestempeld. We hadden die periode niet willen missen, omdat het aan God heeft verbonden.’


Ds. J. Belder uit Dordrecht is emeritus predikant (jbelder@kliksafe.nl).


De auteur dankt zijn meelezers voor raad, advies en meedenken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een woud van vragen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's