Roeping naar de pastorie
Ds. F. Hoek nam dertig jaar geleden voor het eerst zijn intrek in de pastorie, terwijl zijn collega K.M. Teeuw pas anderhalf jaar geleden het predikantschap op zich nam. In beider leven hebben de plaatsen Alblasserdam en Aalst betekenis. Een briefwisseling van hun hand over het ambt van predikant, toen en nu.
Beste Frans,
Het is me een vreugde om in een viertal brieven met je van gedachten te wisselen over het predikantschap in onze tijd. Dat wij door de redactie van De Waarheidsvriend aan elkaar zijn ‘gekoppeld’, is niet geheel toevallig. Van 2009 tot 2013 mocht ik pastoraal medewerker zijn in de Grote Kerk van Alblasserdam. Jij was (en bent) daar wijkpredikant. Intensief trokken we in die jaren met elkaar op. Ik leerde veel van je als het gaat om het geestelijk leiding geven aan Christus’ gemeente. Er is een vriendschapsband uit voortgekomen.
Ondertussen is er nog een overeenkomst in onze levens. Beiden zijn we betrokken op het dorpje Aalst in de Bommelerwaard. Zo’n dertig jaar geleden ben jij er als predikant begonnen. Inmiddels mag ik er bijna twee jaar als dominee actief zijn. Graag ga ik daarom het gesprek met je aan over je visie op en ontwikkelingen in het ambt, toen en nu. Deze eerste brief benut ik om je iets te vertellen over mijn motivatie om predikant te zijn.
We waren amper gesetteld in de pastorie van Aalst, of de telefoon ging over. Aan de lijn was een verslaggeefster van het regionale nieuwsblad De Toren. ‘Mag ik telefonisch een interview met u afnemen?’, vroeg ze. Uiteraard was dat prima. Ze stelde een aantal vragen over wie ik was en ook was ze nieuwsgierig naar mijn leeftijd. ‘Begin juli ben ik 28 geworden’, antwoordde ik. Vervolgens was het even stil aan de andere kant van de lijn. Toen vroeg ze met een lichte verbazing in haar stem: ‘Maar waarom wil je dan eigenlijk dominee worden?’ Op zichzelf is dat een goede vraag. Dominee worden in deze tijd is allerminst vanzelfsprekend. Je moet er een lange studie voor volgen. Rijk in financieel opzicht word je er niet van. Bovendien is de kerk bij menigeen niet populair. Iemand zei eens tegen me: ‘Je wordt dominee op een zinkend schip.’ Waarom zou je dat eigenlijk willen?
In dit verband denk ik aan de intredezondag, die nog vers in mijn geheugen ligt. In de morgendienst bevestigde mijn vader – ds. P.J. Teeuw uit Papendrecht – mij in het ambt. Een onvergetelijk moment. ’s Middags mocht ikzelf voor het eerst in toga voorgaan in de witte dorpskerk van Aalst. Ik preekte over de woorden: ‘Sla uw ogen op en kijk naar de velden, want ze zijn al wit om de oogsten’ (Joh.4:35). De tekst maakt duidelijk hoe verrassend de Heere Jezus te werk gaat. Buiten alle bestaande routes om brengt Hij de Samaritaanse vrouw tot geloof. In haar kielzog volgen vele dorpsgenoten. Wat een hoopvolle boodschap, juist vandaag. Je weet dat de kerk in Aalst klein is. Ook is ze kwetsbaar, want er is in de achterliggende jaren nogal wat negatiefs gebeurd. Maar ondertussen gaat Christus door. Ongedacht brengt Hij mensen tot geloof. Verrassend bouwt Hij Zijn kerk op. Ik vind dat een wonder. Dat Christus mij hierbij wil inschakelen, maakt me klein en motiveert me. Ik ervaar het als bijzonder om zo in deze tijd predikant te mogen zijn.
Ik ben benieuwd hoe jij hierin staat. Wat motiveerde jou destijds om predikant te worden? Welke blijvende kracht geeft Gods roeping, juist als je jarenlang werkzaam mag zijn in Zijn koninkrijk?
Gods zegen en een hartelijke groet,
Rien Teeuw
Beste Rien,
Net als jij zie ik ernaar uit om in briefvorm een aantal keren met elkaar in gesprek te gaan over het ambt en of het predikant-zijn en de visie daarop in de afgelopen dertig jaar veranderd zijn. En zo ja, hoe en met welk gevolg? Tegelijk lijkt het me ook wel lastig om zo’n breed onderwerp in een tamelijk kort bestek aan de orde te stellen. Voordeel is dat we elkaar door de jaren heen goed zijn gaan kennen, bevriend zijn geraakt. Ik zie met vreugde terug op de tijd dat je in Alblasserdam pastoraal medewerker was. Naast het feit dat je me veel werk uit handen nam, hield je me ook theologisch scherp, konden we van hart tot hart spreken over prediking en pastoraat. Ik heb je daarin echt zien groeien, naar het predikantschap zien toegroeien. Toen je het beroep naar Aalst aannam, zag ik je node uit Alblasserdam vertrekken, maar overheersten toch veruit de blijdschap en de dankbaarheid. In de eerste plaats voor jou en Kathleen, je vrouw. Het is immers in deze tijd bepaald niet vanzelfsprekend dat proponenten een beroep ontvangen. Maar blij was ik zeker ook voor Aalst. Ik zie het als een blijk van de genadige trouw van de HEERE, dat Hij jullie riep naar deze kwetsbare gemeente, waar veel verdrietige dingen zijn gebeurd.
Deze roeping is iets om blijvend op terug te vallen. De roeping van God, Die de Getrouwe is, is uiteindelijk het laatste en beslissende in ons ambtswerk. Ik mag die trouw door alles heen ervaren. Daarmee haak ik in op jouw vraag aan het einde van de brief welke blijvende kracht Gods roeping geeft, juist als je jarenlang werkzaam mag zijn in Zijn Koninkrijk. Al jong groeide bij mij het verlangen om predikant te worden, mede onder invloed van de prediking van ds. C.A. Korevaar en ds. N. Kleermaker in mijn geboorteplaats Rotterdam en door wat ik van thuis meekreeg.
Ook heb ik het duidelijk als Gods leiding ervaren dat ik aan het einde van het leervicariaat bij ds. H. Veldhuizen, hier in Alblasserdam (!), in deze gemeente een aantal jaren bijstand in het pastoraat ben geweest. Ook hieruit is een hechte vriendschap ontstaan. Zoals je weet, heeft hij mij vijf keer bevestigd. Ik had die jaren hier, voordat we in de pastorie gingen, niet willen missen. Ik vrees dat ik zonder deze leerzame periode in Aalst ‘verdronken’ zou zijn. Om een voorbeeld te geven: in het eerste jaar in Aalst moest ik 24 begrafenissen leiden. Daarnaast moest je na een halfjaar vaak twee diensten per zondag voorbereiden. Bovendien stuit je – wat inherent is aan het werk in Gods Koninkrijk – op teleurstellingen en tegenslagen. Ik heb me – bij de vele zegeningen en vreugdevolle zaken die er ontegenzeggelijk ook waren – er doorheen gedragen gevoeld. En werd ook beschaamd doordat de HEERE ondanks alles, zoals ook jij opmerkt, verrassend werkt.
Ik zie uit naar je volgende brief en ben vooral benieuwd naar het antwoord op een paar concrete vragen. Wat is de plaats van de kerk in het dorp nu? Hoe zie je jouw rol als predikant in de concrete situatie van Aalst? Er was toentertijd, ondanks de bijbelse prediking van mijn voorganger, een nogal aparte visie op de sacramenten: ‘’t Mot gedupt worden’ naast een bijna angstige avondmaalsmijding. Hoe ligt een en ander nu? Veel vreugde in het werk en Gods zegen.
Met vriendelijke groeten,
Frans
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's