Niet verteerd
C. Verboom: Ik moest mijn eigen ik begraven, maar er was al een graf
Cor Verboom woont in een bescheiden onderkomen in het Zeister Staatsliedenkwartier. De 84-jarige houdt zijn sjaal om, de jas over de stoelleuning. In zijn hoofd zitten de psalmen. Als het benauwd voor me wordt, gaat het Woord met me spreken. Ik ervaar daarin een ongelooflijke kracht.
‘Mijn vader had een melken zuivelwinkel in Zeist. Ik groeide op met een oudere en jongere zus. Het was voor mij een enorme overgang toen ik naar de hbs ging. Daar had ik het erg moeilijk mee. Ik was verlegen en had een minderwaardigheidscomplex. In 1950 ging ik in militaire dienst, maar werd afgekeurd. Toen kwam ik alsnog in het melkvak.
Wij hadden al een grote zaak met vier uitbrengwijken, maar door een melksanering in 1950 groeiden we naar zes wijken. Deze van bovenaf ingevoerde sanering dwong de mensen genoegen te nemen met een ‘opgedrongen’ melkboer, waaraan mijn vader uit principe niet meewerkte.
Enkele keren heb ik geprobeerd uit dit werk te ontsnappen, ik vond mezelf er eigenlijk te goed voor. Na 35 jaar raakte ik door grote en kleine zorgen overspannen. Dat was heel ingrijpend. Het leek alsof mijn leven ten einde was. Toen ik na een paar maanden weer aan de slag kon, was ik blij dat ik er nog was en dat ik dit werk nog mocht doen. Dan leef je heel anders. Afhankelijker en gelukkiger. Zo heb ik nog tien jaar gewerkt, in totaal dus 45 jaar.’
OMMEKEER
‘Op mijn 23e trad ik in het huwelijk. We kregen acht kinderen, met wie ik heel blij ben. Op mijn 26e kwam een geestelijke ommekeer. Mijn vader en ik zaten samen in de zaak. Ik was getrouwd met een boerendochter, ze had vijf broers. Ik was graag in dat gezin, ook ’s zondags. Op zondagmiddagen bleven we vaak thuis. We moesten de spreeuwen verjagen en ik vond het in de kersenboomgaard veel gezelliger dan in de kerk. Maar mijn vader zag de bui al hangen en zei: ‘Jij de zaak uit of ik.’ Ik boog mijn hoofd.
Kort daarna gingen mijn oren open voor het Evangelie. Ik werd getrokken met liefde tijdens preken van de oude ds. H. Harkema. Mijn hart en mijn vlees riepen uit naar de levende God. Nooit meer heb ik zo’n sterk verlangen gehad als toen.
Toch had ik de echte vrede niet, ook al was ik er dichtbij. Daar zit veel gevoel bij. Iedereen zei dat ik eerst ontdekt moest worden aan mijn zonde. Op zondagavond kwam een vrouwtje bij mijn ouders. Ik werd haar vrome, klagerige gepraat zo zat, dat ik innerlijk in woede ontstak. Zo woedend, dat ik Jezus in mijn hart vermoordde. Toen ik uitgewoed was, had ik niets meer, mijn ziel was als een kerkhof. Mijn moeder zei wel dat vijanden met God verzoend worden, maar ik dacht: Met zo een als ik niet.’
TROMPETTEN
‘De volgende morgen vroeg stond Jezus op in het hart waarin Hij vermoord was. De melodie van Psalm 118 was in mijn hoofd, gespeeld door trompetten. Ik werd erdoor gewekt. Halverwege het vers kwamen de woorden: ‘Ik zal door ’s vijands zwaard niet sterven.’ Het brak me totaal. De Heere zei het, maar ik ook. Alle woede was weg en mijn hart begon vol te stromen met liefde en ik huilde. Later begreep ik dat de Heiland deze psalmwoorden een dag voor Zijn sterven zong. Zelfs de verdienste van het gebed was uitgeschakeld. Er staat: ‘Eer zij roepen zal ik antwoorden.’ En Psalm 32 zegt: ‘Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding.’ Ook was er geen enkel verwijt van Gods kant. Als we Psalm 98 zingen, moet ik er wel eens aan denken. ‘Trompetten en bazuingeklank’.
Ik heb maanden in de vreugde van de liefde gelopen, maar het is zo niet gebleven. Ik was blind. Het is moeilijk om hierover te praten. Achteraf zou je kunnen zeggen: Je hebt er ook alles aan gedaan om het ongedaan te maken. Het klinkt cru, maar het is wel zo. Twee jaar na mijn overspannenheid, waarin ik geleerd had te bidden, kwam alsnog de scheiding in zicht. Ik ben niet zo zorgvuldig met mijn huwelijk omgegaan. Mijn voormalige vrouw is acht jaar geleden overleden.’
ARK
‘Vierenhalf jaar ben ik niet naar de kerk geweest, bevreesd voor de schande en bagger die over mij uitgestort zou worden. Ik trok bij een oom en tante in en kon daar via de kerktelefoon de diensten volgen. In de aanloop naar de scheiding, toen het zo moeilijk werd, ben ik uit die benauwdheid gaan roepen. Er was geen andere weg. ‘Hij zag van Sion neer en hoorde mijn gebeden.’ Nu komt alles goed, dacht ik. Maar het ging steeds dieper.
Een oud gezegde gaf enige ruimte: ‘God rekent met Zijn volk af aan deze kant van het graf.’ Als een zondvloed kwam de scheiding op mij af. Toen heb ik ervaren dat ik in de ark zat. Ik leefde niet in zonde, maar de scheiding heb ik als een gericht ervaren. De onderste steen kwam boven. Dat was een zegen. Het was als met de brandende braambos. Je staat in brand en wordt toch niet verteerd. In het slaan van God zat ontferming, er was honing aan de roede.
Ik moest mijn eigen ik begraven, maar merkte dat er al een graf was. ‘Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld.’ Bij mij dus. Toen kwam alles tot rust. Al die lijnen komen in het graf van Christus tot rust. Toen Hij daar was, heeft Hij al aan mij gedacht. Ik heb me niet zozeer geschaamd over mijn zonden, maar wel om mijn hoogmoed.’
VERBOOM
‘Ik heb veel aan mijn vader te danken, vooral mijn Schiftkennis is van onschatbare waarde. Maar ik heb me nooit een Verboom gevoeld. Ik kon niet zo goed met mijn vader overweg. Dat had met zijn autoritaire karakter te maken. En met het mijne. Vader was in ons gezin het ijkpunt.
Toen ik overspannen was, raakte ik los van mijn vader als ijkpunt. Dat gebeurde door een preek over de tekst ‘Ik zal niet sterven, maar leven.’ Zes weken voor zijn dood − hij is 92 geworden − kwam de liefde voor hem onweerstaanbaar naar boven, als een onderaardse rivier. Ik leerde hem hoger achten dan mezelf. Dat werd gezegend. De Heere zegent Zijn eigen werk. Je valt er totaal buiten. Je moet van bediening leven. Dagelijks. Ook de bewaring voor zonde is een dagelijks iets. Daar zit ook vaak vrede bij. Daar ben ik dan gelukkig mee en denk soms aan de woorden: ‘Gij zalft mijn hoofd, Gij doet mijn blijdschap groeien.’’
SAMARITAAN
‘Toen ik overspannen was, leerde ik pas goed de zondag waarderen, ook als rustdag voor mijn lichaam. Ik ben gewend om twee keer naar de kerk te gaan. Het geeft, omdat ik alleen woon, structuur aan de zondag. De sabbat is de dag waarop God rustte en waarop Zijn Zoon rustte in het graf.
Toch ben ik door de scheiding voor mijn gevoel buiten de kerk terechtgekomen. In de vierenhalf jaar dat ik zondags niet in de kerk kwam, was er niemand die naar mij vroeg. Ook niet toen ik terugkwam. De priester en de leviet gingen aan de overkant voorbij. De Samaritaan vond ik buiten de kerk, in mijn werk. Toen ik ophield met werken, kwam ik bij het Gilde terecht, een neutrale instelling. Door het Zeister Historisch Genootschap ben ik onderscheiden met een penning. Twee jaar later kreeg ik een lintje van de Koningin, ook buiten de kerk verdiend. Ik ben altijd gewaardeerd om wat ik van de geschiedenis van Zeist weet, dat is een grote hobby van me.’
ALLEEN
‘Hoe komt het dat ik veel vrede en de nabijheid des Heeren ervaar? ‘Wij loven U, o God, wij loven u; Uw naam is nabij.’ Het heeft een voordeel om alleen te wonen. Je leeft toch een beetje als een kluizenaar. Het ouder worden vind ik heerlijk. Ik geniet van de liefde van mijn kinderen en van de mensen om mij heen. Ik ontvang ook veel warmte, liefde en genegenheid uit de breedte van de plaatselijke kerk en van de wijkgemeente Pniël in het bijzonder. Ze hebben mij zó in het zonnetje gezet bij mijn feestelijk afscheid als organist van de kapel van de Mirtehof.
Soms denk ik: Ik zal me toch niets verbeelden? Altijd komt de twijfel om de hoek kijken. Mijn levenslied is: ‘Gij weet, o God, hoe ’k zwerven moet op aard.’’
Van tijd tot tijd laat de redactie een oudere uit de gemeente aan het woord. J. Vis uit Dordrecht kwam naar voren in het themanummer ‘Ouderen’, dat in het najaar uitkwam. Deze week een gesprek met C. Verboom (1930) uit Zeist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's