Verlegenheid en verlangen
Dit is mijn laatste aflevering in deze rubriek. In de afgelopen jaren schreef ik over talrijke onderwerpen die te maken hebben met zending in Nederland. Over één onderwerp schreef ik nog niet, namelijk over het gebed.
Is er een direct verband tussen zending in Nederland en het gebed, zodat daar in deze rubriek over geschreven zou moeten worden? Ik denk van wel en daarom is het beter laat dan nooit wanneer ik er nu alsnog over schrijf.
Ik doe dat aan de hand van enkele citaten die mij raakten. Het eerste is van Okke Jager. Over zending in Nederland gesproken. Wat was hij daar in praktijk en bezinning mee bezig. Ten onrechte bijna vergeten. Hij mag opnieuw ontdekt en gelezen worden. Ik citeer uit een preek van hem over de biddende Hanna (1 Sam.1): ‘In Hanna zien wij de worsteling van de Heilige Geest om het behoud van Israël. Haar gebed is het geboorte- uur van Israëls reformatie. Het lijken grote woorden bij zoiets kleins als een knielende vrouw. Maar God begint altijd zo onooglijk dat wij niet eens merken wat er op stapel staat. Als in Stefanus de jonge kerk gestenigd wordt, staat Paulus, de architect van de kerk daar al bij. Zó werkt God. Als tijdens het concilie van 1484 de laatste hoop op een hervorming binnen de kerk vervliegt, wordt in het huisje van een kolenbrander Maarten Luther geboren. Zó werkt God.’
UIT TRANEN
In een overdenking bij ditzelfde ontroerende bijbelgedeelte schrijft de eveneens ten onrechte bijna vergeten dominee-dichter Geert Boogaard: ‘God bouwt zijn kerk niet uit onze macht, ons getal, of onze vruchtbaarheid… Hij bouwt uit verzuchtingen, tranen, klacht, nietswaardigheid en sprakeloosheid. Zo ontstaat de gemeente, die roemt in het geheim van zijn verkiezing en in niets anders.’
ONWAARSCHIJNLIJK
Ten slotte een citaat van de Tsjech Tomàs Halik uit zijn onlangs in het Nederlands verschenen boek Geduld met God. Hij schrijft daar over een zeer oude, vrijwel dove en blinde priester, die de meeste tijd doorbracht in een kapel, verzonken in zichzelf – diepe meditatie of lichte slaap, dat wist men nooit zeker. Meestal op een geheel onverwacht moment doorbrak hij zijn zwijgen met een uitspraak waarover soms discussie kwam of het een dubbelzinnig orakel van een profetische geest was dan wel een ondubbelzinnige uiting van seniliteit. Op een keer werd in de kapel het Evangelie gelezen dat eindigt met Jezus’ vraag: ‘Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?’ Van achteren uit de diepte van de meditatieve innerlijke monoloog van de grijsaard klonk een zeer luid antwoord: ‘Onwaarschijnlijk, onwaarschijnlijk!’
In het betreffende bijbelgedeelte gaat het over de weduwe die niet ophield met bidden, ondanks het feit dat het geen enkel resultaat leek te hebben. Dat bidden noemt Jezus het geloof waarvan Hij Zich afvraagt of de Mensenzoon bij Zijn komst dat zal vinden.
De drie citaten hierboven komen van drie heel verschillende theologen, maar alle drie zijn ze zeer missionair bewogen. Het gemeenschappelijke in de citaten is het besef dat het met onze kracht niets gedaan is. Een onvruchtbare vrouw, een seniele grijsaard, een weduwe staan model voor de mensen door wie God handelde en handelt. En God handelt. Zo waarachtig als Hij de levende is.
Dat is de dragende gedachte onder al het missionaire bezig zijn. Die gedachte betekent praktisch dat ons handelen zich zal richten naar Gods handelen. Al ons handelen dat voortkomt uit ongeduld, omdat wij niet kunnen wachten op Gods handelen, zal onvruchtbaar blijken te zijn. Misschien is bidden, wachten op God, geduld hebben met God, voor ons het zwaarste dat er is. Ook en juist in het missionaire werk. Misschien sloeg daarom die oude priester de spijker precies op de kop met zijn uitroep: ’Onwaarschijnlijk, onwaarschijnlijk.’
NIET WEGLOPEN
Uit de uitgebreide consultatieronde die de IZB in de afgelopen tijd hield onder gemeenten, kerkenraden en leidinggevenden uit het achterland kwamen steeds twee woorden naar voren: verlegenheid en verlangen. Dat lijkt een schrale oogt voor een missionaire organisatie na tachtig jaar hard werken. Toch moeten we niet te snel weer bij deze woorden weg willen lopen.
Als het waar is wat Geert Boogaard schreef: ‘God bouwt zijn kerk uit verzuchtingen, tranen, klacht, nietswaardigheid en sprakeloosheid’, laten wij Hem dan dat werk ook laten doen.
Dr. W. Dekker is predikant en stafmedewerker bij de IZB te Amersfoort. Woensdag 1 juli neemt hij afscheid in verband met zijn emeritaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's